Ruikruimte

Dat je de voerbakken van onze honden niet te dicht bij elkaar moet zetten, want dan gaan ze om het eten vechten. Het moet duidelijk zijn wat van wie is en dan gaat het prima. Maar als ik ze samen uitlaat en ze hebben ergens een perfect ruikplekje gevonden is er niks aan de hand. Ze staan gerust tegelijk aan precies hetzelfde hoekje van een stenen muurtje te ruiken, of exact hetzelfde boompje. Blijkbaar is er genoeg ruikruimte, zijn ze niet bang dat de ander te veel geur opsnuift en er dan te weinig voor hen overblijft. Toch zou je denken dat ze juist dan ook wel even om de beurt kunnen, om dan lekker even die hele stoeptegel voor zichzelf hebben. Maar dat doen ze nooit. Er is blijkbaar genoeg van, maar moet het wel nu.

Naarstig 

Dat ik voor het eerst ‘naarstig’ op zoek was geweest ergens naar. Namelijk naar een reservesleutel. Die zocht ik in de groene kast, een kast die nog van mijn ouders is geweest met allemaal kleine laatjes (hij hoorde destijds bij de groene tafel). Eerder leek dat me zo’n overbodig woord, ‘naarstig’, zo’n woord dat we het niet zouden missen als het er niet was. Maar nu ik al die stapels zooi uit de laatjes bovenop de kast zag liggen, en overal sleutels zag, en de laatjes die nog open stonden, dacht ik: dit moet het resultaat zijn van naarstig zoeken, dat kan niet anders.

Opblijven

Dat ik een vrij ascetisch weekje achter de rug had. Ik had geen optredens en mijn vriend was op een congres, en dat resulteerde er blijkbaar in dat ik vroeg naar bed ging en daarna steeds vroeg opstond om te schrijven. Dat ik toen bijna vergat hoeveel ik eigenlijk van opblijven hou.

Gisteren realiseerde ik het me ineens weer, toen ik het deed. Meteen kwamen er allemaal herinneringen boven van dat ik vroeger ook altijd op wilde blijven. Als er dan een vriendinnetje kwam logeren was ik zo beledigd dat zij op een gegeven moment, na heel lang kletsen, liever wilde slapen dan nog meer kletsen – als ik eraan terugdenk voel ik het nóg. Of op schoolkampen, dan kon ik hele nachten doorgaan, en snapte ik niet waarom je ooit nog zou willen slapen. Je moet zulke voorliefdes wel een beetje onderhouden, anders vergeet je wie je echt bent.

Dat ik vanochtend weer eens met chips heb ontbeten, dat was ook lang geleden.

Eigenlijk

Dat ik een tijdschrift las en er helemaal onderaan de bladzijde een heel klein rondje stond met een advertentie erin die erg op mij van toepassing was (biologisch katoenen dekbedovertrekken). Dat ik toen heel even dacht dat het een gepersonaliseerde advertentie was, maar me meteen daarna realiseerde dat dat niet kan omdat ik (voor zover ik weet) geen Google glasses draag. Als iemand mijn bril ongemerkt heeft verwisseld zou het wel kunnen, en dan vind ik het knap dat ze dat rondje zo precies konden vervangen. Dan ben ik wel benieuwd wat er eigenlijk in dat rondje stond. Of heeft iedereen ongemerkt die glasses gekregen en bestaat er dan geen ‘eigenlijk’ meer?

Rolriem

Dat iemand wederom aan mij vroeg waarom ik niet in Amsterdam woon. Maar dat deze persoon het niet vroeg als oordeel, om lekker boven mij te gaan staan, maar als echte vraag. ‘De stad staat je goed’, zei hij. Ik was het daar wel mee eens, ik had ook een leuke regenjas aan en een beetje make-up op, ik kon de stad aan die dag.

Dat ik me soms ook wel afvraag hoe het is om daar echt te wonen, met die drukte en hoe mijn hond daar dan tussen past. Dat hij dat waarschijnlijk helemaal niet zo leuk zal vinden, om zo op te moeten letten waar hij loopt. Hij heeft de rolriem het liefst op zijn langst, en dat hij dan zelf zo veel mogelijk keuzes kan maken. Maar daar houden voorbijgangers dan weer niet zo van. Die willen zelf een oneindige rolriem en dat is nou eenmaal geen goede match.

Prullenbak

Dat er een man voorbij liep en ik me afvroeg of het een zwerver was. Ik weet niet precies waar ik dat aan dacht te zien. Hij liep een beetje raar, met zijn hoofd iets te veel naar voren, het zat net een beetje voor zijn romp. Zijn kleren waren een beetje smoezelig maar niet extreem, net als zijn huid. Hij vertoonde verder geen zwerversactiviteiten, dus misschien was het ook gewoon een huisvader op weg naar de trein.

Dat ik toen wel besefte dat er een behoorlijk grote groep mensen is van wie het me niet zou verbazen als ze ineens in een prullenbak gaan graaien.

Muziek

Dat ik in de supermarkt getuige was van een soort mini-ruzie tussen een vrouw die de zegels van de andere klanten ook wilde hebben en een jongen met harde muziek uit zijn tas die daar een grapje over probeerde te maken. Dat het grapje nergens op sloeg, en de jongen toen concludeerde dat die vrouw geen ‘sense of humor’ had. Dat ik daar ook van overtuigd was, maar het niet eens was met zijn argumenten om tot die conclusie te komen, en de muziek van mij ook wel wat zachter mocht.

E(r)(d)win

Dat ik het afgelopen jaar twee Erwins en één Edwin heb leren kennen – of is het nou andersom? Daarvoor kende ik niemand die zo heette. Dat dat te veel blijkt te zijn om in één jaar te verwerken, en ik nu de hele tijd bij alle drie twijfel of ze nou Erwin of Edwin heten.

Vaak begin ik alvast met het zeggen van de ‘E’ om dan gaandeweg te beslissen of ik voor een ‘d’ of een ‘r’ ga. Eentje heb ik samen met een Rogier leren kennen, dus bij hem doe ik het vaak via Rogier: het is ‘Erwin en Rogier’, ‘Edwin en Rogier’ zou nergens op slaan. En als er geen Rogier in het spel is, is het Edwin. Maar die redenering duurt langer dan het duurt om de ‘E’ te zeggen, dus val ik toch altijd door de mand.

Maar goed, nu heb ik er gelukkig even tijd voor en ben ik eruit: Ik ken twee Edwinnen en één Erwin.

Vingers

Dat ik iemand een hand gaf maar het voelde alsof het maar 3 vingers waren die ik tussen mijn duim en de rest van mijn vingers had, in plaats van de gebruikelijke 4. Dat ik niet meteen durfde te kijken om het te checken, dat wilde ik later nog onopvallend doen maar kwam er toen niet meer van. Dus nu weet ik het nog steeds niet.

Dat ik eigenlijk blij verrast was dat mijn handen zo’n subtiel verschil kunnen voelen, maar het feit dat ik het niet zeker wist de pret behoorlijk drukte. Als ik het mis had, zou ik juist teleurgesteld in ze moeten zijn.

Misschien had hij wel 4 hele dunne vingers. In dat geval is het mijn eigen handen niet volledig aan te rekenen en dient de schuld wat mij betreft ook deels bij die van hem te worden gezocht.

Bevalling

Dat ik nog weet dat mijn broer mij opbelde toen hij net zijn eerste kind had gekregen. Dat hij er nogal van slag door was geweest. De bevalling was heel moeizaam verlopen, en hij vertelde mij hoe iedereen in het ziekenhuis zich druk maakte om het kind, maar niemand om zijn vriendin. En toen had een van zijn twee katten ook nog een abces, en daar moest acuut iets aan gebeuren, terwijl moeder en kind nog in het ziekenhuis lagen.

Dat hij toen de verkeerde kat mee had genomen naar de dierenarts.