blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer en vonden het steeds onwaarschijnlijker, dit kon bijna niet. Dat ik toen bijna tegen mijn vriend zei: bel Clever anders even.

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun hele leven last bleven houden of operaties met pinnen moesten en nooit meer de oude werden. Mijn moeder begon aan de telefoon ook een heel verhaal over dat hij zich er niet op moet verkijken, dat ik ook nog dacht: waarom zeg je dit tegen mij? Dat ik toen zei dat ik haar het nummer van mijn vriend wel kon geven, maar dat had ze al. Het leek bijna alsof de huidige situatie met het gips beter zou zijn, want daar hoorde ik niemand over.

Inmiddels verheugen wíj ons nog steeds op het verwijderen van het gips, maar alleen nog stiekem.

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’ ook niet durfde te gebruiken. ‘Die ziekte met die kinderachtige naam’, zei hij daarom maar. Dat ik toen dacht: je bent zelf kinderachtig. En daarna: ik ben zelf kinderachtig.

Kuchen

Dat ik pianoles had en weer niet goed geoefend had. Ik wilde daar geen sorry voor zeggen, omdat ik daar niet in geloof. Je moeten dingen niet voor een leraar gaan doen, als ik zelf lesgeef haat ik het altijd als leerlingen dat doen. Ik speelde het half-geoefende nummer met horten en stoten door. Ondertussen hoorde ik hem een beetje kuchen, hij had duidelijk moeite om zijn aandacht erbij te houden. Als ik een nummer vloeiend speel, kucht hij nooit. Dat ik het ineens zo zielig voor hem vind, dat juist hij, die zo van vloeiende muziek houdt, naar zo veel haperend pianospel moet luisteren.

Slaatje

Dat ik ’s avonds in de trein zat en er in de 4-zits naast mij een jongen en een meisje zaten, die elkaar wel bleken te kennen maar niet heel goed. Zij vertelde hem dat ze met psychiatrische patiënten werkt en was daar nogal over aan het opscheppen. Het ene na het andere sterke verhaal kwam eruit, en de jongen was zichtbaar onder de indruk. Hij flapte er ook af en toe iets doms uit, zoals: ‘dan moet je er wel echt al in je hersenen iets mis zijn, lijkt me.’ Terwijl hij overduidelijk geen idee had. Haar werk leek hem bovendien ‘niet saai’ en ‘cool’. Hoe meer zij opschepte, ook over de gevaren en wat er een keer met wie was gebeurd, hoe zieliger ik de patiënten begon te vinden. Je wordt overdag misschien geholpen, maar diegene slaat daar later weer een slaatje uit.

Excursie

Dat ik droomde dat Theo Maassen met ons mee op vakantie was, en ik toen steeds als ik een grapje tegen mijn vriend maakte omkeek of Theo daar wel om moest lachen. Doodvermoeiend was het. Dat ik op een gegeven moment ook besefte dat we allebei alleen maar daarmee bezig waren, terwijl we normaal echt wel dingen gaan doen op vakantie. Nog nooit had ik zo uitgekeken naar een excursie als nu.

Fiets

Dat het op het station vaak zo vol is met fietsen en ik eigenlijk bijna altijd haast heb. Vaak prop ik ‘m dan ergens tussen, waar mijn fiets zelf op zich wel past maar de krat die bij mij voorop zit de andere fietsen toch wel behoorlijk klem zet. Ik weet dat dit irritant is voor de eigenaars van de buurfietsen, maar meestal praat ik het goed door te denken dat ik vast eerder terug ben dan zij, en dat ze er dan helemaal geen last van hebben gehad. Soms is dat niet het geval en staat mijn fiets als ik terugkom gewoon haaks op alle andere fietsen, of eigenlijk hangt hij een beetje op de rest. Je ziet dat ze hem niet alleen aan de kant hebben gezet maar dat ze dit een beetje bruut hebben gedaan, dat ze daarbij een punt wilden maken. Mijn fiets ligt er dan uitgefoeterd bij, alsof hij zelf ook wel weet dat hij fout zat.

Bank

Dat ik een week met heel veel optredens had en daarom zo naar zondagavond uitkeek. Ik zag al helemaal voor me dat ik zo moe zou zijn dat ik dan alleen nog maar op de bank zou kunnen ploffen. Ik zou daar dan zo uitgebreid gaan liggen, en af en toe even naar mijn vriend roepen hoe moe ik wel niet was. Maar dat ik toen thuiskwam en nog erg actief bleek te zijn. Dat dat niet matchte met mijn beeld en ik toen niet wist of ik nu alsnog op die bank moest plaatsnemen of mijn activiteit maar gewoon moest botvieren op dingen zoals pannen afwassen en de boekhouding. Dat het een hele onduidelijke avond werd.

Tussenvrouw

Dat ik met mijn honden naar de hei reed, maar er toen een stukje voor mij een oude vrouw van haar fiets viel. Ze viel niet hard, ze schrok vooral. Ik fietste niet direct achter haar, er zat nog een vrouw tussen ons in, en die stopte even, en ergens dacht ik toen al: mooi, dan kan zij dit afhandelen. Want ik had haast en dit paste niet in mijn planning. Maar dat die tussenvrouw toen alleen even vroeg of het weer ging, en daarna wegreed. Maar het ging overduidelijk niet, ze zat te trillen en zei last van haar pols te hebben. Ik vroeg haar of ik niet iemand kon bellen, waarop ze antwoordde dat ze geen kinderen in de buurt had wonen. Dat was op zich de vraag niet, maar ik vermoedde wel al dat er verder ook niemand was. Ze was niet erg genoeg gevallen voor een ambulance, maar leek ook niet zelf naar huis te kunnen. Nu had ik ook geen telefoon bij me, en wel twee honden, dus heel flexibel was ik ook niet qua oplossingen. Ik vroeg haar uiteindelijk maar met lichte tegenzin of ik met haar mee moest lopen naar huis, maar dat wilde ze gelukkig niet. Ze besloot weer te gaan fietsen, en ik reed langzaam achter haar aan (een taak die ik, nogmaals, eigenlijk bij de tussenvrouw vond liggen). Na tien meter stapte ze weer af en trilde ze verder. Ik zei haar dat ze beter kon gaan lopen. Dat wilde ze niet, ze moest en zou fietsen. Uiteindelijk kwam er nog een ander stel aangefietst, en ik besloot hen erbij te betrekken. Zoals de tussenvrouw mij genaaid had, naaide ik hen. ‘Die mevrouw is gevallen’, zei ik. Toen gingen zij zich er gelukkig mee bemoeien. Die man zei tegen mij dat ze nogal eigenwijs was, en ook dat ze misschien niet helemaal 100 procent was in haar hoofd. Op de een of andere manier pleitte dat mij voor mijn gevoel vrij: een demente die geen hulp wil kún je alleen maar laten gaan. Dat ik wel hoopte dat ze niet ergens langs de kant van de weg zou komen te liggen, omdat ik me dan alsnog schuldig zou voelen. Dat ik wederom vond dat die tussenvrouw zich dat veel meer aan zou moeten trekken.

Kachelen

Dat ik net mijn rijbewijs had en toen ‘s avonds met de auto langs een bord reed waar 120 op stond met daaronder ‘6-19h’. Dat ik zo trots was dat ik, ik tegenstelling tot veel andere auto’s, wist dat je dus 130 mocht (omdat het bord betekent dat je alleen overdag 120 moet rijden). Ik haalde iedereen in, en de rest maar sloom kachelen. Telkens als ik daarna weer op een weg met dat bord reed, voelde ik me meteen weer heel wat. Totdat ik besefte dat het soms ook echt tussen 6 en 19 uur is.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer en vonden het steeds onwaarschijnlijker, dit kon bijna niet. Dat ik toen bijna tegen mijn vriend zei: bel Clever anders even.

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun hele leven last bleven houden of operaties met pinnen moesten en nooit meer de oude werden. Mijn moeder begon aan de telefoon ook een heel verhaal over dat hij zich er niet op moet verkijken, dat ik ook nog dacht: waarom zeg je dit tegen mij? Dat ik toen zei dat ik haar het nummer van mijn vriend wel kon geven, maar dat had ze al. Het leek bijna alsof de huidige situatie met het gips beter zou zijn, want daar hoorde ik niemand over.

Inmiddels verheugen wíj ons nog steeds op het verwijderen van het gips, maar alleen nog stiekem.

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’ ook niet durfde te gebruiken. ‘Die ziekte met die kinderachtige naam’, zei hij daarom maar. Dat ik toen dacht: je bent zelf kinderachtig. En daarna: ik ben zelf kinderachtig.

Kuchen

Dat ik pianoles had en weer niet goed geoefend had. Ik wilde daar geen sorry voor zeggen, omdat ik daar niet in geloof. Je moeten dingen niet voor een leraar gaan doen, als ik zelf lesgeef haat ik het altijd als leerlingen dat doen. Ik speelde het half-geoefende nummer met horten en stoten door. Ondertussen hoorde ik hem een beetje kuchen, hij had duidelijk moeite om zijn aandacht erbij te houden. Als ik een nummer vloeiend speel, kucht hij nooit. Dat ik het ineens zo zielig voor hem vind, dat juist hij, die zo van vloeiende muziek houdt, naar zo veel haperend pianospel moet luisteren.

Slaatje

Dat ik ’s avonds in de trein zat en er in de 4-zits naast mij een jongen en een meisje zaten, die elkaar wel bleken te kennen maar niet heel goed. Zij vertelde hem dat ze met psychiatrische patiënten werkt en was daar nogal over aan het opscheppen. Het ene na het andere sterke verhaal kwam eruit, en de jongen was zichtbaar onder de indruk. Hij flapte er ook af en toe iets doms uit, zoals: ‘dan moet je er wel echt al in je hersenen iets mis zijn, lijkt me.’ Terwijl hij overduidelijk geen idee had. Haar werk leek hem bovendien ‘niet saai’ en ‘cool’. Hoe meer zij opschepte, ook over de gevaren en wat er een keer met wie was gebeurd, hoe zieliger ik de patiënten begon te vinden. Je wordt overdag misschien geholpen, maar diegene slaat daar later weer een slaatje uit.

Excursie

Dat ik droomde dat Theo Maassen met ons mee op vakantie was, en ik toen steeds als ik een grapje tegen mijn vriend maakte omkeek of Theo daar wel om moest lachen. Doodvermoeiend was het. Dat ik op een gegeven moment ook besefte dat we allebei alleen maar daarmee bezig waren, terwijl we normaal echt wel dingen gaan doen op vakantie. Nog nooit had ik zo uitgekeken naar een excursie als nu.

Fiets

Dat het op het station vaak zo vol is met fietsen en ik eigenlijk bijna altijd haast heb. Vaak prop ik ‘m dan ergens tussen, waar mijn fiets zelf op zich wel past maar de krat die bij mij voorop zit de andere fietsen toch wel behoorlijk klem zet. Ik weet dat dit irritant is voor de eigenaars van de buurfietsen, maar meestal praat ik het goed door te denken dat ik vast eerder terug ben dan zij, en dat ze er dan helemaal geen last van hebben gehad. Soms is dat niet het geval en staat mijn fiets als ik terugkom gewoon haaks op alle andere fietsen, of eigenlijk hangt hij een beetje op de rest. Je ziet dat ze hem niet alleen aan de kant hebben gezet maar dat ze dit een beetje bruut hebben gedaan, dat ze daarbij een punt wilden maken. Mijn fiets ligt er dan uitgefoeterd bij, alsof hij zelf ook wel weet dat hij fout zat.

Bank

Dat ik een week met heel veel optredens had en daarom zo naar zondagavond uitkeek. Ik zag al helemaal voor me dat ik zo moe zou zijn dat ik dan alleen nog maar op de bank zou kunnen ploffen. Ik zou daar dan zo uitgebreid gaan liggen, en af en toe even naar mijn vriend roepen hoe moe ik wel niet was. Maar dat ik toen thuiskwam en nog erg actief bleek te zijn. Dat dat niet matchte met mijn beeld en ik toen niet wist of ik nu alsnog op die bank moest plaatsnemen of mijn activiteit maar gewoon moest botvieren op dingen zoals pannen afwassen en de boekhouding. Dat het een hele onduidelijke avond werd.

Tussenvrouw

Dat ik met mijn honden naar de hei reed, maar er toen een stukje voor mij een oude vrouw van haar fiets viel. Ze viel niet hard, ze schrok vooral. Ik fietste niet direct achter haar, er zat nog een vrouw tussen ons in, en die stopte even, en ergens dacht ik toen al: mooi, dan kan zij dit afhandelen. Want ik had haast en dit paste niet in mijn planning. Maar dat die tussenvrouw toen alleen even vroeg of het weer ging, en daarna wegreed. Maar het ging overduidelijk niet, ze zat te trillen en zei last van haar pols te hebben. Ik vroeg haar of ik niet iemand kon bellen, waarop ze antwoordde dat ze geen kinderen in de buurt had wonen. Dat was op zich de vraag niet, maar ik vermoedde wel al dat er verder ook niemand was. Ze was niet erg genoeg gevallen voor een ambulance, maar leek ook niet zelf naar huis te kunnen. Nu had ik ook geen telefoon bij me, en wel twee honden, dus heel flexibel was ik ook niet qua oplossingen. Ik vroeg haar uiteindelijk maar met lichte tegenzin of ik met haar mee moest lopen naar huis, maar dat wilde ze gelukkig niet. Ze besloot weer te gaan fietsen, en ik reed langzaam achter haar aan (een taak die ik, nogmaals, eigenlijk bij de tussenvrouw vond liggen). Na tien meter stapte ze weer af en trilde ze verder. Ik zei haar dat ze beter kon gaan lopen. Dat wilde ze niet, ze moest en zou fietsen. Uiteindelijk kwam er nog een ander stel aangefietst, en ik besloot hen erbij te betrekken. Zoals de tussenvrouw mij genaaid had, naaide ik hen. ‘Die mevrouw is gevallen’, zei ik. Toen gingen zij zich er gelukkig mee bemoeien. Die man zei tegen mij dat ze nogal eigenwijs was, en ook dat ze misschien niet helemaal 100 procent was in haar hoofd. Op de een of andere manier pleitte dat mij voor mijn gevoel vrij: een demente die geen hulp wil kún je alleen maar laten gaan. Dat ik wel hoopte dat ze niet ergens langs de kant van de weg zou komen te liggen, omdat ik me dan alsnog schuldig zou voelen. Dat ik wederom vond dat die tussenvrouw zich dat veel meer aan zou moeten trekken.

Kachelen

Dat ik net mijn rijbewijs had en toen ‘s avonds met de auto langs een bord reed waar 120 op stond met daaronder ‘6-19h’. Dat ik zo trots was dat ik, ik tegenstelling tot veel andere auto’s, wist dat je dus 130 mocht (omdat het bord betekent dat je alleen overdag 120 moet rijden). Ik haalde iedereen in, en de rest maar sloom kachelen. Telkens als ik daarna weer op een weg met dat bord reed, voelde ik me meteen weer heel wat. Totdat ik besefte dat het soms ook echt tussen 6 en 19 uur is.

Clever

Dat we Clever wilden doen, een dobbelspelletje dat we de afgelopen dagen veel hadden gespeeld. Het moest dus wel in de buurt liggen, maar we zagen het nergens: niet op de cd-speler, niet op de vensterbank en niet op de grote tafel. We liepen allebei te zoeken door de kamer

Read More

Gips

Dat het gips van mijn vriend er bijna af mag, en we daar best wel naar uitkijken. Maar dat iedereen om ons heen de hele tijd zegt: denk maar niet dat het daarna weer goed is met je voet. Van alle kanten komen ons horrorverhalen tegemoet over mensen die hun

Read More

Kinderachtig

Dat ik droomde dat mijn schoonvader uitgezaaide kanker bleek te hebben, maar ze dat helemaal niet hadden verteld. Hij heeft wat last van zijn buik, was het verhaal naar ons toe geweest. Dat mijn vriend het belachelijk vond en dat aan mij wilde vertellen maar toen zelf het woord ‘kanker’

Read More

Boukje

Dat ik een documentaire keek waarin een man werd geïnterviewd over zijn liefdesleven. Na een jarenlang huwelijk had zijn vrouw een hersenbloeding gekregen, ze moest naar een tehuis en er was weinig van haar over. Hij werd er doodongelukkig van om alleen te wonen en overwoog zelfmoord. Maar toen was

Read More

Kuchen

Dat ik pianoles had en weer niet goed geoefend had. Ik wilde daar geen sorry voor zeggen, omdat ik daar niet in geloof. Je moeten dingen niet voor een leraar gaan doen, als ik zelf lesgeef haat ik het altijd als leerlingen dat doen. Ik speelde het half-geoefende nummer met

Read More