Hakken en make-up

Dat ik het altijd zo heerlijk vindt als mijn vriend over hakken en make-up moppert. Hij heeft daar namelijk niks mee, wat mij erg goed uitkomt want ik vind dat meestal ook allemaal maar gedoe. Ik ken ook iemand die van haar vriend thuis geen trui aan mocht omdat hij dat niet aantrekkelijk vond. Dan zou ik toch hopen dat hij op een olieplatform gaat werken en vaak wordt uitgezonden. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om er niet naar te luisteren – wettelijk gezien mag het natuurlijk nog steeds gewoon –, maar dan zit je daarna denk ik toch een stuk minder lekker op de bank. Maar mijn vriend vindt truien gezellig.

Dat ik me dus al zat te verheugen toen we in onze truien een tv-programma keken waarin een opgedofte schoonheidsspecialiste ging blind-daten, omdat de kans op mopperen groot was. En ja hoor. Ze had haar wenkbrauwen nogal duidelijk afgebakend, met een verticaal lijntje aan de binnenkant, een soort lange driehoekjes waren het geworden maar dan met een golf aan de buiten-onderkant. Dat mijn vriend toen een beetje verontwaardigd werd en zei: dit slaat nergens op, het moeten wel gewoon rondjes zijn.

Ze had ook lang los haar, dat aan beide kanten van haar gezicht hing. Maar ze deed steeds haar elleboog achter haar hoofd, pakte het bosje en hing het aan één kant. Daarna deed ze dat opnieuw, met haar andere elleboog hing ze het terug. Dat mijn vriend toen zei: ja hallo, daar hing het al.

Cactus

Dat ik mijn oude kat regelmatig moet kammen omdat ze de boel zelf niet goed meer bijhoudt. Toen was ik laatst bezig en bleek ineens dat ik ook haar staart moet doen, die sloeg ik eerder altijd over maar daar kwamen hele vervilte plukken uit. Dat vindt ze alleen helemaal niet leuk. Ze wilde weglopen, maar dat ging niet omdat ik haar tegenhield. Dat ze toen van lieverlee de cactus maar kopjes begon te geven.

Dat er nu een pluk haar aan zo’n cactusprikker hangt.

Verdacht

Dat ik in het bos een stukje achter iemand anders liep, ook met hond. We hadden hetzelfde tempo, bleek, dus de afstand tussen ons bleef gelijk. Het was verder een heel rustig paadje. Ze had al een keer achterom gekeken en we hadden al ‘hoi’ gezegd, maar het bleef een beetje ongemakkelijk. Vooral toen zij scherp rechtsaf sloeg en ik dat ook echt van plan was geweest en het dus toch ook maar deed. Vanaf toen keek ze steeds vaker om. Ik overwoog nog even om ‘ik volg je niet hoor’ te zeggen bij een volgend oogcontact, maar had gelukkig net op tijd door dat dat best eng klonk.

Ik had een zandheuvel in mijn hoofd waar ik wilde gaan zitten om de tekst voor mijn optreden te leren, dan kon de hond ondertussen lekker rennen en snuffelen. Waar ik links richting die heuvel moest, ging zij gelukkig rechtdoor. Maar toen ik daar aankwam zag ik haar aan de andere kant van de heuvel weer tevoorschijn komen. Gelukkig zat ik als eerste en was ik nu minder verdacht, ook omdat zij degene was die was omgelopen. Misschien kon zij mij ook gewoon niet goed loslaten.

We zaten een tijdje schuin tegenover elkaar op die heuvel, of eigenlijk was het een zandkuil in een heuvel en zaten we óm de kuil. Onze hondjes renden en speelden met elkaar in de kuil en ik leerde mijn tekst. Zij deed verder niks, dus uiteindelijk was zij toch echt het meest verdacht.

Klink 

Dat ik gisteren naar beneden liep en de deur van de hal naar de woonkamer open wilde doen, maar de klink het ineens niet meer deed. Hij bewoog wel, maar pakte ‘m niet. Dat ik toen even dacht echt opgesloten te zitten in mijn huis, zonder telefoon want die lag in de woonkamer. En mijn vriend kwam voorlopig niet thuis. Gelukkig heb ik boven een badkamer met een kraan en dus ook water, dacht ik toen, dus ik zou het wel een tijdje uit kunnen zingen. Tot ik besefte ook gewoon uit het badkamerraam te kunnen klimmen. Tot ik besefte dat ik de voordeur gewoon nog open kon doen.

Dat ik toen steeds via buiten naar de achterdeur moest lopen en zo naar de woonkamer. En daarna via buiten weer naar boven. Ik merkte wel hoe snel je bepaalde dingen dan minder belangrijk gaat vinden, het boeide me bijvoorbeeld niet meer welke jas ik aandeed, als hij maar in het huis-gedeelte lag waar ik me op dat moment bevond. Een groene jas op een groene broek is niet optimaal en heeft iets boswachter-achtigs, maar via buiten naar de hal om een blauwe jas te halen heeft vooral iets vermoeiends.

Een beetje zoals met kamperen, dat je tijdens de week voelt dat steeds minder dingen je wat uitmaken. Het begint met je uiterlijk, daarna een vliegje in de thee (ik drink het vliegje dan alsnog niet op maar de thee wel), en lekker altijd dezelfde kleren aan. Met één stel kleding ben je er eigenlijk wel op zo’n vakantie, maar thuis kan ik me dat elk jaar opnieuw niet voorstellen dus neem ik altijd te veel mee. Je eisen voor plekken die je beschouwt als acceptabel om op de grond te zitten nemen ook af. Op een gegeven moment is bijna elke grond wel zit-baar. Een natte reet is wel even vervelend, maar als je daarna op je buik op een droog stuk gras gaat liggen lost dat zichzelf ook wel weer op.

Was het leven maar kamperen, denk ik soms. Nu kan ik daar iets van meepikken in mijn eigen huis. Met dank aan de klink.

Traphekje

Dat ik een interview las met een vrouw die meer werkt dan haar man. Ze vertelde over de rolverdeling thuis, en dat ze best vaak op haar kop krijgt van hem, bijvoorbeeld als hij vindt dat ze er niet goed genoeg aan denkt om het traphekje dicht te doen.

Ik had het nog nooit in deze verhouding gehoord, altijd andersom. Mijn vriendinnen vinden allemaal dat hun vriend te veel tv met het kind kijkt, te weinig naar buiten gaat, zijn hele ontwikkeling verstoort of in elk geval niet bevordert. Maar nu was het een keer de man.

Zo wil ik ook nog wel een kind, dacht ik toen. Als dat daar gewoon rondloopt en
-valt en ik dan weliswaar af en toe op mijn kop krijg, maar er tenminste niet de hele dag bovenop hoef te zitten. Op dat kind niet en op die man niet.

Bijkomen

Dat de wc beneden doorloopt, en het me lukte om me daar heel lang niet aan te storen, maar nu zijn we dat punt toch wel voorbij. Toch heeft het weinig zin om me te ergeren, want ik ga het zelf niet oplossen en mijn vriend is een week weg. Toen ging ik iets printen en stond de printer boven nog even na te loeien terwijl het blaadje er al lang uit was gekomen. Dat vond ik wel wat overdreven, zeker aangezien hij even lang naloeit bij 1 printje als bij 100, maar ik begreep het wel. Hij moet gewoon even bijkomen na elke activiteit. Net als de wc.

Bijzondere dagen

Dat het me gisteren weer gelukt is om met de kapster te blijven praten tijdens onze afspraak. Terwijl ik me had voorgenomen om het dit keer maar gewoon ongemakkelijk te laten worden. Maar vervolgens ben ik toch weer mijn best gaan doen, heb ik me wederom geprobeerd te verdiepen in haar dagen. Dat heb ik al bij vele kappers gedaan, omdat ik veel verschillende heb gehad. Ik zocht net zo lang door tot ik er eentje had die mijn haar zo kon knippen dat ik het daarna ook echt los durfde te dragen. Deze heeft niet echt bijzondere dagen, maar dat is haar wel gelukt.

Zee

Dat we naar het strand gingen, zomaar op een zondagavond. Dat dat gewoon bleek te kunnen qua tijd. Dat de hond het niet meer had van blijheid, hij bleef maar grote cirkels rennen en in zee stampen. Af en toe nam hij een slok, daarna schudde hij verbaasd het smerige zoute water weer uit zijn bek. Hij leerde daar niet van, deed het een paar keer op verschillende plekken.

Dat ik hem toen heb uitgelegd dat het één zee is.

Terugweg

Dat de terugweg als je op nieuwe plekken komt vaak zoveel behapbaarder lijkt dan de heenweg. Gisteren liep ik maar te zoeken toen ik het station uit kwam, ik zou over een rotonde moeten maar die was er helemaal niet. Dus ik liep ik stukjes een bepaalde kant op met mijn telefoon in mijn hand, en keek ik ondertussen of dat de goede was. Dat was meestal niet zo, en dan was ik bijna geneigd om die stukjes achteruit terug te lopen, alsof mijn telefoon dat prettiger zou vinden (of misschien gewoon omdat ik zelf in de war raak als de hele wereld ineens weer andersom zit op mijn telefoon). Uiteindelijk had ik de goede route wel maar bleek het allemaal nog een flink eind lopen te zijn, straten uit, hoeken om, een heel park door, en ik ging naar een voorstelling dus ik had enigszins haast.

Voor de terugweg nam ik daarom ruim de tijd. Maar toen was alles dus ineens heel behapbaar, gewoon om het parkje heen en daar was de ‘rotonde’ al. Ik had wel drie wijn op dus het hoesje van mijn telefoon viel de hele tijd en dan moest ik het weer oprapen, maar dat inbegrepen was ik toch nog twaalf minuten te vroeg voor de trein.

Pyjama-jurkje

Dat ik een jongetje in onze straat zag staan in een soort pyjama-jurkje, en hoopte dat het Mohammed was, mijn Syrische achterbuurjongetje van een jaar of zes dat elke dag komt vragen of hij onze hond mag aaien – wat hij vervolgens helemaal niet durft. Zodra hij met zijn hand ook maar enigszins in de buurt van de kop durft te komen roept hij altijd heel hard in het Arabisch zijn broer, omdat hij het zo graag aan hem wil laten zien. Maar als de hond dan bijvoorbeeld aan zijn hand ruikt of een poot verzet, vliegt hij weer achteruit.

Dat het waarschijnlijk officieel helemaal geen pyjama-jurkje heet, maar dat het hem gelukkig wel was.