Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Tegenvallers

Begrafenis

Dat mijn vriend en ik vanochtend een beetje ruzie hadden, maar dat gelukkig vlak voordat hij weg moest weer goedkwam. Dat we er toen een grapje van maakten, door terug te pakken op elementen uit de ruzie, maar dan met liefde eronder. Dat hij vervolgens naar zijn werk ging en als laatste ‘ik mag jou niet’ zei, maar op diezelfde, gezellige toon.

Dat ik toen wel dacht: stel dat hij nu overlijdt, dan waren dit zijn laatste woorden aan mij. Hoe krijg ik dan op de begrafenis aan de rest uitgelegd hoe goed het op het eind tussen ons zat?  

Shinen

Dat ik allemaal kruidenplantjes heb, maar de meeste behoorlijk staan te verpieteren. Dat gebeurt altijd vrij snel bij mij, ik ben al blij als ik er voor die tijd tenminste één keer wat vanaf heb geknipt. Dat ik ze vanochtend, enigszins tegen beter weten in, toch maar water gaf, en ineens zag dat het met de tijm wel heel goed gaat. Hij had allemaal nieuwe sprieten gemaakt, die zaten er nog niet in de winkel. Ze waren ook lichter groen dan de rest, en de takjes waren daar nog zacht (dit om mezelf ervan te overtuigen dat ze er echt nog niet zaten). Dat ik het wel een beetje onbeleefd van ze vond om zo te staan shinen naast de basilicumstompjes.

Doorpraten

Dat wel of niet doorpraten als er een serveerster aan je tafeltje komt toch altijd een dingetje is. Als ze de bestelling op komt nemen, staak je natuurlijk het gesprek en ga je over op het noemen van de gewenste gerechten en drankjes. Maar wat als ze het vervolgens komt brengen, of als ze alleen even een doekje over de tafel komt halen? Praat je dan door of wacht je even? Soms kies je voor wachten, maar duurt het langer dan je dacht, en wordt het zwijgen ook juist ongemakkelijk. Dan lijkt het ineens alsof jullie het daarvoor over seks hadden. Eigenlijk is doorpraten over koetjes en kalfjes het beste voor iedereen. Maar ja, kom daar onder die druk maar eens op.

Vegen

Dat ik droomde dat ik het met mijn schoonfamilie over plassen had, dat je als meisje naderhand moet vegen en als jongen niet. Dat mijn schoonzusje toen ineens zei: Ja, deden jullie dat zo thuis? En dat er daarmee echt iets instortte, ik dacht dat ik aan een universeel concept refereerde, maar dit bleek dus een kwestie van opvoeding te zijn.

Dat ik blij was toen ik wakker werd en het maar een droom bleek te zijn, maar vervolgens niet bij mijn vriend durfde te checken of hij inderdaad niet veegt. Deze zekerheid liet ik me niet nog een keer afpakken.

Sulgevoelens

Dat ik mijn fiets op het station wilde pakken, maar er toen een gele papieren hanger aan mijn stuur hing met reclame erop. Daar zit je dan vervolgens als eigenaar maar mooi mee. aar. Soms doen ze het ook met een elastiekje, of ze gooien het in mijn krat. Dat is wel een nadeel van mijn fiets, jongeren gooien er soms ook afval in (ik ga ervan uit dat het jongeren zijn). Als ik dat ontdek (zowel bij afval als bij reclame), zegt mijn gevoel altijd dat ik het op de grond wil flikkeren, dan kan ik mijn boosheid erover nog een beetje kwijt. Maar dan lijk ík daarna de milieuvervuiler, terwijl zij dat eigenlijk zijn. Het alternatief is dat ik het voor ze weg ga gooien, maar dan beloon ik het in feite en wie weet staan ze wel om de hoek. Dan ben ik ook nog bang dat ze dat zien en in hun vuistje lachen (deze uitdrukking heb ik ook nog nooit eerder kunnen toepassen). Zo dwingen ze me te kiezen tussen schuldgevoelens en sulgevoelens.

Realiteit

Dat ik me overdag niet echt naar voelde door het hele coronagebeuren, maar ’s nachts wel steeds nachtmerries had. Over andere dingen, maar toch. Onbewust grijpt het me wel aan, concludeerde ik toen. Zo empathisch ben ik. Totdat ik aan een ander boek begon, waarin de hoofdpersoon zichzelf niet te gronde richt, en mijn nachtmerries als sneeuw voor de zon verdwenen. Het kwam dus door wat ik eerder elke avond las in plaats van door de beelden op het journaal. Blijkbaar leef ik meer mee met fictieve hoofdpersonen dan met de realiteit.

Rapport

Dat ik met mijn vriend en de hond op de hei liep en daar een vage bekende tegenkwam. Dat zij toen zag dat onze hond maar drie poten heeft. ‘Ik ken nog iemand met zo’n hond’, zei ze, ‘maar die gaat er volgens mij wat handiger mee om.’ Dat ik dat helemaal niet leuk vond om te horen, en niet wist hoe snel ik haar moest vertellen dat de onze er eigenlijk ook heel goed mee uit de voeten kon, maar nu gewoon oud aan het worden is. ‘Vroeger liep hij zo vijftien kilometer’, deed ik er nog een schepje bovenop. Daarna piepte ze wel anders.

Dat we daarna weer doorliepen en mijn vriend zei dat het helemaal een beetje pijn deed, dat die vrouw dat zei. Dat ik me toen ineens ook kon inleven in al die ouders die op hoge poten naar de school van hun kinderen gaan om te klagen over hun onrechtvaardige rapport.

Afkicken

Dat ik ons gietijzeren tuinhek in de Hammerite heb gezet. Dat was nogal een werk, want ik deed het met een kwast, spijl voor spijl. Gelukkig oogstte ik er wel bewondering mee van diverse buren. Zij prezen bijvoorbeeld mijn geduld, dat ik eigenlijk helemaal niet heb, maar ik deed nu alsof.

Dat ik na twee dagen kwasten eindelijk klaar was, maar blijkbaar nog even moest afkicken. Dan liep ik met de hond langs een tuin en dacht ik: als je daar nou even wat Hammerite op doet, dan knapt het enorm op. Dat ik toen concludeerde: de wereld is een spijlendal. Er zijn te veel spijlen, en er is ook te veel metaal in algemene zin.

Dat ik het zelfs met de cactus op onze slaapkamer had. Die ziet er mooi egaal groen uit, alleen onderaan de ‘stam’ zitten wat plekjes. Dat ik toen ook heel even dacht: die moet je Hammeriten.  

Parfum

Dat ik me op straat nu erg bewust ben van andere mensen, en ze liever niet in mijn buurt wil hebben. Dat ik ze dus op ruime afstand passeer, maar dan vaak toch nog een walm opvang van hun parfum. Eerder had ik dat helemaal niet door, het lijkt wel of iedereen ineens veel meer parfum op heeft. Dat dat me totaal niet zint, ik krijg blijkbaar gewoon spullen in mijn neus die van hen afkomstig zijn. Wie zegt dat dit voor hun corona dan ook niet geldt? Misschien hecht het zich wel aan parfum, dat dat achteraf de hele oorzaak van die pandemie blijkt te zijn.

Krabpaal

Dat mijn oude kat haar pootjes weer eens in mijn been haakte om op mijn bureau te komen. Dat er dit keer echt wat vanaf vloog, het bleek een nagel te zijn. Geen goede gelukkig, zo’n oud vliesje waar ze waarschijnlijk toch al vanaf wilde. Dat ik me nu wel meer en meer krabpaal voel.

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen. Van mezelf én van het leven. Hoe dat iedere keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

Archief

Categorie: Tegenvallers

Begrafenis

Dat mijn vriend en ik vanochtend een beetje ruzie hadden, maar dat gelukkig vlak voordat hij weg moest weer goedkwam. Dat we er toen een grapje van maakten, door terug te pakken op elementen uit de ruzie, maar dan met liefde eronder. Dat hij vervolgens naar zijn werk ging en als laatste ‘ik mag jou niet’ zei, maar op diezelfde, gezellige toon.

Dat ik toen wel dacht: stel dat hij nu overlijdt, dan waren dit zijn laatste woorden aan mij. Hoe krijg ik dan op de begrafenis aan de rest uitgelegd hoe goed het op het eind tussen ons zat?  

Shinen

Dat ik allemaal kruidenplantjes heb, maar de meeste behoorlijk staan te verpieteren. Dat gebeurt altijd vrij snel bij mij, ik ben al blij als ik er voor die tijd tenminste één keer wat vanaf heb geknipt. Dat ik ze vanochtend, enigszins tegen beter weten in, toch maar water gaf, en ineens zag dat het met de tijm wel heel goed gaat. Hij had allemaal nieuwe sprieten gemaakt, die zaten er nog niet in de winkel. Ze waren ook lichter groen dan de rest, en de takjes waren daar nog zacht (dit om mezelf ervan te overtuigen dat ze er echt nog niet zaten). Dat ik het wel een beetje onbeleefd van ze vond om zo te staan shinen naast de basilicumstompjes.

Doorpraten

Dat wel of niet doorpraten als er een serveerster aan je tafeltje komt toch altijd een dingetje is. Als ze de bestelling op komt nemen, staak je natuurlijk het gesprek en ga je over op het noemen van de gewenste gerechten en drankjes. Maar wat als ze het vervolgens komt brengen, of als ze alleen even een doekje over de tafel komt halen? Praat je dan door of wacht je even? Soms kies je voor wachten, maar duurt het langer dan je dacht, en wordt het zwijgen ook juist ongemakkelijk. Dan lijkt het ineens alsof jullie het daarvoor over seks hadden. Eigenlijk is doorpraten over koetjes en kalfjes het beste voor iedereen. Maar ja, kom daar onder die druk maar eens op.

Vegen

Dat ik droomde dat ik het met mijn schoonfamilie over plassen had, dat je als meisje naderhand moet vegen en als jongen niet. Dat mijn schoonzusje toen ineens zei: Ja, deden jullie dat zo thuis? En dat er daarmee echt iets instortte, ik dacht dat ik aan een universeel concept refereerde, maar dit bleek dus een kwestie van opvoeding te zijn.

Dat ik blij was toen ik wakker werd en het maar een droom bleek te zijn, maar vervolgens niet bij mijn vriend durfde te checken of hij inderdaad niet veegt. Deze zekerheid liet ik me niet nog een keer afpakken.

Sulgevoelens

Dat ik mijn fiets op het station wilde pakken, maar er toen een gele papieren hanger aan mijn stuur hing met reclame erop. Daar zit je dan vervolgens als eigenaar maar mooi mee. aar. Soms doen ze het ook met een elastiekje, of ze gooien het in mijn krat. Dat is wel een nadeel van mijn fiets, jongeren gooien er soms ook afval in (ik ga ervan uit dat het jongeren zijn). Als ik dat ontdek (zowel bij afval als bij reclame), zegt mijn gevoel altijd dat ik het op de grond wil flikkeren, dan kan ik mijn boosheid erover nog een beetje kwijt. Maar dan lijk ík daarna de milieuvervuiler, terwijl zij dat eigenlijk zijn. Het alternatief is dat ik het voor ze weg ga gooien, maar dan beloon ik het in feite en wie weet staan ze wel om de hoek. Dan ben ik ook nog bang dat ze dat zien en in hun vuistje lachen (deze uitdrukking heb ik ook nog nooit eerder kunnen toepassen). Zo dwingen ze me te kiezen tussen schuldgevoelens en sulgevoelens.

Realiteit

Dat ik me overdag niet echt naar voelde door het hele coronagebeuren, maar ’s nachts wel steeds nachtmerries had. Over andere dingen, maar toch. Onbewust grijpt het me wel aan, concludeerde ik toen. Zo empathisch ben ik. Totdat ik aan een ander boek begon, waarin de hoofdpersoon zichzelf niet te gronde richt, en mijn nachtmerries als sneeuw voor de zon verdwenen. Het kwam dus door wat ik eerder elke avond las in plaats van door de beelden op het journaal. Blijkbaar leef ik meer mee met fictieve hoofdpersonen dan met de realiteit.

Rapport

Dat ik met mijn vriend en de hond op de hei liep en daar een vage bekende tegenkwam. Dat zij toen zag dat onze hond maar drie poten heeft. ‘Ik ken nog iemand met zo’n hond’, zei ze, ‘maar die gaat er volgens mij wat handiger mee om.’ Dat ik dat helemaal niet leuk vond om te horen, en niet wist hoe snel ik haar moest vertellen dat de onze er eigenlijk ook heel goed mee uit de voeten kon, maar nu gewoon oud aan het worden is. ‘Vroeger liep hij zo vijftien kilometer’, deed ik er nog een schepje bovenop. Daarna piepte ze wel anders.

Dat we daarna weer doorliepen en mijn vriend zei dat het helemaal een beetje pijn deed, dat die vrouw dat zei. Dat ik me toen ineens ook kon inleven in al die ouders die op hoge poten naar de school van hun kinderen gaan om te klagen over hun onrechtvaardige rapport.

Afkicken

Dat ik ons gietijzeren tuinhek in de Hammerite heb gezet. Dat was nogal een werk, want ik deed het met een kwast, spijl voor spijl. Gelukkig oogstte ik er wel bewondering mee van diverse buren. Zij prezen bijvoorbeeld mijn geduld, dat ik eigenlijk helemaal niet heb, maar ik deed nu alsof.

Dat ik na twee dagen kwasten eindelijk klaar was, maar blijkbaar nog even moest afkicken. Dan liep ik met de hond langs een tuin en dacht ik: als je daar nou even wat Hammerite op doet, dan knapt het enorm op. Dat ik toen concludeerde: de wereld is een spijlendal. Er zijn te veel spijlen, en er is ook te veel metaal in algemene zin.

Dat ik het zelfs met de cactus op onze slaapkamer had. Die ziet er mooi egaal groen uit, alleen onderaan de ‘stam’ zitten wat plekjes. Dat ik toen ook heel even dacht: die moet je Hammeriten.  

Parfum

Dat ik me op straat nu erg bewust ben van andere mensen, en ze liever niet in mijn buurt wil hebben. Dat ik ze dus op ruime afstand passeer, maar dan vaak toch nog een walm opvang van hun parfum. Eerder had ik dat helemaal niet door, het lijkt wel of iedereen ineens veel meer parfum op heeft. Dat dat me totaal niet zint, ik krijg blijkbaar gewoon spullen in mijn neus die van hen afkomstig zijn. Wie zegt dat dit voor hun corona dan ook niet geldt? Misschien hecht het zich wel aan parfum, dat dat achteraf de hele oorzaak van die pandemie blijkt te zijn.

Krabpaal

Dat mijn oude kat haar pootjes weer eens in mijn been haakte om op mijn bureau te komen. Dat er dit keer echt wat vanaf vloog, het bleek een nagel te zijn. Geen goede gelukkig, zo’n oud vliesje waar ze waarschijnlijk toch al vanaf wilde. Dat ik me nu wel meer en meer krabpaal voel.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring