Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Zoekresultaten:

Ooievaarsnest

Dat ik een ooievaarsnest zag vanuit de trein. Het zat bovenop een paal, en er zaten ook daadwerkelijk ooievaars in. In het begin dacht ik even dat het nep was, want ik wist helemaal niet dat we die in Nederland hadden. In Frankrijk heb ik ooit speciaal een plaats bezocht die bekend stond om de ooievaarsnesten met bijbehorende ooievaars, en die hadden daar ook magneten, knuffels en placemats van, dus dat was heus niet zomaar iets. Maar hier zaten ze dus ook gewoon. Gelukkig had ik destijds geen magneet gekocht. Dat er twee op het nest zaten, parallel aan elkaar. Ze keken ook dezelfde kant op, maar er zat wel een beetje ruimte tussen. Dat ik toen heel even dacht: ze hebben net ruzie gehad, en doen nu alsof de ander niet bestaat. Maar dat ik daarna dacht: je kunt het ook juist zien als heel schappelijk, met alle snavels dezelfde kant op. Maar daarvoor weet ik dus te weinig van ooievaars.

Fruitprobleem

Dat ik een nieuwe oplossing bedacht heb voor mijn fruitprobleem (i.e. het probleem dat ik niet elke dag twee stuks fruit eet). Ik neem fruit mee voor onderweg, bijvoorbeeld naar een optreden of hobby. Als ik dan op de terugweg ben, is er niks anders te eten dan die appel. Dan zal ik als het goed is denken: een appel is beter dan niks. En als ik dan maar vaak genoeg onderweg ben, lost het probleem zich vanzelf op.

Retrospectief

Dat ik gisteren in een gesprek ineens het woord ‘status quo’ kon gebruiken. Dat had ik nog nooit eerder hardop gezegd. Ik wist niet honderd procent zeker of ik het goed toepaste, daarom wachtte ik daarna in spanning af. Niemand zei wat, dus ik denk dat het klopte (of zij wisten het ook niet). Toen ik vanochtend in een gedachte in mijn hoofd ineens ook nog het woord ‘retrospectief’ kon gebruiken, kon ik mijn geluk niet op.

Sulgevoelens

Dat ik mijn fiets op het station wilde pakken, maar er toen een gele papieren hanger aan mijn stuur hing met reclame erop. Daar zit je dan vervolgens als eigenaar maar mooi mee. aar. Soms doen ze het ook met een elastiekje, of ze gooien het in mijn krat. Dat is wel een nadeel van mijn fiets, jongeren gooien er soms ook afval in (ik ga ervan uit dat het jongeren zijn). Als ik dat ontdek (zowel bij afval als bij reclame), zegt mijn gevoel altijd dat ik het op de grond wil flikkeren, dan kan ik mijn boosheid erover nog een beetje kwijt. Maar dan lijk ík daarna de milieuvervuiler, terwijl zij dat eigenlijk zijn. Het alternatief is dat ik het voor ze weg ga gooien, maar dan beloon ik het in feite en wie weet staan ze wel om de hoek. Dan ben ik ook nog bang dat ze dat zien en in hun vuistje lachen (deze uitdrukking heb ik ook nog nooit eerder kunnen toepassen). Zo dwingen ze me te kiezen tussen schuldgevoelens en sulgevoelens.

Op hoop van zegen

Dat ik heel lang heb gedacht dat een knipperend oranje stoplicht bij een kruispunt betekende dat je het daar zelf maar moest uitzoeken. Pas toen ik twee jaar geleden rijles nam, ontdekte ik dat er reserveregels zijn, zoals haaientanden, die bij niet werkende lichten de voorrang bepalen. Dat ik het al die jaren daarvoor dus voor niks eng heb gevonden als de bestuurder van de auto waarin ik zat nogal hard op zo’n kruispunt afreed, en ik me er niet mee wilde bemoeien dus dan mijn ogen maar dichtdeed en dacht: op hoop van zegen.

Categorie

archief

Zoekresultaten:

Ooievaarsnest

Dat ik een ooievaarsnest zag vanuit de trein. Het zat bovenop een paal, en er zaten ook daadwerkelijk ooievaars in. In het begin dacht ik even dat het nep was, want ik wist helemaal niet dat we die in Nederland hadden. In Frankrijk heb ik ooit speciaal een plaats bezocht die bekend stond om de ooievaarsnesten met bijbehorende ooievaars, en die hadden daar ook magneten, knuffels en placemats van, dus dat was heus niet zomaar iets. Maar hier zaten ze dus ook gewoon. Gelukkig had ik destijds geen magneet gekocht. Dat er twee op het nest zaten, parallel aan elkaar. Ze keken ook dezelfde kant op, maar er zat wel een beetje ruimte tussen. Dat ik toen heel even dacht: ze hebben net ruzie gehad, en doen nu alsof de ander niet bestaat. Maar dat ik daarna dacht: je kunt het ook juist zien als heel schappelijk, met alle snavels dezelfde kant op. Maar daarvoor weet ik dus te weinig van ooievaars.

Fruitprobleem

Dat ik een nieuwe oplossing bedacht heb voor mijn fruitprobleem (i.e. het probleem dat ik niet elke dag twee stuks fruit eet). Ik neem fruit mee voor onderweg, bijvoorbeeld naar een optreden of hobby. Als ik dan op de terugweg ben, is er niks anders te eten dan die appel. Dan zal ik als het goed is denken: een appel is beter dan niks. En als ik dan maar vaak genoeg onderweg ben, lost het probleem zich vanzelf op.

Retrospectief

Dat ik gisteren in een gesprek ineens het woord ‘status quo’ kon gebruiken. Dat had ik nog nooit eerder hardop gezegd. Ik wist niet honderd procent zeker of ik het goed toepaste, daarom wachtte ik daarna in spanning af. Niemand zei wat, dus ik denk dat het klopte (of zij wisten het ook niet). Toen ik vanochtend in een gedachte in mijn hoofd ineens ook nog het woord ‘retrospectief’ kon gebruiken, kon ik mijn geluk niet op.

Sulgevoelens

Dat ik mijn fiets op het station wilde pakken, maar er toen een gele papieren hanger aan mijn stuur hing met reclame erop. Daar zit je dan vervolgens als eigenaar maar mooi mee. aar. Soms doen ze het ook met een elastiekje, of ze gooien het in mijn krat. Dat is wel een nadeel van mijn fiets, jongeren gooien er soms ook afval in (ik ga ervan uit dat het jongeren zijn). Als ik dat ontdek (zowel bij afval als bij reclame), zegt mijn gevoel altijd dat ik het op de grond wil flikkeren, dan kan ik mijn boosheid erover nog een beetje kwijt. Maar dan lijk ík daarna de milieuvervuiler, terwijl zij dat eigenlijk zijn. Het alternatief is dat ik het voor ze weg ga gooien, maar dan beloon ik het in feite en wie weet staan ze wel om de hoek. Dan ben ik ook nog bang dat ze dat zien en in hun vuistje lachen (deze uitdrukking heb ik ook nog nooit eerder kunnen toepassen). Zo dwingen ze me te kiezen tussen schuldgevoelens en sulgevoelens.

Op hoop van zegen

Dat ik heel lang heb gedacht dat een knipperend oranje stoplicht bij een kruispunt betekende dat je het daar zelf maar moest uitzoeken. Pas toen ik twee jaar geleden rijles nam, ontdekte ik dat er reserveregels zijn, zoals haaientanden, die bij niet werkende lichten de voorrang bepalen. Dat ik het al die jaren daarvoor dus voor niks eng heb gevonden als de bestuurder van de auto waarin ik zat nogal hard op zo’n kruispunt afreed, en ik me er niet mee wilde bemoeien dus dan mijn ogen maar dichtdeed en dacht: op hoop van zegen.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring