blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Rokje

Dat ik met een vriendin in Flensburg was, een stad in Duitsland, en zij in lichte paniek raakte toen ze daar in een parkeergarage moest parkeren. Dat ik haar daarom probeerde gerust te stellen. Dat we toen wel zagen dat er op de eerste verdieping allemaal parkeerplaatsen waren met een poppetje erop met een soort rokje aan. ‘Die zijn voor vrouwen’, zei ik toen voor de grap. Maar volgens mijn vriendin waren ze echt voor vrouwen. Omdat die parkeren zo moeilijk vinden, zei ze, dan hoeven ze minder hoog de garage in. Dat kon ik bijna niet geloven maar ik deed het toch, en ik werd al helemaal boos omdat ik zelf helemaal geen parkeerangst heb (ik ben eerder niet bang genoeg, ik ben namelijk nogal ongeduldig, dus na een tijdje ben ik dat steken echt wel zat. Dit moet maar gewoon passen, denk ik dan. Mijn vriend zegt vaak dat dat mijn grootste probleem (of een van mijn grootste) is, dat ik altijd wil dat de wereld zich aan mij aanpast in plaats van andersom. Maar dat doet de wereld niet.) en me daardoor niet serieus genomen voelde. Is dit nou emancipatie?

Dat het later helemaal niet waar bleek te zijn, de vakken waren ook niet breder dan normaal en er zat niet van dat schuim om de plekken heen zoals je bij een bowlingbaan kunt bestellen voor in de goten. Maar de vakken waren wel speciaal voor vrouwen, met het oog op aanranding en erger, wist mijn vriendin. Dan hoeven ze niet nog verder de garage in en staan ze bij elkaar. Dat ik het rokje op de afbeelding toen nóg vreemder vond. Eigenlijk stond er: trek je wel een rokje aan? Dan zorgen wij dat je niet wordt aangerand.

Afronden

Dat ik er bij het afronden van mijn boek achter kwam dat een bepaald tekstje er helemaal niet in stond. Het was denk ik per ongeluk gesneuveld. Dat ik dat aan mijn redacteur vertelde en zij toen zei: het is wel lastig om het nu nog toe te voegen, maar als je erop staat kan het wel. Maar dat ik toen niet wist of ik erop stond. Dat ik daarna wel dacht: als je niet weet of je ergens op staat, sta je er waarschijnlijk niet op.

Dubbele komma

Dat ik in de afrondende fase van mijn boek zat, en met iemand in discussie raakte over komma’s. Hij vond: tussen twee persoonsvormen moet een komma. Dat vind ik op zich ook wel, dat is volgens mij zelfs de enige echt leidende regel die er over komma’s bestaat, maar in de praktijk vind ik dit vaak toch een minder goed idee. Dan maak ik vrij lange zinnen, en dan horen sommige stukken echt meer bij elkaar dan andere, en de enige manier om dat duidelijk te maken is door alleen op die plekken een komma te zetten. Anders worden het vier gelijkwaardige stukjes, terwijl de zin qua ritme toch echt bedoeld is als een kort begin, een middenstuk dat lekker snel doorgaat, en dan een eindje. Mijn discussiepartner gaf toch de voorkeur aan meer komma’s, met als argument: ik hou van compartimentaliseren. Daar kon ik inkomen, want het is een mooi woord.

Het probleem is volgens mij dat we maar één soort komma’s hebben. Je hebt eigenlijk persoonsvormkomma’s nodig, waarmee je laat merken: ik weet heus wel dat er tussen twee persoonsvormen een komma hoort, en ik help je hiermee om de zin goed te lezen. En je hebt pauze-komma’s nodig, dat zou dan een dubbele komma kunnen zijn, op plekken waar je even iets voor jezelf kunt gaan doen. Daar kun je bijkomen en ademen als je aan het voorlezen bent (als je in stilte leest mag je van mij altijd ademen – dit is trouwens zo’n zin waarbij ik de huidige enkele komma tussen ‘leest’ en ‘mag’ dus too much vind. Maar als er ook dubbele komma’s zouden bestaan,, zou ik daar gerust een enkele willen.).

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Rokje

Dat ik met een vriendin in Flensburg was, een stad in Duitsland, en zij in lichte paniek raakte toen ze daar in een parkeergarage moest parkeren. Dat ik haar daarom probeerde gerust te stellen. Dat we toen wel zagen dat er op de eerste verdieping allemaal parkeerplaatsen waren met een poppetje erop met een soort rokje aan. ‘Die zijn voor vrouwen’, zei ik toen voor de grap. Maar volgens mijn vriendin waren ze echt voor vrouwen. Omdat die parkeren zo moeilijk vinden, zei ze, dan hoeven ze minder hoog de garage in. Dat kon ik bijna niet geloven maar ik deed het toch, en ik werd al helemaal boos omdat ik zelf helemaal geen parkeerangst heb (ik ben eerder niet bang genoeg, ik ben namelijk nogal ongeduldig, dus na een tijdje ben ik dat steken echt wel zat. Dit moet maar gewoon passen, denk ik dan. Mijn vriend zegt vaak dat dat mijn grootste probleem (of een van mijn grootste) is, dat ik altijd wil dat de wereld zich aan mij aanpast in plaats van andersom. Maar dat doet de wereld niet.) en me daardoor niet serieus genomen voelde. Is dit nou emancipatie?

Dat het later helemaal niet waar bleek te zijn, de vakken waren ook niet breder dan normaal en er zat niet van dat schuim om de plekken heen zoals je bij een bowlingbaan kunt bestellen voor in de goten. Maar de vakken waren wel speciaal voor vrouwen, met het oog op aanranding en erger, wist mijn vriendin. Dan hoeven ze niet nog verder de garage in en staan ze bij elkaar. Dat ik het rokje op de afbeelding toen nóg vreemder vond. Eigenlijk stond er: trek je wel een rokje aan? Dan zorgen wij dat je niet wordt aangerand.

Afronden

Dat ik er bij het afronden van mijn boek achter kwam dat een bepaald tekstje er helemaal niet in stond. Het was denk ik per ongeluk gesneuveld. Dat ik dat aan mijn redacteur vertelde en zij toen zei: het is wel lastig om het nu nog toe te voegen, maar als je erop staat kan het wel. Maar dat ik toen niet wist of ik erop stond. Dat ik daarna wel dacht: als je niet weet of je ergens op staat, sta je er waarschijnlijk niet op.

Dubbele komma

Dat ik in de afrondende fase van mijn boek zat, en met iemand in discussie raakte over komma’s. Hij vond: tussen twee persoonsvormen moet een komma. Dat vind ik op zich ook wel, dat is volgens mij zelfs de enige echt leidende regel die er over komma’s bestaat, maar in de praktijk vind ik dit vaak toch een minder goed idee. Dan maak ik vrij lange zinnen, en dan horen sommige stukken echt meer bij elkaar dan andere, en de enige manier om dat duidelijk te maken is door alleen op die plekken een komma te zetten. Anders worden het vier gelijkwaardige stukjes, terwijl de zin qua ritme toch echt bedoeld is als een kort begin, een middenstuk dat lekker snel doorgaat, en dan een eindje. Mijn discussiepartner gaf toch de voorkeur aan meer komma’s, met als argument: ik hou van compartimentaliseren. Daar kon ik inkomen, want het is een mooi woord.

Het probleem is volgens mij dat we maar één soort komma’s hebben. Je hebt eigenlijk persoonsvormkomma’s nodig, waarmee je laat merken: ik weet heus wel dat er tussen twee persoonsvormen een komma hoort, en ik help je hiermee om de zin goed te lezen. En je hebt pauze-komma’s nodig, dat zou dan een dubbele komma kunnen zijn, op plekken waar je even iets voor jezelf kunt gaan doen. Daar kun je bijkomen en ademen als je aan het voorlezen bent (als je in stilte leest mag je van mij altijd ademen – dit is trouwens zo’n zin waarbij ik de huidige enkele komma tussen ‘leest’ en ‘mag’ dus too much vind. Maar als er ook dubbele komma’s zouden bestaan,, zou ik daar gerust een enkele willen.).

Insecten

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Doof

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.  

Vogelboek

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

Carpoolstrook

Dat ik voor het eerst in mijn leven ging carpoolen, op een echte carpoolstrook. Het was een beetje een louche weg, met een berm en verder niks. Dat verbaasde me, bij de term ‘carpoolstrook’ verwachtte ik faciliteiten, en mensen die die strook runnen.

Dat ik het moeilijk vond om mijn auto daar zo achter te laten, ook omdat ik die plek helemaal niet kende en dus niet zeker wist of hij daar veilig zou zijn. Dat ik toen nog even in de berm heb geplast daar, om de louche-heid van het geheel maar even te bevestigen (en omdat ik moest en er dus geen wc was). Volgens mij vond mijn auto dat niet erg, we hadden de plek nu tenminste wel echt geclaimd samen.

Wave

Dat ik een paar keer hardop moest lachen toen ik tijdens Nederland-Duitsland in het stadion zat. Toen een man in zijn eentje ineens met schorre stem ‘HOL-LAND! HOL-LAND!’ begon te roepen. Het was zo absurd, alsof ik in een sketch was beland. En toen er een wave werd opgestart die eerst heel goed werd uitgevoerd. Hij ging van vak naar vak, totdat hij ergens kwam waar ze hem al niet meer eensgezind deden, ongeveer de helft deed nog voluit mee. Bij het vak daarnaast werd het pas echt bont. Daar deed eigenlijk niemand nog de hele wave, maar een paar mensen deden nog wel even hun armen omhoog voor de vorm, zonder daarbij op te staan. Toen konden we daar ook weer mee stoppen.

Toeschouwer

Dat ik bij de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland was. Ik wist niet zo goed wat ik kon verwachten qua sfeer, zou het bijna vechten zijn of eerder carnaval? Met allebei heb ik weinig op. De sfeer was in het begin behoorlijk vrolijk, maar de zingers en joelers bleken dat helemaal geen 90 minuten vol te houden. Soms vond ik het zelfs zielig voor het Nederlands elftal, dat ze een mindere fase hadden qua spel en het publiek dan ook afhaakte. Eigenlijk waren we hele voorwaardelijke steun; als ze toch al goed gingen, wilden we wel even supporten.

Het enige moment waarop ik eigenlijk weg wilde, was toen een klein groepje mensen ‘Alle Duitsers zijn homo’s’ begon te zingen. Ik stond op het punt om er wat van te zeggen, ook al wist ik dat dat geen enkele zin zou hebben. Maar de rest van het publiek nam dit liedje gelukkig niet over, dus voelde ik me met hen des te meer verbonden. Waar ik me wel aan bleef storen, was het uitfluiten van geblesseerde Duitsers. Hoe kun je nou vanaf de tribune zien of degene die op de grond ligt zich al dan niet aanstelt? Als de Duitsers expres lang deden over de bal ingooien of een wissel (omdat ze voor stonden) vond ik het uitfluiten overigens wel volledig terecht. Maar zelf kan ik niet fluiten, zeker niet op mijn vingers. Dus bleef ik een soort toeschouwer. Van het Nederlands elftal, maar ook van de toeschouwers.

Vegen

Dat ik het zo druk heb deze week dat ik niet eens de tijd neem om even rustig te plassen. Als ik bijna klaar ben, begin ik maar vast met afvegen, dat voelt efficiënt. Maar dat heeft natuurlijk geen zin, want met de druppels die daarna komen zul je ook weer wat moeten. Toch voelt niks doen en louter afwachten écht zonde van mijn tijd. Dan liever een keertje extra vegen.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring