Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

categorie

archief

categorie: meevallers

Beits

Dat ik de keukenvloer in de beits ging zetten en dat dat zonder hulp van mijn vriend was gelukt. Bij beitsen voelt het ‘zetten’ zo natuurlijk, je beitst geen dingen, nee, je zet ze in de beits. Dat doe ik bij verf nooit, alleen bij grondverf zet je dingen erin, daarna verf je ze. Of je lakt ze af, dat klinkt ook meteen een stuk professioneler.

Maar ik zette de vloer er dus in en dat ging zo goed dit keer. Vroeger werd ik altijd moedeloos van klusjes in huis, dan vond ik dat mijn vriend moest helpen omdat ik het zelf allemaal niet kon en uiteindelijk zat er sowieso een moment van crisis in, waarop ik naar boven stormde omdat ik het allemaal niet meer wist en dat wilde tonen. Later haatte ik mezelf dan om dit gedrag. Nu was dat dus niet nodig, ik beitste gewoon een vloer. Daarna plofte ik op de bank en was er een programma op tv over stellen die in een soort relatietherapie gingen door met elkaars partner te ruilen. Toen bleek dat ook nog een hele serie te zijn, we kunnen deze mensen wekenlang gaan volgen. Dat het voelde alsof ik beloond werd voor mijn gebeits.

Dat het wel meubelbeits blijkt te zijn, en het er volgens mijn vriend daarom niet lang op zal blijven zitten.

Vergevingsgezind

Dat we onze oude kat tegenwoordig met z’n tweeën kammen, omdat ze nogal tegenstribbelt. Dan houdt mijn vriend haar voorpoten omhoog en kam ik alle klitten uit haar buik. Ondertussen probeert ze me dan te schoppen en slaan, als een boze kleuter. Zodra haar vacht er weer enigszins uitziet laten we haar weer los. Dan loopt ze een rondje over het bed en wil ze op de terugweg alweer geaaid worden, ze is gelukkig vrij vergevingsgezind. En wij ook.

Boukje

Dat ik een documentaire keek waarin een man werd geïnterviewd over zijn liefdesleven. Na een jarenlang huwelijk had zijn vrouw een hersenbloeding gekregen, ze moest naar een tehuis en er was weinig van haar over. Hij werd er doodongelukkig van om alleen te wonen en overwoog zelfmoord. Maar toen was daar gelukkig Boukje. Nog dagelijks bezocht hij wat er nog van zijn oorspronkelijke vrouw over was, maar daarnaast had hij weer een echte.

Dat ik toen dacht: we hebben allemaal een Boukje nodig.

Troost

Dat ik een troostmapje voor mezelf heb gemaakt, voor als ik me slecht voel na een optreden. Dat heb ik best vaak, dan ben ik ontevreden en boos op mezelf. Maar nu heb ik dus een troostmapje. Daarin zit onder andere een filmpje waarop mijn vriend de slappe lach heeft, en een foto waarop de kat al haar pootjes heel gezellig bij elkaar heeft liggen. Dat ik ook troostthee heb. Dat dat allemaal in mijn troostkoffer kan. Die laad ik dan in de troostauto, die achter mij aan naar het theater rijdt. We komen nooit in de file, want we mogen van de politie over de trooststrook rijden.

Jarig

Dat ik in de online agenda van mijn impresariaat keek om te zien wanneer ik volgend jaar moet optreden. Dat ik toen ineens zag dat er op 18 februari een blokkade met ‘jarig’ erbij stond. Die had ik er niet zelf in gezet, dat hadden zij blijkbaar gedaan. Dat ik dat zo lief vond, dat iemand zich daar voor mij om bekommert. Terwijl ze helemaal niet weten of ik die dag ga bowlen en of er sprake is van taart. Meestal doe ik zelf alsof het een gewone dag is. Maar nu voelde ik het ineens weer: 18 februari is niet zomaar een dag, want ik ben jarig.

Hakken en make-up

Dat ik het altijd zo heerlijk vindt als mijn vriend over hakken en make-up moppert. Hij heeft daar namelijk niks mee, wat mij erg goed uitkomt want ik vind dat meestal ook allemaal maar gedoe. Ik ken ook iemand die van haar vriend thuis geen trui aan mocht omdat hij dat niet aantrekkelijk vond. Dan zou ik toch hopen dat hij op een olieplatform gaat werken en vaak wordt uitgezonden. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om er niet naar te luisteren – wettelijk gezien mag het natuurlijk nog steeds gewoon –, maar dan zit je daarna denk ik toch een stuk minder lekker op de bank. Maar mijn vriend vindt truien gezellig.

Dat ik me dus al zat te verheugen toen we in onze truien een tv-programma keken waarin een opgedofte schoonheidsspecialiste ging blind-daten, omdat de kans op mopperen groot was. En ja hoor. Ze had haar wenkbrauwen nogal duidelijk afgebakend, met een verticaal lijntje aan de binnenkant, een soort lange driehoekjes waren het geworden maar dan met een golf aan de buiten-onderkant. Dat mijn vriend toen een beetje verontwaardigd werd en zei: dit slaat nergens op, het moeten wel gewoon rondjes zijn.

Ze had ook lang los haar, dat aan beide kanten van haar gezicht hing. Maar ze deed steeds haar elleboog achter haar hoofd, pakte het bosje en hing het aan één kant. Daarna deed ze dat opnieuw, met haar andere elleboog hing ze het terug. Dat mijn vriend toen zei: ja hallo, daar hing het al.

Cactus

Dat ik mijn oude kat regelmatig moet kammen omdat ze de boel zelf niet goed meer bijhoudt. Toen was ik laatst bezig en bleek ineens dat ik ook haar staart moet doen, die sloeg ik eerder altijd over maar daar kwamen hele vervilte plukken uit. Dat vindt ze alleen helemaal niet leuk. Ze wilde weglopen, maar dat ging niet omdat ik haar tegenhield. Dat ze toen van lieverlee de cactus maar kopjes begon te geven.

Dat er nu een pluk haar aan zo’n cactusprikker hangt.

Verdacht

Dat ik in het bos een stukje achter iemand anders liep, ook met hond. We hadden hetzelfde tempo, bleek, dus de afstand tussen ons bleef gelijk. Het was verder een heel rustig paadje. Ze had al een keer achterom gekeken en we hadden al ‘hoi’ gezegd, maar het bleef een beetje ongemakkelijk. Vooral toen zij scherp rechtsaf sloeg en ik dat ook echt van plan was geweest en het dus toch ook maar deed. Vanaf toen keek ze steeds vaker om. Ik overwoog nog even om ‘ik volg je niet hoor’ te zeggen bij een volgend oogcontact, maar had gelukkig net op tijd door dat dat best eng klonk.

Ik had een zandheuvel in mijn hoofd waar ik wilde gaan zitten om de tekst voor mijn optreden te leren, dan kon de hond ondertussen lekker rennen en snuffelen. Waar ik links richting die heuvel moest, ging zij gelukkig rechtdoor. Maar toen ik daar aankwam zag ik haar aan de andere kant van de heuvel weer tevoorschijn komen. Gelukkig zat ik als eerste en was ik nu minder verdacht, ook omdat zij degene was die was omgelopen. Misschien kon zij mij ook gewoon niet goed loslaten.

We zaten een tijdje schuin tegenover elkaar op die heuvel, of eigenlijk was het een zandkuil in een heuvel en zaten we óm de kuil. Onze hondjes renden en speelden met elkaar in de kuil en ik leerde mijn tekst. Zij deed verder niks, dus uiteindelijk was zij toch echt het meest verdacht.

Klink 

Dat ik gisteren naar beneden liep en de deur van de hal naar de woonkamer open wilde doen, maar de klink het ineens niet meer deed. Hij bewoog wel, maar pakte ‘m niet. Dat ik toen even dacht echt opgesloten te zitten in mijn huis, zonder telefoon want die lag in de woonkamer. En mijn vriend kwam voorlopig niet thuis. Gelukkig heb ik boven een badkamer met een kraan en dus ook water, dacht ik toen, dus ik zou het wel een tijdje uit kunnen zingen. Tot ik besefte ook gewoon uit het badkamerraam te kunnen klimmen. Tot ik besefte dat ik de voordeur gewoon nog open kon doen.

Dat ik toen steeds via buiten naar de achterdeur moest lopen en zo naar de woonkamer. En daarna via buiten weer naar boven. Ik merkte wel hoe snel je bepaalde dingen dan minder belangrijk gaat vinden, het boeide me bijvoorbeeld niet meer welke jas ik aandeed, als hij maar in het huis-gedeelte lag waar ik me op dat moment bevond. Een groene jas op een groene broek is niet optimaal en heeft iets boswachter-achtigs, maar via buiten naar de hal om een blauwe jas te halen heeft vooral iets vermoeiends.

Een beetje zoals met kamperen, dat je tijdens de week voelt dat steeds minder dingen je wat uitmaken. Het begint met je uiterlijk, daarna een vliegje in de thee (ik drink het vliegje dan alsnog niet op maar de thee wel), en lekker altijd dezelfde kleren aan. Met één stel kleding ben je er eigenlijk wel op zo’n vakantie, maar thuis kan ik me dat elk jaar opnieuw niet voorstellen dus neem ik altijd te veel mee. Je eisen voor plekken die je beschouwt als acceptabel om op de grond te zitten nemen ook af. Op een gegeven moment is bijna elke grond wel zit-baar. Een natte reet is wel even vervelend, maar als je daarna op je buik op een droog stuk gras gaat liggen lost dat zichzelf ook wel weer op.

Was het leven maar kamperen, denk ik soms. Nu kan ik daar iets van meepikken in mijn eigen huis. Met dank aan de klink.

Traphekje

Dat ik een interview las met een vrouw die meer werkt dan haar man. Ze vertelde over de rolverdeling thuis, en dat ze best vaak op haar kop krijgt van hem, bijvoorbeeld als hij vindt dat ze er niet goed genoeg aan denkt om het traphekje dicht te doen.

Ik had het nog nooit in deze verhouding gehoord, altijd andersom. Mijn vriendinnen vinden allemaal dat hun vriend te veel tv met het kind kijkt, te weinig naar buiten gaat, zijn hele ontwikkeling verstoort of in elk geval niet bevordert. Maar nu was het een keer de man.

Zo wil ik ook nog wel een kind, dacht ik toen. Als dat daar gewoon rondloopt en
-valt en ik dan weliswaar af en toe op mijn kop krijg, maar er tenminste niet de hele dag bovenop hoef te zitten. Op dat kind niet en op die man niet.