Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

categorie

Archief

categorie: tegenvallers

Laag

Dat ik droomde dat een vriendin van mij zwanger was van de derde, en ik het kind ook even mocht dragen. Maar het bleek heel laag te hangen, ik kon niet eens meer lopen, terwijl ze pas een paar maanden zwanger was. Dat leek me ook niet goed, ik dacht: dat kind komt veel te vroeg. Maar ik wilde haar ook niet onnodig ongerust maken. Toen gingen we fietsen en had ze voor mij een heren-racefiets, dus moest ik met die lage buik mijn been over die stang heen gooien. En het zadel bleek veel te hoog dus toen ik eenmaal zat leek ooit nog afstappen me vrij problematisch. Maar zij maakte zich nergens druk om, ze ging zelfs over heuvelachtige bospaadjes fietsen en daar ergens op de grond picknicken. Ik volgde haar maar, het was tenslotte haar kind dat steeds verder weg zakte.

Snuiten

Dat ik op een cursus voor mijn werk was die begon met een groepsuitleg met slides aan een tafel. We zaten in een kring, vrij dicht op elkaar. De vrouw naast mij ademde nogal zwaar, ze bleek verkouden te zijn. Maar in plaats van zich een beetje in te houden, blies ze gewoon harder door haar neus, het zat een beetje tussen normaal ademen en snuiten in. De boel kwam er gelukkig niet uit – hoewel het dan wel eenmalig was geweest en ik daarna weer naar de uitleg had kunnen luisteren – maar je hoorde dat de lucht er moeite mee had. Soms deed ze ook een beetje lucht door haar mond weg, maar een deel ging toch nog door die snot. Ik kon me totaal niet focussen dus besloot quasi-geïnteresseerd met mijn linkerhand mijn hoofd te ondersteunen, zodat ik onopvallend met mijn wijsvinger mijn oor dicht kon duwen. Ik vroeg me wel af of ze dit door zou hebben, dat vond ik dan toch zielig, maar ze was zo druk met die lucht door die neus heen krijgen dat ze er geen erg in had. Met mijn oor dicht hoorde ik het overigens alsnog, ik kon het zelfs bijna voelen.

Ongeluk

Dat ik droomde dat mijn vader zijn ongeluk toch had overleefd, en nu in Rotterdam woonde met weer een nieuwe vriendin. Die had hij bij de bakker ontmoet toen hij nog met de vorige was. We zagen elkaar nooit, hij kwam ook niet meer in zijn boerderij. Ik had hem een tijdje geleden wel gebeld, en gehoopt dat hij mij daarna een keer zou bellen, maar dat deed hij niet. Ik vroeg me af of hij niks meer met mij te maken wilde hebben of dat het door zijn hersenletsel kwam. Ik hoopte dat laatste.

Ik dacht ook: ik zou hem wel snel nog eens willen zien voordat hij opnieuw doodgaat.

Stoofpeertjes

Dat ik stoofpeertjes had gekocht, omdat ik die wel lekker vind en het ook zo gezellig vindt om iets te maken dat een hele middag moet sudderen. Ik weet eigenlijk niet of je dat wel zo mag noemen bij peertjes, het zal wel stoven zijn. Maar nu komt het er steeds niet van, er zijn even geen stoofmiddagen. En dan levert zo’n koelkast vol peertjes me alleen maar stress op, alsof de peertjes mij ook lui vinden als ik opnieuw een gerecht maak dat binnen een half uur klaar is. Maar ik zie nog steeds geen stoofpeertjesruimte, ook niet de komende dagen.

Bootje

Dat ik droomde dat ik een spel deed waarbij iedereen mijn gevonden dingen afpakte (het waren een soort jokers, ik had ze zelf gepakt onder banken en dergelijke, ik zou een enorm voordeel hebben ten opzichte van de rest als ik ze kon behouden). Ze pasten niet allemaal in mijn armen en blijkbaar had ik ook geen kluis, dus het was nogal makkelijk jatten voor ze. Ik probeerde de deur van mijn kamer dicht te houden maar toen bleken er meerdere deuren in te zitten. Ik gaf het op en ging weg, en toen ik terugkwam zaten ze met z’n allen zonder mij de puzzels op te lossen (ik vond het overigens ook niet slim om zo samen te werken, het was toch een competitief spel? Nu zou niemand winnen, alleen ik zou verliezen). Ik had daarna al geen zin meer om mee te gaan eten met de groep, maar besloot toch maar even naar het restaurant gegaan, Het was in Londen, een soort Abbey kerk of iets dergelijks, maar ik kon het niet vinden. Daarom vroeg ik het aan twee meiden die ook die kant op liepen. Ze wisten het, daarna zeiden ze nog iets waar ik ook op reageerde maar dat bleek helemaal niet voor mij te zijn bedoeld, ze zaten al lang weer in hun onderlinge gesprek. Bij het restaurant kwam Youp van ’t Hek net naar buiten gelopen. Hij had zijn honden mee maar die mochten niet naar binnen dus ze stonden buiten. Ik dacht meteen: Aha, is het zó’n restaurant. Er stond een hele rij honden te wachten, maar ze waren geen van allen aangelijnd, wat mij nogal gevaarlijk leek zo bij de weg. Ik ging naar binnen en toen bleek dat ze eekhoorn serveerden, een hele per persoon! Ze stonden allemaal rechtop op de borden, gevuld, met staart en al. Ik begon meteen te huilen, zoveel dode eekhoorns! Ik had geen zin meer in mijn vega-gerecht en ging weg. Maar ik bleek alleen per bootje terug te kunnen, en er was geen dienstregeling. Anderen werden allemaal met aangepaste auto’s opgehaald die ook konden varen, ik dacht misschien met iemand mee te kunnen maar zo werkte dat niet. Ik vroeg het aan een gezin en die werden wat emotioneel omdat niet al hun kinderen in de vaarauto mochten, eentje was net te laat geboren om een vergunning te krijgen. Dus uitjes met het hele gezin zaten er niet meer in. Daarna vroeg ik aan de enige andere mensen die niet snel wegvoeren toen ik eraan kwam hoe ik dan naar Hilversum kon. Dat bleek per met fiets en trein te kunnen, maar dan moest ik naar een station zien te komen waar ik nog nooit van had gehoord, iets van ‘Paletna’ en dat zou ik van zijn levensdagen niet gaan vinden. Toen ging mijn hond een stukje zwemmen, hij deed even voor dat er wat hem betreft geen bootje nodig was.

Beits

Dat ik de keukenvloer in de beits ging zetten en dat dat zonder hulp van mijn vriend was gelukt. Bij beitsen voelt het ‘zetten’ zo natuurlijk, je beitst geen dingen, nee, je zet ze in de beits. Dat doe ik bij verf nooit, alleen bij grondverf zet je dingen erin, daarna verf je ze. Of je lakt ze af, dat klinkt ook meteen een stuk professioneler.

Maar ik zette de vloer er dus in en dat ging zo goed dit keer. Vroeger werd ik altijd moedeloos van klusjes in huis, dan vond ik dat mijn vriend moest helpen omdat ik het zelf allemaal niet kon en uiteindelijk zat er sowieso een moment van crisis in, waarop ik naar boven stormde omdat ik het allemaal niet meer wist en dat wilde tonen. Later haatte ik mezelf dan om dit gedrag. Nu was dat dus niet nodig, ik beitste gewoon een vloer. Daarna plofte ik op de bank en was er een programma op tv over stellen die in een soort relatietherapie gingen door met elkaars partner te ruilen. Toen bleek dat ook nog een hele serie te zijn, we kunnen deze mensen wekenlang gaan volgen. Dat het voelde alsof ik beloond werd voor mijn gebeits.

Dat het wel meubelbeits blijkt te zijn, en het er volgens mijn vriend daarom niet lang op zal blijven zitten.

Dood

Dat ik al geslapen had en toen rond één uur ’s nachts wakker werd en iets tegen mijn vriend zei, maar hij reageerde niet. Dat ik naar de wc ging en toen zag dat er beneden nog licht brandde. Dat ik toen concludeerde: mijn vriend ligt dood in bed én hij heeft de lampen aangelaten.

Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer en vonden het steeds onwaarschijnlijker, dit kon bijna niet. Dat ik toen bijna tegen mijn vriend zei: bel Clever anders even.

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun hele leven last bleven houden of operaties met pinnen moesten en nooit meer de oude werden. Mijn moeder begon aan de telefoon ook een heel verhaal over dat hij zich er niet op moet verkijken, dat ik ook nog dacht: waarom zeg je dit tegen mij? Dat ik toen zei dat ik haar het nummer van mijn vriend wel kon geven, maar dat had ze al. Het leek bijna alsof de huidige situatie met het gips beter zou zijn, want daar hoorde ik niemand over.

Inmiddels verheugen wíj ons nog steeds op het verwijderen van het gips, maar alleen nog stiekem.

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’ ook niet durfde te gebruiken. ‘Die ziekte met die kinderachtige naam’, zei hij daarom maar. Dat ik toen dacht: je bent zelf kinderachtig. En daarna: ik ben zelf kinderachtig.