blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Steigers

Dat ik vanmiddag langs een flat fietste waarvan ik dacht dat die nog steeds in de steigers stond. Ik vond het allemaal wel erg lang duren, ze zijn daar al jaren bezig. De laatste tijd zie ik ze ook weinig doen. Dat ik me toen ineens realiseerde dat die ronde ijzeren palen eromheen de bedoeling zijn en dus ook blijven, het zijn helemaal geen steigers. Als je ze weg zou halen, zag ik ineens, zouden alle balkons ook instorten, want een van de horizontale palen is steeds de onderkant van alle balkons op die verdieping. Dan zouden de mensen daar niet meer naar buiten kunnen, wat natuurlijk jammer voor ze zou zijn. Maar ze zouden nog wel uit het raam kunnen kijken en dan eindelijk het gevoel hebben in een af huis te wonen.

Bloeddruk

Dat mijn vriend elke dag een pil moet nemen tegen zijn hoge bloeddruk, maar niet zo precies is daarmee. In plaats van dan constant boos op zichzelf te zijn als hij het vergeet, is hij trots zodra het een keer gelukt is. Hij moest ook naar de huisarts voor een controle en nieuwe pillen, maar ook daar was hij te laat mee. Omdat zijn pillen al een paar dagen op waren klopte de bloeddrukmeting daar vervolgens niet. Hij leek zich toen helemaal niet te schamen tegenover die huisarts, terwijl ik me al bijna schaam als ik er nu weer kom en zij ziet dat wij op hetzelfde adres wonen.

Je niet druk maken om je eigen medische aandoeningen, ook niet nadat de huisarts heeft gezegde ‘hoge bloeddruk is een sluipmoordenaar’, dat heeft zijn moeder ook. Die ligt daar ook geen nacht wakker van, blijkbaar is dat erfelijk.

Dat gen, het sluipmoord-tolerantie-gen, dat wil ik ook. Maar dan zonder die bloeddruk.

Ruikruimte

Dat je de voerbakken van onze honden niet te dicht bij elkaar moet zetten, want dan gaan ze om het eten vechten. Het moet duidelijk zijn wat van wie is en dan gaat het prima. Maar als ik ze samen uitlaat en ze hebben ergens een perfect ruikplekje gevonden is er niks aan de hand. Ze staan gerust tegelijk aan precies hetzelfde hoekje van een stenen muurtje te ruiken, of exact hetzelfde boompje. Blijkbaar is er genoeg ruikruimte, zijn ze niet bang dat de ander te veel geur opsnuift en er dan te weinig voor hen overblijft. Toch zou je denken dat ze juist dan ook wel even om de beurt kunnen, om dan lekker even die hele stoeptegel voor zichzelf hebben. Maar dat doen ze nooit. Er is blijkbaar genoeg van, maar moet het wel nu.

Naarstig 

Dat ik voor het eerst ‘naarstig’ op zoek was geweest ergens naar. Namelijk naar een reservesleutel. Die zocht ik in de groene kast, een kast die nog van mijn ouders is geweest met allemaal kleine laatjes (hij hoorde destijds bij de groene tafel). Eerder leek dat me zo’n overbodig woord, ‘naarstig’, zo’n woord dat we het niet zouden missen als het er niet was. Maar nu ik al die stapels zooi uit de laatjes bovenop de kast zag liggen, en overal sleutels zag, en de laatjes die nog open stonden, dacht ik: dit moet het resultaat zijn van naarstig zoeken, dat kan niet anders.

Opblijven

Dat ik een vrij ascetisch weekje achter de rug had. Ik had geen optredens en mijn vriend was op een congres, en dat resulteerde er blijkbaar in dat ik vroeg naar bed ging en daarna steeds vroeg opstond om te schrijven. Dat ik toen bijna vergat hoeveel ik eigenlijk van opblijven hou.

Gisteren realiseerde ik het me ineens weer, toen ik het deed. Meteen kwamen er allemaal herinneringen boven van dat ik vroeger ook altijd op wilde blijven. Als er dan een vriendinnetje kwam logeren was ik zo beledigd dat zij op een gegeven moment, na heel lang kletsen, liever wilde slapen dan nog meer kletsen – als ik eraan terugdenk voel ik het nóg. Of op schoolkampen, dan kon ik hele nachten doorgaan, en snapte ik niet waarom je ooit nog zou willen slapen. Je moet zulke voorliefdes wel een beetje onderhouden, anders vergeet je wie je echt bent.

Dat ik vanochtend weer eens met chips heb ontbeten, dat was ook lang geleden.

Eigenlijk

Dat ik een tijdschrift las en er helemaal onderaan de bladzijde een heel klein rondje stond met een advertentie erin die erg op mij van toepassing was (biologisch katoenen dekbedovertrekken). Dat ik toen heel even dacht dat het een gepersonaliseerde advertentie was, maar me meteen daarna realiseerde dat dat niet kan omdat ik (voor zover ik weet) geen Google glasses draag. Als iemand mijn bril ongemerkt heeft verwisseld zou het wel kunnen, en dan vind ik het knap dat ze dat rondje zo precies konden vervangen. Dan ben ik wel benieuwd wat er eigenlijk in dat rondje stond. Of heeft iedereen ongemerkt die glasses gekregen en bestaat er dan geen ‘eigenlijk’ meer?

Rolriem

Dat iemand wederom aan mij vroeg waarom ik niet in Amsterdam woon. Maar dat deze persoon het niet vroeg als oordeel, om lekker boven mij te gaan staan, maar als echte vraag. ‘De stad staat je goed’, zei hij. Ik was het daar wel mee eens, ik had ook een leuke regenjas aan en een beetje make-up op, ik kon de stad aan die dag.

Dat ik me soms ook wel afvraag hoe het is om daar echt te wonen, met die drukte en hoe mijn hond daar dan tussen past. Dat hij dat waarschijnlijk helemaal niet zo leuk zal vinden, om zo op te moeten letten waar hij loopt. Hij heeft de rolriem het liefst op zijn langst, en dat hij dan zelf zo veel mogelijk keuzes kan maken. Maar daar houden voorbijgangers dan weer niet zo van. Die willen zelf een oneindige rolriem en dat is nou eenmaal geen goede match.

Prullenbak

Dat er een man voorbij liep en ik me afvroeg of het een zwerver was. Ik weet niet precies waar ik dat aan dacht te zien. Hij liep een beetje raar, met zijn hoofd iets te veel naar voren, het zat net een beetje voor zijn romp. Zijn kleren waren een beetje smoezelig maar niet extreem, net als zijn huid. Hij vertoonde verder geen zwerversactiviteiten, dus misschien was het ook gewoon een huisvader op weg naar de trein.

Dat ik toen wel besefte dat er een behoorlijk grote groep mensen is van wie het me niet zou verbazen als ze ineens in een prullenbak gaan graaien.

Muziek

Dat ik in de supermarkt getuige was van een soort mini-ruzie tussen een vrouw die de zegels van de andere klanten ook wilde hebben en een jongen met harde muziek uit zijn tas die daar een grapje over probeerde te maken. Dat het grapje nergens op sloeg, en de jongen toen concludeerde dat die vrouw geen ‘sense of humor’ had. Dat ik daar ook van overtuigd was, maar het niet eens was met zijn argumenten om tot die conclusie te komen, en de muziek van mij ook wel wat zachter mocht.

E(r)(d)win

Dat ik het afgelopen jaar twee Erwins en één Edwin heb leren kennen – of is het nou andersom? Daarvoor kende ik niemand die zo heette. Dat dat te veel blijkt te zijn om in één jaar te verwerken, en ik nu de hele tijd bij alle drie twijfel of ze nou Erwin of Edwin heten.

Vaak begin ik alvast met het zeggen van de ‘E’ om dan gaandeweg te beslissen of ik voor een ‘d’ of een ‘r’ ga. Eentje heb ik samen met een Rogier leren kennen, dus bij hem doe ik het vaak via Rogier: het is ‘Erwin en Rogier’, ‘Edwin en Rogier’ zou nergens op slaan. En als er geen Rogier in het spel is, is het Edwin. Maar die redenering duurt langer dan het duurt om de ‘E’ te zeggen, dus val ik toch altijd door de mand.

Maar goed, nu heb ik er gelukkig even tijd voor en ben ik eruit: Ik ken twee Edwinnen en één Erwin.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Steigers

Dat ik vanmiddag langs een flat fietste waarvan ik dacht dat die nog steeds in de steigers stond. Ik vond het allemaal wel erg lang duren, ze zijn daar al jaren bezig. De laatste tijd zie ik ze ook weinig doen. Dat ik me toen ineens realiseerde dat die ronde ijzeren palen eromheen de bedoeling zijn en dus ook blijven, het zijn helemaal geen steigers. Als je ze weg zou halen, zag ik ineens, zouden alle balkons ook instorten, want een van de horizontale palen is steeds de onderkant van alle balkons op die verdieping. Dan zouden de mensen daar niet meer naar buiten kunnen, wat natuurlijk jammer voor ze zou zijn. Maar ze zouden nog wel uit het raam kunnen kijken en dan eindelijk het gevoel hebben in een af huis te wonen.

Bloeddruk

Dat mijn vriend elke dag een pil moet nemen tegen zijn hoge bloeddruk, maar niet zo precies is daarmee. In plaats van dan constant boos op zichzelf te zijn als hij het vergeet, is hij trots zodra het een keer gelukt is. Hij moest ook naar de huisarts voor een controle en nieuwe pillen, maar ook daar was hij te laat mee. Omdat zijn pillen al een paar dagen op waren klopte de bloeddrukmeting daar vervolgens niet. Hij leek zich toen helemaal niet te schamen tegenover die huisarts, terwijl ik me al bijna schaam als ik er nu weer kom en zij ziet dat wij op hetzelfde adres wonen.

Je niet druk maken om je eigen medische aandoeningen, ook niet nadat de huisarts heeft gezegde ‘hoge bloeddruk is een sluipmoordenaar’, dat heeft zijn moeder ook. Die ligt daar ook geen nacht wakker van, blijkbaar is dat erfelijk.

Dat gen, het sluipmoord-tolerantie-gen, dat wil ik ook. Maar dan zonder die bloeddruk.

Ruikruimte

Dat je de voerbakken van onze honden niet te dicht bij elkaar moet zetten, want dan gaan ze om het eten vechten. Het moet duidelijk zijn wat van wie is en dan gaat het prima. Maar als ik ze samen uitlaat en ze hebben ergens een perfect ruikplekje gevonden is er niks aan de hand. Ze staan gerust tegelijk aan precies hetzelfde hoekje van een stenen muurtje te ruiken, of exact hetzelfde boompje. Blijkbaar is er genoeg ruikruimte, zijn ze niet bang dat de ander te veel geur opsnuift en er dan te weinig voor hen overblijft. Toch zou je denken dat ze juist dan ook wel even om de beurt kunnen, om dan lekker even die hele stoeptegel voor zichzelf hebben. Maar dat doen ze nooit. Er is blijkbaar genoeg van, maar moet het wel nu.

Naarstig 

Dat ik voor het eerst ‘naarstig’ op zoek was geweest ergens naar. Namelijk naar een reservesleutel. Die zocht ik in de groene kast, een kast die nog van mijn ouders is geweest met allemaal kleine laatjes (hij hoorde destijds bij de groene tafel). Eerder leek dat me zo’n overbodig woord, ‘naarstig’, zo’n woord dat we het niet zouden missen als het er niet was. Maar nu ik al die stapels zooi uit de laatjes bovenop de kast zag liggen, en overal sleutels zag, en de laatjes die nog open stonden, dacht ik: dit moet het resultaat zijn van naarstig zoeken, dat kan niet anders.

Opblijven

Dat ik een vrij ascetisch weekje achter de rug had. Ik had geen optredens en mijn vriend was op een congres, en dat resulteerde er blijkbaar in dat ik vroeg naar bed ging en daarna steeds vroeg opstond om te schrijven. Dat ik toen bijna vergat hoeveel ik eigenlijk van opblijven hou.

Gisteren realiseerde ik het me ineens weer, toen ik het deed. Meteen kwamen er allemaal herinneringen boven van dat ik vroeger ook altijd op wilde blijven. Als er dan een vriendinnetje kwam logeren was ik zo beledigd dat zij op een gegeven moment, na heel lang kletsen, liever wilde slapen dan nog meer kletsen – als ik eraan terugdenk voel ik het nóg. Of op schoolkampen, dan kon ik hele nachten doorgaan, en snapte ik niet waarom je ooit nog zou willen slapen. Je moet zulke voorliefdes wel een beetje onderhouden, anders vergeet je wie je echt bent.

Dat ik vanochtend weer eens met chips heb ontbeten, dat was ook lang geleden.

Eigenlijk

Dat ik een tijdschrift las en er helemaal onderaan de bladzijde een heel klein rondje stond met een advertentie erin die erg op mij van toepassing was (biologisch katoenen dekbedovertrekken). Dat ik toen heel even dacht dat het een gepersonaliseerde advertentie was, maar me meteen daarna realiseerde dat dat niet kan omdat ik (voor zover ik weet) geen Google glasses draag. Als iemand mijn bril ongemerkt heeft verwisseld zou het wel kunnen, en dan vind ik het knap dat ze dat rondje zo precies konden vervangen. Dan ben ik wel benieuwd wat er eigenlijk in dat rondje stond. Of heeft iedereen ongemerkt die glasses gekregen en bestaat er dan geen ‘eigenlijk’ meer?

Rolriem

Dat iemand wederom aan mij vroeg waarom ik niet in Amsterdam woon. Maar dat deze persoon het niet vroeg als oordeel, om lekker boven mij te gaan staan, maar als echte vraag. ‘De stad staat je goed’, zei hij. Ik was het daar wel mee eens, ik had ook een leuke regenjas aan en een beetje make-up op, ik kon de stad aan die dag.

Dat ik me soms ook wel afvraag hoe het is om daar echt te wonen, met die drukte en hoe mijn hond daar dan tussen past. Dat hij dat waarschijnlijk helemaal niet zo leuk zal vinden, om zo op te moeten letten waar hij loopt. Hij heeft de rolriem het liefst op zijn langst, en dat hij dan zelf zo veel mogelijk keuzes kan maken. Maar daar houden voorbijgangers dan weer niet zo van. Die willen zelf een oneindige rolriem en dat is nou eenmaal geen goede match.

Prullenbak

Dat er een man voorbij liep en ik me afvroeg of het een zwerver was. Ik weet niet precies waar ik dat aan dacht te zien. Hij liep een beetje raar, met zijn hoofd iets te veel naar voren, het zat net een beetje voor zijn romp. Zijn kleren waren een beetje smoezelig maar niet extreem, net als zijn huid. Hij vertoonde verder geen zwerversactiviteiten, dus misschien was het ook gewoon een huisvader op weg naar de trein.

Dat ik toen wel besefte dat er een behoorlijk grote groep mensen is van wie het me niet zou verbazen als ze ineens in een prullenbak gaan graaien.

Muziek

Dat ik in de supermarkt getuige was van een soort mini-ruzie tussen een vrouw die de zegels van de andere klanten ook wilde hebben en een jongen met harde muziek uit zijn tas die daar een grapje over probeerde te maken. Dat het grapje nergens op sloeg, en de jongen toen concludeerde dat die vrouw geen ‘sense of humor’ had. Dat ik daar ook van overtuigd was, maar het niet eens was met zijn argumenten om tot die conclusie te komen, en de muziek van mij ook wel wat zachter mocht.

E(r)(d)win

Dat ik het afgelopen jaar twee Erwins en één Edwin heb leren kennen – of is het nou andersom? Daarvoor kende ik niemand die zo heette. Dat dat te veel blijkt te zijn om in één jaar te verwerken, en ik nu de hele tijd bij alle drie twijfel of ze nou Erwin of Edwin heten.

Vaak begin ik alvast met het zeggen van de ‘E’ om dan gaandeweg te beslissen of ik voor een ‘d’ of een ‘r’ ga. Eentje heb ik samen met een Rogier leren kennen, dus bij hem doe ik het vaak via Rogier: het is ‘Erwin en Rogier’, ‘Edwin en Rogier’ zou nergens op slaan. En als er geen Rogier in het spel is, is het Edwin. Maar die redenering duurt langer dan het duurt om de ‘E’ te zeggen, dus val ik toch altijd door de mand.

Maar goed, nu heb ik er gelukkig even tijd voor en ben ik eruit: Ik ken twee Edwinnen en één Erwin.

Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer

Read More

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun

Read More

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’

Read More

Boukje

Dat ik een documentaire keek waarin een man werd geïnterviewd over zijn liefdesleven. Na een jarenlang huwelijk had zijn vrouw een hersenbloeding gekregen, ze moest naar een tehuis en er was weinig van haar over. Hij werd er doodongelukkig van om alleen te wonen en overwoog zelfmoord. Maar toen was

Read More

Kuchen

Dat ik pianoles had en weer niet goed geoefend had. Ik wilde daar geen sorry voor zeggen, omdat ik daar niet in geloof. Je moeten dingen niet voor een leraar gaan doen, als ik zelf lesgeef haat ik het altijd als leerlingen dat doen. Ik speelde het half-geoefende nummer met

Read More