Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Klagen

Dat je, als je dun bent, geen recht van spreken blijkt te hebben als je een beetje bent aangekomen. Ik merk dat ik er tegen bijna niemand over mag klagen. Nu vind ik het ook helemaal niet erg om tien kilo meer te wegen, maar ik vraag me wel af waar dit heen gaat. Elk jaar zoveel gewicht erbij lijkt me onwenselijk. Voordeel is wel dat ik dan over een jaar of vijf eindelijk ook hardop mag klagen.

Homp

Dat ik dacht dat onze katten gek waren op het nieuwe natvoer, maar het gros ervan toch buiten hun bakje belandt. Of ze het eruit gooien omdat ze het niet lekker vinden, of omdat ze juist gulzig zijn en daardoor slordig, dat weet ik niet. Maar als het daar eenmaal ligt, zo’n losse homp tussen hun bakje en de muur, dan hoeven ze het al helemaal niet meer. Later stuur ik mijn hond dan de gang in om het alsnog op te eten. Die geeft er minder om waar het natvoer zich bevindt, een homp is wat hem betreft een homp.

Tandenstoker

Dat mijn vriend iets tussen zijn tanden had, en toen mijn gebruikte tandenstoker van de tafel pakte om het ertussenuit te halen. Dat verbaasde me, ik dacht dat hij daar vies van zou zijn. Ik wees hem er snel op dat hij gebruikt was, maar hij vond het geen probleem. Op dat moment onthulde hij ook dat hij het niet erg zou vinden om met mijn tandenborstel te poetsen. Dat ik dat zo vreselijk lief vond en zo’n bevestiging voor mij als geheel persoon.

Dat dat gevoel later die avond wel zakte toen hij na de seks, voordat we gingen slapen, wel eerst zijn handen ging wassen.

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Klagen

Dat je, als je dun bent, geen recht van spreken blijkt te hebben als je een beetje bent aangekomen. Ik merk dat ik er tegen bijna niemand over mag klagen. Nu vind ik het ook helemaal niet erg om tien kilo meer te wegen, maar ik vraag me wel af waar dit heen gaat. Elk jaar zoveel gewicht erbij lijkt me onwenselijk. Voordeel is wel dat ik dan over een jaar of vijf eindelijk ook hardop mag klagen.

Homp

Dat ik dacht dat onze katten gek waren op het nieuwe natvoer, maar het gros ervan toch buiten hun bakje belandt. Of ze het eruit gooien omdat ze het niet lekker vinden, of omdat ze juist gulzig zijn en daardoor slordig, dat weet ik niet. Maar als het daar eenmaal ligt, zo’n losse homp tussen hun bakje en de muur, dan hoeven ze het al helemaal niet meer. Later stuur ik mijn hond dan de gang in om het alsnog op te eten. Die geeft er minder om waar het natvoer zich bevindt, een homp is wat hem betreft een homp.

Tandenstoker

Dat mijn vriend iets tussen zijn tanden had, en toen mijn gebruikte tandenstoker van de tafel pakte om het ertussenuit te halen. Dat verbaasde me, ik dacht dat hij daar vies van zou zijn. Ik wees hem er snel op dat hij gebruikt was, maar hij vond het geen probleem. Op dat moment onthulde hij ook dat hij het niet erg zou vinden om met mijn tandenborstel te poetsen. Dat ik dat zo vreselijk lief vond en zo’n bevestiging voor mij als geheel persoon.

Dat dat gevoel later die avond wel zakte toen hij na de seks, voordat we gingen slapen, wel eerst zijn handen ging wassen.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot