Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Klagen

Dat je, als je dun bent, geen recht van spreken blijkt te hebben als je een beetje bent aangekomen. Ik merk dat ik er tegen bijna niemand over mag klagen. Nu vind ik het ook helemaal niet erg om tien kilo meer te wegen, maar ik vraag me wel af waar dit heen gaat. Elk jaar zoveel gewicht erbij lijkt me onwenselijk. Voordeel is wel dat ik dan over een jaar of vijf eindelijk ook hardop mag klagen.

Homp

Dat ik dacht dat onze katten gek waren op het nieuwe natvoer, maar het gros ervan toch buiten hun bakje belandt. Of ze het eruit gooien omdat ze het niet lekker vinden, of omdat ze juist gulzig zijn en daardoor slordig, dat weet ik niet. Maar als het daar eenmaal ligt, zo’n losse homp tussen hun bakje en de muur, dan hoeven ze het al helemaal niet meer. Later stuur ik mijn hond dan de gang in om het alsnog op te eten. Die geeft er minder om waar het natvoer zich bevindt, een homp is wat hem betreft een homp.

Tandenstoker

Dat mijn vriend iets tussen zijn tanden had, en toen mijn gebruikte tandenstoker van de tafel pakte om het ertussenuit te halen. Dat verbaasde me, ik dacht dat hij daar vies van zou zijn. Ik wees hem er snel op dat hij gebruikt was, maar hij vond het geen probleem. Op dat moment onthulde hij ook dat hij het niet erg zou vinden om met mijn tandenborstel te poetsen. Dat ik dat zo vreselijk lief vond en zo’n bevestiging voor mij als geheel persoon.

Dat dat gevoel later die avond wel zakte toen hij na de seks, voordat we gingen slapen, wel eerst zijn handen ging wassen.

Je

Dat ik in het ziekenhuis steeds moest lachen toen het over het syndroom dat in onze familie voor blijkt te komen ging. Ik vond het hele gebeuren lachwekkend, om daar met z’n allen te zitten praten over een mogelijk hele erge ziekte zonder dat het echt over mij leek te gaan. Ik gaf ook aan het zonde van hun tijd te vinden om hier wederom over te praten, omdat ik nog steeds niet heb besloten of ik mezelf wil laten testen. Daar moesten we alle drie om lachen.

We gingen ook proberen ‘je’ te zeggen in plaats van ‘u’, dat ging mij vrij goed af maar de genetisch arts minder. Ze zat maar te haperen met ‘u’s die ze dan last-minute in ‘je’ veranderde, daarna had ze weer een fase waarin het ‘u’ vóór en ‘u’ na was. Later was ze scherper, en werd ik weer een ‘je’.

Kunstgras II

Dat ik ineens dacht: Thierry Baudet en kunstgras hebben veel meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Ze zijn allebei nep en glad, en van allebei had ik nooit gedacht dat het bij zo veel mensen aan zou slaan. Van kunstgras verbaast me dat nog net iets meer.

Plekje

Dat mijn hond zijn snackjes de laatste tijd meestal niet meteen opeet, maar verstopt voor later. Hij zoekt dan een goed plekje in de kamer. Nou is dat nog niet zo eenvoudig, er valt hier weinig te graven. Meestal gooit hij dan her en der wat kussens overhoop alsof hij ik weet niet wat moet verstoppen, maar kiest hij uiteindelijk gewoon voor de hoek van de bank. Daar probeert hij hem dan tussen het kussen en de zijkant te duwen maar dat lukt niet echt, vanwege zijn totale onhandigheid. Dus ligt dat snackje gewoon op de hoek van de bank. Wel doet hij dan nog een poging er wat op te leggen. Buiten zou hij zand kiezen, maar dat hebben we binnen niet. Hij schraapt dan maar wat haren bij elkaar, die liggen er altijd wel bij ons, waardoor ik uiteindelijk een kauwstaafje aantref dat ik meteen zie liggen, met een heel dun plukje haar erop.

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Klagen

Dat je, als je dun bent, geen recht van spreken blijkt te hebben als je een beetje bent aangekomen. Ik merk dat ik er tegen bijna niemand over mag klagen. Nu vind ik het ook helemaal niet erg om tien kilo meer te wegen, maar ik vraag me wel af waar dit heen gaat. Elk jaar zoveel gewicht erbij lijkt me onwenselijk. Voordeel is wel dat ik dan over een jaar of vijf eindelijk ook hardop mag klagen.

Homp

Dat ik dacht dat onze katten gek waren op het nieuwe natvoer, maar het gros ervan toch buiten hun bakje belandt. Of ze het eruit gooien omdat ze het niet lekker vinden, of omdat ze juist gulzig zijn en daardoor slordig, dat weet ik niet. Maar als het daar eenmaal ligt, zo’n losse homp tussen hun bakje en de muur, dan hoeven ze het al helemaal niet meer. Later stuur ik mijn hond dan de gang in om het alsnog op te eten. Die geeft er minder om waar het natvoer zich bevindt, een homp is wat hem betreft een homp.

Tandenstoker

Dat mijn vriend iets tussen zijn tanden had, en toen mijn gebruikte tandenstoker van de tafel pakte om het ertussenuit te halen. Dat verbaasde me, ik dacht dat hij daar vies van zou zijn. Ik wees hem er snel op dat hij gebruikt was, maar hij vond het geen probleem. Op dat moment onthulde hij ook dat hij het niet erg zou vinden om met mijn tandenborstel te poetsen. Dat ik dat zo vreselijk lief vond en zo’n bevestiging voor mij als geheel persoon.

Dat dat gevoel later die avond wel zakte toen hij na de seks, voordat we gingen slapen, wel eerst zijn handen ging wassen.

Je

Dat ik in het ziekenhuis steeds moest lachen toen het over het syndroom dat in onze familie voor blijkt te komen ging. Ik vond het hele gebeuren lachwekkend, om daar met z’n allen te zitten praten over een mogelijk hele erge ziekte zonder dat het echt over mij leek te gaan. Ik gaf ook aan het zonde van hun tijd te vinden om hier wederom over te praten, omdat ik nog steeds niet heb besloten of ik mezelf wil laten testen. Daar moesten we alle drie om lachen.

We gingen ook proberen ‘je’ te zeggen in plaats van ‘u’, dat ging mij vrij goed af maar de genetisch arts minder. Ze zat maar te haperen met ‘u’s die ze dan last-minute in ‘je’ veranderde, daarna had ze weer een fase waarin het ‘u’ vóór en ‘u’ na was. Later was ze scherper, en werd ik weer een ‘je’.

Kunstgras II

Dat ik ineens dacht: Thierry Baudet en kunstgras hebben veel meer gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Ze zijn allebei nep en glad, en van allebei had ik nooit gedacht dat het bij zo veel mensen aan zou slaan. Van kunstgras verbaast me dat nog net iets meer.

Plekje

Dat mijn hond zijn snackjes de laatste tijd meestal niet meteen opeet, maar verstopt voor later. Hij zoekt dan een goed plekje in de kamer. Nou is dat nog niet zo eenvoudig, er valt hier weinig te graven. Meestal gooit hij dan her en der wat kussens overhoop alsof hij ik weet niet wat moet verstoppen, maar kiest hij uiteindelijk gewoon voor de hoek van de bank. Daar probeert hij hem dan tussen het kussen en de zijkant te duwen maar dat lukt niet echt, vanwege zijn totale onhandigheid. Dus ligt dat snackje gewoon op de hoek van de bank. Wel doet hij dan nog een poging er wat op te leggen. Buiten zou hij zand kiezen, maar dat hebben we binnen niet. Hij schraapt dan maar wat haren bij elkaar, die liggen er altijd wel bij ons, waardoor ik uiteindelijk een kauwstaafje aantref dat ik meteen zie liggen, met een heel dun plukje haar erop.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot