Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Tegenvallers

Pop-up

Dat we gingen eten in een pop-up sushirestaurant in Amsterdam. Ik wist dat het pop-up was, dus het slordige plafond en de onprettige stoelen vergaf ik ze eigenlijk meteen. Maar wat me niet beviel was dat de serveerster zich bij binnenkomst aan ons voorstelde. Dat verstierde meteen de hele ontspannen setting, want blijkbaar moesten we ook iets met háár. Vervolgens duurde het ellenlang tussen de sushirondes door, maar daar kon ik nu natuurlijk niks meer van zeggen, we waren immers al kennissen. Dus was het wachten, wachten en nog eens wachten, op die stoelen onder dat plafond.

Miniem

Dat ik laatst moest schrijven maar me ondertussen een beetje verveelde. Het is moeilijk om dan achter je computer te blijven zitten, je moet ergens doorheen maar wil liever weg. Dat ik toen opstond en naar de rommelkamer liep, even kijken of er bij de printer nog iets gebeurde. Maar ik had niks geprint, dus die kans was miniem.

Kiekeboe

Dat er een man in de bieb was die erg leuk deed met twee kinderen, waarschijnlijk zijn eigen kinderen. Hij bestelde lekkere dingen voor ze, liet ze ondertussen ook nog lekker spelen en raakte met iedereen aan de praat over zijn kroost. Daarbij ging hij in detail dingen opnoemen over hun zogenaamde karaktereigenschappen, iets wat ik op die leeftijd nooit echt geloof. ‘Ze heeft een sterk willetje hoor’. Zijn er ook kinderen van drie zonder sterk willetje? En als hij dan zo sterk is, waarom is er dan geen sprake van een ‘wil’? Wat mij betreft is het een sterke wil of een slap willetje.

Toen hij ook nog om de haverklap ‘kiekeboe’ riep tegen het oudste kind, kon ik het echt niet meer handelen en ben ik verkast. Ik weet dat het evolutionair lastig te verklaren is dat ik dit heb, maar leuke vaders wil ik nooit in mijn buurt hebben. De zuchtende wel, die mogen bij mij.

Blouse

Dat de term ‘blouse’ blijkbaar veranderd is. Er zijn diverse kledingwinkels waar ik tegenwoordig als ik online op dat woord klik, ook bij T-shirts terechtkom. Niks geen knoopjes, gewoon een shirt met lange mouwen. Volgens mij komt dit door de invoering van het woord ‘top’, waar lange mouwen dan weer niet onder vallen. Met dat woord hebben ze de hempjes en de shirts samengevoegd, iets waar ik de voordelen ook niet van inzie. Ze moeten niet gaan klooien met die termen, want dan valt het volgende kledingstuk er weer buiten en blijven ze bezig.

‘Tuniek’ en ‘jurk’ vind ik ook lastig, als dat los van elkaar zit maar ook als het bij elkaar zit. Dat valt denk ik niet op te lossen, een tuniek is gewoon een onduidelijk kledingstuk. Daar ging het bij het uitvinden al mis.

Euthanasie

Dat ik er droomde dat er een nieuwe vorm van euthanasie was met behulp van kattenbrokjes met een tekstje erop. Als je daar langer dan een seconde naar keek, ging je dood. Mijn vriend vond het geen punt en had het al gedaan, waar ik licht beledigd over was, maar ik wilde vooral zelf heel graag niet dood. Maar ja, ik moest wel de katten eten geven. Hen wilde ik al helemaal niet dood hebben, dus die brokjes moesten eruit gesorteerd worden, maar hoe doe je dat zonder er langer dan een seconde naar te kijken? Het ging trouwens pas in als je naar minstens twee brokjes tegelijk keek. Dat ik toch vond dat de criteria voor euthanasie nu iets te soepel waren afgesteld.

Dat ik toen ook nog knoeide, waardoor alle brokjes over de keukenvloer verspreid lagen, zelfs achter de wasmachine. Ze moesten daar snel weg in verband met de katten, die natuurlijk niet op de hoogte waren van dit nieuwe middel. Dus moest ik ze opruimen en intussen proberen steeds maar naar één brokje tegelijk te kijken. Maar hoe doe je dat als je niet precies weet waar ze liggen?

Rennen

Dat ik aan het tennissen was maar mijn lichaam niet leek te willen rennen. Alles in mij zei dat ik de bal wel graag goed wilde slaan, maar er niet heen wilde rennen. Dat ik me toen afvroeg of ik gewoon niet van rennen hou, of dat ik het echt niet kán. Voelen andere mensen ook zoveel weerstand als ze in beweging moeten komen maar zetten ze zich daar continu overheen, of hebben normale mensen dit niet? Dat ik wil weten of ik lui ben of zwak.

Sporters

Dat het soms bijna lijkt alsof sporters hun best niet doen. Bij voetbal kijken heb ik het regelmatig. Dan zijn ze eerst een tijdje heel fel, lijken ze de bal echt af te willen pakken, maar even later lijkt het ze dan tijdelijk niks te kunnen schelen. Alsof ze zichzelf echt moeten toespreken om weer te gaan rennen (wat ik overigens heel goed begrijp, maar deze mentaliteit lijkt me niet handig bij grote wedstrijden).

Ik had het ook bij de tennisfinale van de vrouwen op Roland Garros. Een van de twee leek het bij bal drie al lang en breed te hebben opgegeven. Ze sloeg wel, maar nooit echt goed en zelden in. Zo’n partij duurt dan feitelijk heel kort maar gevoelsmatig nog behoorlijk lang.

De finale van de Nations League was het ergst: daar renden ze alsof hun leven er absoluut niet vanaf hing.

Zaïre

Dat ik er op vakantie ineens achterkwam dat Zaïre is opgehouden te bestaan, al een tijdje blijkbaar. Dat ik dat moeilijk kon handelen. Ik was wel bekend met Congo hoor, of in elk geval met de naam, en gun dat land zijn bestaansrecht wel, maar waarom moet dat dan ten koste van Zaïre gaan? Ik had wel al tijden niks meer over dat land gehoord, maar in het geval van Afrikaanse landen is dat doorgaans een goed teken.

Geen Zaïre meer, tjonge. Dat ik het ook zo zielig vind voor Zambia, zij hoorden toch een beetje bij elkaar.

Druk

Dat er in Utrecht een dronken meisje bij ons de trein in stapte. Toen we na een tijdje in Hilversum waren maakte ze geen aanstalten om uit te stappen, want ze lag in een diepe slaap. Ik dacht: ze moet vast door naar Bussum of Weesp, dus ik hoef haar niet wakker te maken. Totdat ik op het perron stond en zag dat de trein na Hilversum weer terug naar Utrecht zou gaan. Dat kon de bedoeling niet zijn, ze wilde vast niet slapend pendelen in de trein, ze wilde natuurlijk naar huis. Dat ik toen terug de trein inliep en haar opnieuw wakker maakte. Dat ze toen zei: ‘Ik moet naar Hilversum.’ ‘Dit is Hilversum’, zei ik meerdere malen. Dat ze uiteindelijk met lichte tegenzin mee naar buiten liep. Ik hield haar in de gaten, was bang dat ze tussen het perron en de trein zou vallen, maar haar motoriek was nog verbazingwekkend goed. Maar toen ik even niet keek wilde ze bij de volgende deur snel de trein weer in gaan. ‘Dít ís Hilversum’, zei ik toen nog een keer op mijn allerduidelijkst, zelfs een dove die kan liplezen zou me inmiddels begrijpen (mits die niet even dronken is).

Uiteindelijk liep ze mee naar de uitgang, ik leek haar langzaam te overtuigen. ‘Ja’, zei ze toen terwijl we de trap afliepen, ‘een klein stukje met de trein nog, en dan ben ik thuis’. Ik begon het nu wel zat te worden, zoveel Hilversumontkenning op één avond. ‘Ben je op de fiets?’, vroeg ik toen maar. ‘Ja’, zei ze, ‘ik woon vlakbij het station, alleen nog een klein stukje met de trein. Komt goed, ik ben alleen een beetje moe.’ Ze probeerde mij te overtuigen van het feit dat het prima met haar ging, terwijl ik haar vooral probeerde te overtuigen van de Hilversumheid van het station.

Dat ze uiteindelijk in elk geval niet terug de poortjes door ging, maar richting het centrum. Dat ik voor haar hoopte dat ze daar ergens woont, en haar toen maar liet gaan. Dat ze geen dankjewel zei, daar had ze het te druk voor. Ze moest wakker zien te blijven, naar huis zien te komen én bluffen dat het prima met haar ging.

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Tegenvallers

Pop-up

Dat we gingen eten in een pop-up sushirestaurant in Amsterdam. Ik wist dat het pop-up was, dus het slordige plafond en de onprettige stoelen vergaf ik ze eigenlijk meteen. Maar wat me niet beviel was dat de serveerster zich bij binnenkomst aan ons voorstelde. Dat verstierde meteen de hele ontspannen setting, want blijkbaar moesten we ook iets met háár. Vervolgens duurde het ellenlang tussen de sushirondes door, maar daar kon ik nu natuurlijk niks meer van zeggen, we waren immers al kennissen. Dus was het wachten, wachten en nog eens wachten, op die stoelen onder dat plafond.

Miniem

Dat ik laatst moest schrijven maar me ondertussen een beetje verveelde. Het is moeilijk om dan achter je computer te blijven zitten, je moet ergens doorheen maar wil liever weg. Dat ik toen opstond en naar de rommelkamer liep, even kijken of er bij de printer nog iets gebeurde. Maar ik had niks geprint, dus die kans was miniem.

Kiekeboe

Dat er een man in de bieb was die erg leuk deed met twee kinderen, waarschijnlijk zijn eigen kinderen. Hij bestelde lekkere dingen voor ze, liet ze ondertussen ook nog lekker spelen en raakte met iedereen aan de praat over zijn kroost. Daarbij ging hij in detail dingen opnoemen over hun zogenaamde karaktereigenschappen, iets wat ik op die leeftijd nooit echt geloof. ‘Ze heeft een sterk willetje hoor’. Zijn er ook kinderen van drie zonder sterk willetje? En als hij dan zo sterk is, waarom is er dan geen sprake van een ‘wil’? Wat mij betreft is het een sterke wil of een slap willetje.

Toen hij ook nog om de haverklap ‘kiekeboe’ riep tegen het oudste kind, kon ik het echt niet meer handelen en ben ik verkast. Ik weet dat het evolutionair lastig te verklaren is dat ik dit heb, maar leuke vaders wil ik nooit in mijn buurt hebben. De zuchtende wel, die mogen bij mij.

Blouse

Dat de term ‘blouse’ blijkbaar veranderd is. Er zijn diverse kledingwinkels waar ik tegenwoordig als ik online op dat woord klik, ook bij T-shirts terechtkom. Niks geen knoopjes, gewoon een shirt met lange mouwen. Volgens mij komt dit door de invoering van het woord ‘top’, waar lange mouwen dan weer niet onder vallen. Met dat woord hebben ze de hempjes en de shirts samengevoegd, iets waar ik de voordelen ook niet van inzie. Ze moeten niet gaan klooien met die termen, want dan valt het volgende kledingstuk er weer buiten en blijven ze bezig.

‘Tuniek’ en ‘jurk’ vind ik ook lastig, als dat los van elkaar zit maar ook als het bij elkaar zit. Dat valt denk ik niet op te lossen, een tuniek is gewoon een onduidelijk kledingstuk. Daar ging het bij het uitvinden al mis.

Euthanasie

Dat ik er droomde dat er een nieuwe vorm van euthanasie was met behulp van kattenbrokjes met een tekstje erop. Als je daar langer dan een seconde naar keek, ging je dood. Mijn vriend vond het geen punt en had het al gedaan, waar ik licht beledigd over was, maar ik wilde vooral zelf heel graag niet dood. Maar ja, ik moest wel de katten eten geven. Hen wilde ik al helemaal niet dood hebben, dus die brokjes moesten eruit gesorteerd worden, maar hoe doe je dat zonder er langer dan een seconde naar te kijken? Het ging trouwens pas in als je naar minstens twee brokjes tegelijk keek. Dat ik toch vond dat de criteria voor euthanasie nu iets te soepel waren afgesteld.

Dat ik toen ook nog knoeide, waardoor alle brokjes over de keukenvloer verspreid lagen, zelfs achter de wasmachine. Ze moesten daar snel weg in verband met de katten, die natuurlijk niet op de hoogte waren van dit nieuwe middel. Dus moest ik ze opruimen en intussen proberen steeds maar naar één brokje tegelijk te kijken. Maar hoe doe je dat als je niet precies weet waar ze liggen?

Rennen

Dat ik aan het tennissen was maar mijn lichaam niet leek te willen rennen. Alles in mij zei dat ik de bal wel graag goed wilde slaan, maar er niet heen wilde rennen. Dat ik me toen afvroeg of ik gewoon niet van rennen hou, of dat ik het echt niet kán. Voelen andere mensen ook zoveel weerstand als ze in beweging moeten komen maar zetten ze zich daar continu overheen, of hebben normale mensen dit niet? Dat ik wil weten of ik lui ben of zwak.

Sporters

Dat het soms bijna lijkt alsof sporters hun best niet doen. Bij voetbal kijken heb ik het regelmatig. Dan zijn ze eerst een tijdje heel fel, lijken ze de bal echt af te willen pakken, maar even later lijkt het ze dan tijdelijk niks te kunnen schelen. Alsof ze zichzelf echt moeten toespreken om weer te gaan rennen (wat ik overigens heel goed begrijp, maar deze mentaliteit lijkt me niet handig bij grote wedstrijden).

Ik had het ook bij de tennisfinale van de vrouwen op Roland Garros. Een van de twee leek het bij bal drie al lang en breed te hebben opgegeven. Ze sloeg wel, maar nooit echt goed en zelden in. Zo’n partij duurt dan feitelijk heel kort maar gevoelsmatig nog behoorlijk lang.

De finale van de Nations League was het ergst: daar renden ze alsof hun leven er absoluut niet vanaf hing.

Zaïre

Dat ik er op vakantie ineens achterkwam dat Zaïre is opgehouden te bestaan, al een tijdje blijkbaar. Dat ik dat moeilijk kon handelen. Ik was wel bekend met Congo hoor, of in elk geval met de naam, en gun dat land zijn bestaansrecht wel, maar waarom moet dat dan ten koste van Zaïre gaan? Ik had wel al tijden niks meer over dat land gehoord, maar in het geval van Afrikaanse landen is dat doorgaans een goed teken.

Geen Zaïre meer, tjonge. Dat ik het ook zo zielig vind voor Zambia, zij hoorden toch een beetje bij elkaar.

Druk

Dat er in Utrecht een dronken meisje bij ons de trein in stapte. Toen we na een tijdje in Hilversum waren maakte ze geen aanstalten om uit te stappen, want ze lag in een diepe slaap. Ik dacht: ze moet vast door naar Bussum of Weesp, dus ik hoef haar niet wakker te maken. Totdat ik op het perron stond en zag dat de trein na Hilversum weer terug naar Utrecht zou gaan. Dat kon de bedoeling niet zijn, ze wilde vast niet slapend pendelen in de trein, ze wilde natuurlijk naar huis. Dat ik toen terug de trein inliep en haar opnieuw wakker maakte. Dat ze toen zei: ‘Ik moet naar Hilversum.’ ‘Dit is Hilversum’, zei ik meerdere malen. Dat ze uiteindelijk met lichte tegenzin mee naar buiten liep. Ik hield haar in de gaten, was bang dat ze tussen het perron en de trein zou vallen, maar haar motoriek was nog verbazingwekkend goed. Maar toen ik even niet keek wilde ze bij de volgende deur snel de trein weer in gaan. ‘Dít ís Hilversum’, zei ik toen nog een keer op mijn allerduidelijkst, zelfs een dove die kan liplezen zou me inmiddels begrijpen (mits die niet even dronken is).

Uiteindelijk liep ze mee naar de uitgang, ik leek haar langzaam te overtuigen. ‘Ja’, zei ze toen terwijl we de trap afliepen, ‘een klein stukje met de trein nog, en dan ben ik thuis’. Ik begon het nu wel zat te worden, zoveel Hilversumontkenning op één avond. ‘Ben je op de fiets?’, vroeg ik toen maar. ‘Ja’, zei ze, ‘ik woon vlakbij het station, alleen nog een klein stukje met de trein. Komt goed, ik ben alleen een beetje moe.’ Ze probeerde mij te overtuigen van het feit dat het prima met haar ging, terwijl ik haar vooral probeerde te overtuigen van de Hilversumheid van het station.

Dat ze uiteindelijk in elk geval niet terug de poortjes door ging, maar richting het centrum. Dat ik voor haar hoopte dat ze daar ergens woont, en haar toen maar liet gaan. Dat ze geen dankjewel zei, daar had ze het te druk voor. Ze moest wakker zien te blijven, naar huis zien te komen én bluffen dat het prima met haar ging.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring