Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer en vonden het steeds onwaarschijnlijker, dit kon bijna niet. Dat ik toen bijna tegen mijn vriend zei: bel Clever anders even.

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun hele leven last bleven houden of operaties met pinnen moesten en nooit meer de oude werden. Mijn moeder begon aan de telefoon ook een heel verhaal over dat hij zich er niet op moet verkijken, dat ik ook nog dacht: waarom zeg je dit tegen mij? Dat ik toen zei dat ik haar het nummer van mijn vriend wel kon geven, maar dat had ze al. Het leek bijna alsof de huidige situatie met het gips beter zou zijn, want daar hoorde ik niemand over.

Inmiddels verheugen wíj ons nog steeds op het verwijderen van het gips, maar alleen nog stiekem.

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’ ook niet durfde te gebruiken. ‘Die ziekte met die kinderachtige naam’, zei hij daarom maar. Dat ik toen dacht: je bent zelf kinderachtig. En daarna: ik ben zelf kinderachtig.

Boukje

Dat ik een documentaire keek waarin een man werd geïnterviewd over zijn liefdesleven. Na een jarenlang huwelijk had zijn vrouw een hersenbloeding gekregen, ze moest naar een tehuis en er was weinig van haar over. Hij werd er doodongelukkig van om alleen te wonen en overwoog zelfmoord. Maar toen was daar gelukkig Boukje. Nog dagelijks bezocht hij wat er nog van zijn oorspronkelijke vrouw over was, maar daarnaast had hij weer een echte.

Dat ik toen dacht: we hebben allemaal een Boukje nodig.

Kuchen

Dat ik pianoles had en weer niet goed geoefend had. Ik wilde daar geen sorry voor zeggen, omdat ik daar niet in geloof. Je moeten dingen niet voor een leraar gaan doen, als ik zelf lesgeef haat ik het altijd als leerlingen dat doen. Ik speelde het half-geoefende nummer met horten en stoten door. Ondertussen hoorde ik hem een beetje kuchen, hij had duidelijk moeite om zijn aandacht erbij te houden. Als ik een nummer vloeiend speel, kucht hij nooit. Dat ik het ineens zo zielig voor hem vind, dat juist hij, die zo van vloeiende muziek houdt, naar zo veel haperend pianospel moet luisteren.

Steigers

Dat ik vanmiddag langs een flat fietste waarvan ik dacht dat die nog steeds in de steigers stond. Ik vond het allemaal wel erg lang duren, ze zijn daar al jaren bezig. De laatste tijd zie ik ze ook weinig doen. Dat ik me toen ineens realiseerde dat die ronde ijzeren palen eromheen de bedoeling zijn en dus ook blijven, het zijn helemaal geen steigers. Als je ze weg zou halen, zag ik ineens, zouden alle balkons ook instorten, want een van de horizontale palen is steeds de onderkant van alle balkons op die verdieping. Dan zouden de mensen daar niet meer naar buiten kunnen, wat natuurlijk jammer voor ze zou zijn. Maar ze zouden nog wel uit het raam kunnen kijken en dan eindelijk het gevoel hebben in een af huis te wonen.

Bloeddruk

Dat mijn vriend elke dag een pil moet nemen tegen zijn hoge bloeddruk, maar niet zo precies is daarmee. In plaats van dan constant boos op zichzelf te zijn als hij het vergeet, is hij trots zodra het een keer gelukt is. Hij moest ook naar de huisarts voor een controle en nieuwe pillen, maar ook daar was hij te laat mee. Omdat zijn pillen al een paar dagen op waren klopte de bloeddrukmeting daar vervolgens niet. Hij leek zich toen helemaal niet te schamen tegenover die huisarts, terwijl ik me al bijna schaam als ik er nu weer kom en zij ziet dat wij op hetzelfde adres wonen.

Je niet druk maken om je eigen medische aandoeningen, ook niet nadat de huisarts heeft gezegde ‘hoge bloeddruk is een sluipmoordenaar’, dat heeft zijn moeder ook. Die ligt daar ook geen nacht wakker van, blijkbaar is dat erfelijk.

Dat gen, het sluipmoord-tolerantie-gen, dat wil ik ook. Maar dan zonder die bloeddruk.

Troost

Dat ik een troostmapje voor mezelf heb gemaakt, voor als ik me slecht voel na een optreden. Dat heb ik best vaak, dan ben ik ontevreden en boos op mezelf. Maar nu heb ik dus een troostmapje. Daarin zit onder andere een filmpje waarop mijn vriend de slappe lach heeft, en een foto waarop de kat al haar pootjes heel gezellig bij elkaar heeft liggen. Dat ik ook troostthee heb. Dat dat allemaal in mijn troostkoffer kan. Die laad ik dan in de troostauto, die achter mij aan naar het theater rijdt. We komen nooit in de file, want we mogen van de politie over de trooststrook rijden.

Slaatje

Dat ik ’s avonds in de trein zat en er in de 4-zits naast mij een jongen en een meisje zaten, die elkaar wel bleken te kennen maar niet heel goed. Zij vertelde hem dat ze met psychiatrische patiënten werkt en was daar nogal over aan het opscheppen. Het ene na het andere sterke verhaal kwam eruit, en de jongen was zichtbaar onder de indruk. Hij flapte er ook af en toe iets doms uit, zoals: ‘dan moet je er wel echt al in je hersenen iets mis zijn, lijkt me.’ Terwijl hij overduidelijk geen idee had. Haar werk leek hem bovendien ‘niet saai’ en ‘cool’. Hoe meer zij opschepte, ook over de gevaren en wat er een keer met wie was gebeurd, hoe zieliger ik de patiënten begon te vinden. Je wordt overdag misschien geholpen, maar diegene slaat daar later weer een slaatje uit.

Jarig

Dat ik in de online agenda van mijn impresariaat keek om te zien wanneer ik volgend jaar moet optreden. Dat ik toen ineens zag dat er op 18 februari een blokkade met ‘jarig’ erbij stond. Die had ik er niet zelf in gezet, dat hadden zij blijkbaar gedaan. Dat ik dat zo lief vond, dat iemand zich daar voor mij om bekommert. Terwijl ze helemaal niet weten of ik die dag ga bowlen en of er sprake is van taart. Meestal doe ik zelf alsof het een gewone dag is. Maar nu voelde ik het ineens weer: 18 februari is niet zomaar een dag, want ik ben jarig.