Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Opbeurend

Dat ik in de bieb aan het werk was, en daarbij aan een grote leestafel zat. Dat zich om die tafel heen vervolgens steeds meer oude mensen verzamelden. Die lazen daar de krant en raakten met elkaar aan de praat. Dat de bejaardentermen me toen om de oren vlogen. In korte tijd kwamen ‘kortademig’, ‘seniorenvereniging’, ‘hartfunctie’, ‘Piet is niet opbeurend’ en vetzuren voorbij.

Wanen

Dat onze hond altijd nogal zenuwachtig wordt van op vakantie gaan en we hem daarom angstremmende medicijnen gaven. Dat hij zich toen nog raarder gedroeg dan normaal. Een van de bijwerkingen was dat je er wanen van kon krijgen en die had hij denk ik, want hij probeerde steeds te ontsnappen uit de tuin en dan vond ik hem onderaan de berg terug, waar hij met een verdwaasde blik om zich heen stond te kijken.

Dat hij wel ineens heel aardig was voor onze andere hond, die mocht veel dichterbij komen dan anders zonder daarbij afgesnauwd te worden. Dat ik me toen afvroeg hoe dat kwam: zou hij normaal bang zijn voor de andere hond en was dat nu weg, of had hij een waan waardoor hij er ineens een leuke hond in zag?

VAR

Dat ik bij ‘VAR’ altijd aan Verklaring Arbeidsrelatie moest denken, omdat ik daar als zzp-er mee te maken had, al vóór de invoering van de videoscheids bij voetbal. Toen ik het die lui in zo’n voetbalpraatprogramma voor het eerst over de VAR hoorde hebben, dacht ik nog: waarom maken ze zich zo druk om de betaling van freelance spelers? Die redden zich wel! Later kreeg ik het door en vond ik dat ze erbij zouden moeten zeggen dat het om de voetbal-VAR ging in plaats van om de gewone.

Maar nu ik dat hele WK heb gezien, met al het video-scheidsgedoe, besef ik het pas: Dit is de echte VAR.

Afwachten

Dat ik me afvraag wanneer er een hype komt rondom paddenstoelen, en dan in het bijzonder champignons. Alle soorten eten lijken wel een keer iets geweest te zijn, in positieve of in negatieve zin. Zo moeten pasta en brood het tegenwoordig ontgelden en heeft boerenkool juist een opleving gehad, daar waren toen ook ineens chips van. Quinoa en chiazaad bevatten zo’n beetje alles, schijnt, en kokosvet was eerst de verlosser en is nu weer het kwaad. Maar how about champignons?

Als ik de voedseltrends een beetje begin te doorgronden, komt het er binnenkort aan voor de champignon. Maar of ze bij de goeden of de slechten worden gerekend, dat blijft afwachten.

Rokje

Dat ik met een vriendin in Flensburg was, een stad in Duitsland, en zij in lichte paniek raakte toen ze daar in een parkeergarage moest parkeren. Dat ik haar daarom probeerde gerust te stellen. Dat we toen wel zagen dat er op de eerste verdieping allemaal parkeerplaatsen waren met een poppetje erop met een soort rokje aan. ‘Die zijn voor vrouwen’, zei ik toen voor de grap. Maar volgens mijn vriendin waren ze echt voor vrouwen. Omdat die parkeren zo moeilijk vinden, zei ze, dan hoeven ze minder hoog de garage in. Dat kon ik bijna niet geloven maar ik deed het toch, en ik werd al helemaal boos omdat ik zelf helemaal geen parkeerangst heb (ik ben eerder niet bang genoeg, ik ben namelijk nogal ongeduldig, dus na een tijdje ben ik dat steken echt wel zat. Dit moet maar gewoon passen, denk ik dan. Mijn vriend zegt vaak dat dat mijn grootste probleem (of een van mijn grootste) is, dat ik altijd wil dat de wereld zich aan mij aanpast in plaats van andersom. Maar dat doet de wereld niet.) en me daardoor niet serieus genomen voelde. Is dit nou emancipatie?

Dat het later helemaal niet waar bleek te zijn, de vakken waren ook niet breder dan normaal en er zat niet van dat schuim om de plekken heen zoals je bij een bowlingbaan kunt bestellen voor in de goten. Maar de vakken waren wel speciaal voor vrouwen, met het oog op aanranding en erger, wist mijn vriendin. Dan hoeven ze niet nog verder de garage in en staan ze bij elkaar. Dat ik het rokje op de afbeelding toen nóg vreemder vond. Eigenlijk stond er: trek je wel een rokje aan? Dan zorgen wij dat je niet wordt aangerand.

Afronden

Dat ik er bij het afronden van mijn boek achter kwam dat een bepaald tekstje er helemaal niet in stond. Het was denk ik per ongeluk gesneuveld. Dat ik dat aan mijn redacteur vertelde en zij toen zei: het is wel lastig om het nu nog toe te voegen, maar als je erop staat kan het wel. Maar dat ik toen niet wist of ik erop stond. Dat ik daarna wel dacht: als je niet weet of je ergens op staat, sta je er waarschijnlijk niet op.

Dubbele komma

Dat ik in de afrondende fase van mijn boek zat, en met iemand in discussie raakte over komma’s. Hij vond: tussen twee persoonsvormen moet een komma. Dat vind ik op zich ook wel, dat is volgens mij zelfs de enige echt leidende regel die er over komma’s bestaat, maar in de praktijk vind ik dit vaak toch een minder goed idee. Dan maak ik vrij lange zinnen, en dan horen sommige stukken echt meer bij elkaar dan andere, en de enige manier om dat duidelijk te maken is door alleen op die plekken een komma te zetten. Anders worden het vier gelijkwaardige stukjes, terwijl de zin qua ritme toch echt bedoeld is als een kort begin, een middenstuk dat lekker snel doorgaat, en dan een eindje. Mijn discussiepartner gaf toch de voorkeur aan meer komma’s, met als argument: ik hou van compartimentaliseren. Daar kon ik inkomen, want het is een mooi woord.

Het probleem is volgens mij dat we maar één soort komma’s hebben. Je hebt eigenlijk persoonsvormkomma’s nodig, waarmee je laat merken: ik weet heus wel dat er tussen twee persoonsvormen een komma hoort, en ik help je hiermee om de zin goed te lezen. En je hebt pauze-komma’s nodig, dat zou dan een dubbele komma kunnen zijn, op plekken waar je even iets voor jezelf kunt gaan doen. Daar kun je bijkomen en ademen als je aan het voorlezen bent (als je in stilte leest mag je van mij altijd ademen – dit is trouwens zo’n zin waarbij ik de huidige enkele komma tussen ‘leest’ en ‘mag’ dus too much vind. Maar als er ook dubbele komma’s zouden bestaan,, zou ik daar gerust een enkele willen.).

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Opbeurend

Dat ik in de bieb aan het werk was, en daarbij aan een grote leestafel zat. Dat zich om die tafel heen vervolgens steeds meer oude mensen verzamelden. Die lazen daar de krant en raakten met elkaar aan de praat. Dat de bejaardentermen me toen om de oren vlogen. In korte tijd kwamen ‘kortademig’, ‘seniorenvereniging’, ‘hartfunctie’, ‘Piet is niet opbeurend’ en vetzuren voorbij.

Wanen

Dat onze hond altijd nogal zenuwachtig wordt van op vakantie gaan en we hem daarom angstremmende medicijnen gaven. Dat hij zich toen nog raarder gedroeg dan normaal. Een van de bijwerkingen was dat je er wanen van kon krijgen en die had hij denk ik, want hij probeerde steeds te ontsnappen uit de tuin en dan vond ik hem onderaan de berg terug, waar hij met een verdwaasde blik om zich heen stond te kijken.

Dat hij wel ineens heel aardig was voor onze andere hond, die mocht veel dichterbij komen dan anders zonder daarbij afgesnauwd te worden. Dat ik me toen afvroeg hoe dat kwam: zou hij normaal bang zijn voor de andere hond en was dat nu weg, of had hij een waan waardoor hij er ineens een leuke hond in zag?

VAR

Dat ik bij ‘VAR’ altijd aan Verklaring Arbeidsrelatie moest denken, omdat ik daar als zzp-er mee te maken had, al vóór de invoering van de videoscheids bij voetbal. Toen ik het die lui in zo’n voetbalpraatprogramma voor het eerst over de VAR hoorde hebben, dacht ik nog: waarom maken ze zich zo druk om de betaling van freelance spelers? Die redden zich wel! Later kreeg ik het door en vond ik dat ze erbij zouden moeten zeggen dat het om de voetbal-VAR ging in plaats van om de gewone.

Maar nu ik dat hele WK heb gezien, met al het video-scheidsgedoe, besef ik het pas: Dit is de echte VAR.

Afwachten

Dat ik me afvraag wanneer er een hype komt rondom paddenstoelen, en dan in het bijzonder champignons. Alle soorten eten lijken wel een keer iets geweest te zijn, in positieve of in negatieve zin. Zo moeten pasta en brood het tegenwoordig ontgelden en heeft boerenkool juist een opleving gehad, daar waren toen ook ineens chips van. Quinoa en chiazaad bevatten zo’n beetje alles, schijnt, en kokosvet was eerst de verlosser en is nu weer het kwaad. Maar how about champignons?

Als ik de voedseltrends een beetje begin te doorgronden, komt het er binnenkort aan voor de champignon. Maar of ze bij de goeden of de slechten worden gerekend, dat blijft afwachten.

Rokje

Dat ik met een vriendin in Flensburg was, een stad in Duitsland, en zij in lichte paniek raakte toen ze daar in een parkeergarage moest parkeren. Dat ik haar daarom probeerde gerust te stellen. Dat we toen wel zagen dat er op de eerste verdieping allemaal parkeerplaatsen waren met een poppetje erop met een soort rokje aan. ‘Die zijn voor vrouwen’, zei ik toen voor de grap. Maar volgens mijn vriendin waren ze echt voor vrouwen. Omdat die parkeren zo moeilijk vinden, zei ze, dan hoeven ze minder hoog de garage in. Dat kon ik bijna niet geloven maar ik deed het toch, en ik werd al helemaal boos omdat ik zelf helemaal geen parkeerangst heb (ik ben eerder niet bang genoeg, ik ben namelijk nogal ongeduldig, dus na een tijdje ben ik dat steken echt wel zat. Dit moet maar gewoon passen, denk ik dan. Mijn vriend zegt vaak dat dat mijn grootste probleem (of een van mijn grootste) is, dat ik altijd wil dat de wereld zich aan mij aanpast in plaats van andersom. Maar dat doet de wereld niet.) en me daardoor niet serieus genomen voelde. Is dit nou emancipatie?

Dat het later helemaal niet waar bleek te zijn, de vakken waren ook niet breder dan normaal en er zat niet van dat schuim om de plekken heen zoals je bij een bowlingbaan kunt bestellen voor in de goten. Maar de vakken waren wel speciaal voor vrouwen, met het oog op aanranding en erger, wist mijn vriendin. Dan hoeven ze niet nog verder de garage in en staan ze bij elkaar. Dat ik het rokje op de afbeelding toen nóg vreemder vond. Eigenlijk stond er: trek je wel een rokje aan? Dan zorgen wij dat je niet wordt aangerand.

Afronden

Dat ik er bij het afronden van mijn boek achter kwam dat een bepaald tekstje er helemaal niet in stond. Het was denk ik per ongeluk gesneuveld. Dat ik dat aan mijn redacteur vertelde en zij toen zei: het is wel lastig om het nu nog toe te voegen, maar als je erop staat kan het wel. Maar dat ik toen niet wist of ik erop stond. Dat ik daarna wel dacht: als je niet weet of je ergens op staat, sta je er waarschijnlijk niet op.

Dubbele komma

Dat ik in de afrondende fase van mijn boek zat, en met iemand in discussie raakte over komma’s. Hij vond: tussen twee persoonsvormen moet een komma. Dat vind ik op zich ook wel, dat is volgens mij zelfs de enige echt leidende regel die er over komma’s bestaat, maar in de praktijk vind ik dit vaak toch een minder goed idee. Dan maak ik vrij lange zinnen, en dan horen sommige stukken echt meer bij elkaar dan andere, en de enige manier om dat duidelijk te maken is door alleen op die plekken een komma te zetten. Anders worden het vier gelijkwaardige stukjes, terwijl de zin qua ritme toch echt bedoeld is als een kort begin, een middenstuk dat lekker snel doorgaat, en dan een eindje. Mijn discussiepartner gaf toch de voorkeur aan meer komma’s, met als argument: ik hou van compartimentaliseren. Daar kon ik inkomen, want het is een mooi woord.

Het probleem is volgens mij dat we maar één soort komma’s hebben. Je hebt eigenlijk persoonsvormkomma’s nodig, waarmee je laat merken: ik weet heus wel dat er tussen twee persoonsvormen een komma hoort, en ik help je hiermee om de zin goed te lezen. En je hebt pauze-komma’s nodig, dat zou dan een dubbele komma kunnen zijn, op plekken waar je even iets voor jezelf kunt gaan doen. Daar kun je bijkomen en ademen als je aan het voorlezen bent (als je in stilte leest mag je van mij altijd ademen – dit is trouwens zo’n zin waarbij ik de huidige enkele komma tussen ‘leest’ en ‘mag’ dus too much vind. Maar als er ook dubbele komma’s zouden bestaan,, zou ik daar gerust een enkele willen.).

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring