Excursie

Dat ik droomde dat Theo Maassen met ons mee op vakantie was, en ik toen steeds als ik een grapje tegen mijn vriend maakte omkeek of Theo daar wel om moest lachen. Doodvermoeiend was het. Dat ik op een gegeven moment ook besefte dat we allebei alleen maar daarmee bezig waren, terwijl wel normaal echt wel dingen gaan doen op vakantie. Nog nooit had ik zo uitgekeken naar een excursie als nu.

Fiets

Dat het op het station vaak zo vol is met fietsen en ik eigenlijk bijna altijd haast heb. Vaak prop ik ‘m dan ergens tussen, waar mijn fiets zelf op zich wel past maar de krat die bij mij voorop zit de andere fietsen toch wel behoorlijk klem zet. Ik weet dat dit irritant is voor de eigenaars van de buurfietsen, maar meestal praat ik het goed door te denken dat ik vast eerder terug ben dan zij, en dat ze er dan helemaal geen last van hebben gehad. Soms is dat niet het geval en staat mijn fiets als ik terugkom gewoon haaks op alle andere fietsen, of eigenlijk hangt hij een beetje op de rest. Je ziet dat ze hem niet alleen aan de kant hebben gezet maar dat ze dit een beetje bruut hebben gedaan, dat ze daarbij een punt wilden maken. Mijn fiets ligt er dan uitgefoeterd bij, alsof hij zelf ook wel weet dat hij fout zat.

Bank

Dat ik een week met heel veel optredens had en daarom zo naar zondagavond uitkeek. Ik zag al helemaal voor me dat ik zo moe zou zijn dat ik dan alleen nog maar op de bank zou kunnen ploffen. Ik zou daar dan zo uitgebreid gaan liggen, en af en toe even naar mijn vriend roepen hoe moe ik wel niet was. Maar dat ik toen thuiskwam en nog erg actief bleek te zijn.  Dat dat niet matchte met mijn beeld en ik toen niet wist of ik nu alsnog op die bank moest plaatsnemen of mijn activiteit maar gewoon moest botvieren op dingen zoals pannen afwassen en de boekhouding. Dat het een hele onduidelijke avond werd.

Tussenvrouw

Dat ik met mijn honden naar de hei reed, maar er toen een stukje voor mij een oude vrouw van haar fiets viel. Ze viel niet hard, ze schrok vooral. Ik fietste niet direct achter haar, er zat nog een vrouw tussen ons in, en die stopte even, en ergens dacht ik toen al: mooi, dan kan zij dit afhandelen. Want ik had haast en dit paste niet in mijn planning. Maar dat die tussenvrouw toen alleen even vroeg of het weer ging, en daarna wegreed. Maar het ging overduidelijk niet, ze zat te trillen en zei last van haar pols te hebben. Ik vroeg haar of ik niet iemand kon bellen, waarop ze antwoordde dat ze geen kinderen in de buurt had wonen. Dat was op zich de vraag niet, maar ik vermoedde wel al dat er verder ook niemand was. Ze was niet erg genoeg gevallen voor een ambulance, maar leek ook niet zelf naar huis te kunnen. Nu had ik ook geen telefoon bij me, en wel twee honden, dus heel flexibel was ik ook niet qua oplossingen. Ik vroeg haar uiteindelijk maar met lichte tegenzin of ik met haar mee moest lopen naar huis, maar dat wilde ze gelukkig niet. Ze besloot weer te gaan fietsen, en ik reed langzaam achter haar aan (een taak die ik, nogmaals, eigenlijk bij de tussenvrouw vond liggen). Na tien meter stapte ze weer af en trilde ze verder. Ik zei haar dat ze beter kon gaan lopen. Dat wilde ze niet, ze moest en zou fietsen. Uiteindelijk kwam er nog een ander stel aangefietst, en ik besloot hen erbij te betrekken. Zoals de tussenvrouw mij genaaid had, naaide ik hen. ‘Die mevrouw is gevallen’, zei ik. Toen gingen zij zich er gelukkig mee bemoeien. Die man zei tegen mij dat ze nogal eigenwijs was, en ook dat ze misschien niet helemaal 100 procent was in haar hoofd. Op de een of andere manier pleitte dat mij voor mijn gevoel vrij: een demente die geen hulp wil kún je alleen maar laten gaan. Dat ik wel hoopte dat ze niet ergens langs de kant van de weg zou komen te liggen, omdat ik me dan alsnog schuldig zou voelen. Dat ik wederom vond dat die tussenvrouw zich dat veel meer aan zou moeten trekken.

Kachelen

Dat ik net mijn rijbewijs had en toen ‘s avonds met de auto langs een bord reed waar 120 op stond met daaronder ‘6-19h’. Dat ik zo trots was dat ik, ik tegenstelling tot veel andere auto’s, wist dat je dus 130 mocht (omdat het bord betekent dat je alleen overdag 120 moet rijden). Ik haalde iedereen in, en de rest maar sloom kachelen. Telkens als ik daarna weer op een weg met dat bord reed, voelde ik me meteen weer heel wat. Totdat ik besefte dat het soms ook echt tussen 6 en 19 uur is.

Hoofdmoot

Dat ik de laatste tijd zoveel Dille & Kamille-tassen zie dat ik het bijna zielig ga vinden voor de betreffende winkel. Het is natuurlijk fijn voor ze dat ze een product hebben dat zo aanslaat, maar het is niet eens een echt product. Ik neem aan dat ze eigenlijk spulletjes wilden verkopen en toen die tassen erbij zijn gaan doen om het te kunnen vervoeren. En nu is hun vervoermiddel de hoofdmoot geworden. En maken ze wel overal reclame, omdat iedereen die tassen ziet, maar koopt alsnog niemand die spullen maar alleen de tas. De tas maakt als het ware reclame voor zichzelf.

Het voelt een beetje als een band die steeds hetzelfde hitje moet spelen, en op een gegeven moment niet meer durft op te treden zonder dat nummer, omdat ze dan zelf ook niet meer weten wie ze zijn. Misschien denkt de directeur van Dille & Kamille wel regelmatig dat ze een tassenmerk is (ik ga er blijkbaar van uit dat het een vrouw is), totdat ze al die plantenpotjes en dat keukengerei ziet staan. Dat ze dan ook nog heel even denkt: wat doet al die troep hier? Maar dan weer beseft dat het daar juist allemaal om begonnen was.

Blussen

Dat ik mijn mond verbrandde, het eten was zo heet dat ik echt even moest schudden met mijn hoofd en daarna eerst iets scheld-achtigs moest roepen voordat ik er een slok water overheen gooide. Dat ik me daarna wel afvroeg of ik het roepen ook zou hebben gedaan als mijn vriend niet thuis was geweest. Dan loont zoiets eigenlijk niet en kun je beter meteen gaan blussen. Het stomste was nog dat ik heus wel wist dat het te heet was, niet bij voorbaat maar wel toen ik het eenmaal in mijn mond stak, ik voelde dat ik overmoedig was geweest (of dat andere woord waarvan ik nooit precies weet wat het betekent, volgens mij zou dat heel goed hier kunnen: opportunistisch? Nu ik het opzoek blijkt het nergens op te slaan in deze context, wat jammer. Het is zo’n definitie die ik meteen weer vergeet, ik heb het net gelezen en weet nu al niet meer wat het was. Dat zijn mislukte woorden wat mij betreft – net als dat afhankelijk en onafhankelijk echt andersom moeten qua betekenis. Afhankelijk klinkt als sterk, onafhankelijk als wat je niet wilt zijn.). Zodra het in mijn mond zat voelde ik direct dat het te heet was, nog voordat het mijn tong had bereikt. Maar ik had geen zin om het uit te spugen, dat vind ik best een heftige actie, en ook een beetje vies. (En wat doe je er daarna mee? Ga je het daarna dan alsnog in je mond stoppen of los je de boel op met een servet? Hebben we wel servetten in huis?) Dus besloot ik om maar even door te zetten. Waarna ik dus ging schudden en vloeken en blussen.

Daarna legde ik aan mijn vriend uit dat het in zekere zin een keuze was geweest, om mijn bek te branden.

Huisvuil

Dat de straat waar ik moest zijn was afgesloten en mijn bus er dus niet stopte. Dat ik daarom één halte eerder ben uitgestapt. Dat ik toen die afgesloten straat inliep, maar er toch een fietspad bleek te zijn waar de auto’s nu ook even overheen mochten en ik ineens ook nog een geel bordje zag en dacht: zou daar dan tóch ‘bushalte’ op staan en had ik er dan toch hier uit gekund? Maar er bleek ‘huisvuil’ op te staan. Dat ik toen heel even beledigd was, omdat ik dacht dat de gemeente ons busreizigers als huisvuil beschouwde. Totdat ik besefte dat het gewoon geen halte was, dat het echt alleen voor huisvuil was bedoeld.

Misschien maken wel meer mensen deze denkfout, zodat er dan toch een groepje reizigers met minderwaardige gevoelens daar gaat staan wachten. En dat ze dan pas op dinsdag worden opgehaald, en dan ook nog om de week.

Vaas

Dat ik een hele grote vaas probeerde schoon te maken, maar dat altijd nogal een klus is. Als ik hem rechtop in de gootsteen zet komt hij boven de kraan uit, dus kan ik er geen water in laten lopen. Daarom moet ik hem schuin houden, maar dan probeer ik wel te zorgen dat mijn hele aanrecht niet ook onder water loopt. Vervolgens moet ik er echt in met een borstel. Mijn hele onderarm en een deel van mijn bovenarm gaan mee. Nu stonk de vaas nogal, ik laat bloemen altijd te lang staan. Dus ik wilde met mijn arm de randen niet aanraken, anders kon ik voor mijn gevoel wel weer gaan douchen daarna. Het voelde een beetje alsof ik zo’n spel met een zenuwspiraal deed, het was schier onmogelijk. En het deed me ook nog aan iets anders denken, maar ik kon er even niet op komen wat. En toen wist ik het: alsof ik een kalf uit een koe aan het trekken was. Maar dan met een stuk minder spectaculair resultaat.

Kinderwagen

Dat iemand mij vroeg om te helpen haar kinderwagen uit de trein te tillen. Dat ik dat deed, en het al een beetje een wankel gebeuren vond, ik had namelijk maar één hand vrij. Toch lukte het me om te zorgen dat hij niet kantelde. Ik zette hem op het perron neer, niks aan de hand. Maar toen ik weg wilde lopen werd ik ineens gecorrigeerd door een man die de kinderwagen nog een klein stukje verplaatste, en daarbij een opmerking maakte over dat het wiel niet alsnog tussen het perron en de trein moest komen. De moeder en hij lachten er even om, zo van: ja, stel je voor. Dat ik hem toen een overbezorgde zeikerd vond maar ook bang was dat ik ‘m echt niet goed had neergezet.