blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Schoenmaker

Dat ik gisteren op straat liep en onze schoenmaker tegenkwam. Nu klinkt het alsof ik heel vaak schoenen laat maken, dat valt mee hoor, maar ik koop er ook wel eens veters en laat er sleutels bijmaken. Dat ik me toen ineens wel afvroeg hoe dat verband tussen schoenen en sleutels eigenlijk is ontstaan. Waarom worden die twee zeer verschillende dingen door dezelfde persoon uitgevoerd? Is dat omdat je het allebei nodig hebt met weggaan. Shit, mijn schoen is lek én ik heb geen extra sleutel. En dat je dan maar naar één iemand hoeft. Of heeft het met de apparatuur te maken, dat hij die machine toch in huis heeft voor de schoenen, en die sleutels er dan ook maar bij doet. Terwijl zijn passie duidelijk bij de schoenen ligt. Dat hij dan ook elke keer baalt als hij mensen zonder tas de winkel in ziet komen, omdat hij weet dat het dan zeer waarschijnlijk een gevalletje sleutel is. De kans dat ze hun schoenen daar ter plekke uittrekken en op sokken naar huis gaan, is natuurlijk nihil.

Halfslachtig

Dat ik een oude serie maar weer heb opgepakt. Ik vond hem eerder best leuk, maar ook weer niet dusdanig dat ik daar, toen ik druk was, mijn tijd in wilde steken. Maar sinds corona weegt het blijkbaar weer ruimschoots op, ben ik blij dat ik nog een deel te gaan heb. Netflix beschouwde de serie alleen niet meer als van mij, ik moest hem echt weer opnieuw opzoeken. Maar hij wist nog wel waar ik was gebleven met kijken, dat klopt natuurlijk niet. Netflix was dus net zo halfslachtig met het afronden van de serie als ik.

Prettige gevoelens

Dat we op de hei gingen wandelen met de hond. De grote parkeerplaats was vanwege de lockdown afgesloten maar wij wisten een andere ingang waar je nog wel kon parkeren. Dat daar toen een groep van ongeveer 20 jongeren stond. Ze hielden absoluut geen afstand van elkaar, en stonden te roken en te drinken. Een van de wandelaars zal de politie wel bellen, zei ik tegen mijn vriend, maar zo zijn wij niet.

Dat we even later terugliepen richting de parkeerplaats, en op de eindpaadjes al wat meiden tegenkwamen met wijn in hun hand. Op een ander paadje rende een groepje jongens achter elkaar aan. Toen zagen we dat er een auto van de gemeente gearriveerd was, dat was de reden dat de kudde uit elkaar stoof. Je zag zelfs de schapen denken: zo eng is dit nou ook weer niet. Ze deden dus alsof ze toevallig allemaal los van elkaar met wijn en sigaretten op de hei liepen. Dat er ook een meisje was dat probeerde haar dronken charmes in de strijd te gooien bij de gemeenteambtenaar. Ik hoorde haar ‘schat’ zeggen en ze raakte hem ook aan. Dat ik toen eigenlijk de politie wilde bellen om te zeggen dat er iemand werd aangeraakt, ik vond haar bijna een soort coronaspuger. Maar bij de ambtenaar leken de prettige gevoelens toch te overheersen.

Traptree

Dat onze oude kat steeds vreemdere ligplekken heeft. Zo ligt ze tegenwoordig ’s nachts vaak op een traptree, meestal op de bovenste. Maar zo handig is ze niet meer qua motoriek, dus dan zou ik zelf toch voor een lagere gaan, als je al zo nodig voor de trap kiest.

Dat ze het laatst wel heel bont maakte toen ze ineens in de kattenbak lag te slapen. Ik vroeg me wel af hoe dit was gegaan, had ze net geplast en dacht ze toen: ach, dit ligt eigenlijk ook wel prima? Of waren het twee losse uitjes geweest, het plassen en het liggen? Ik hoop dat laatste, dat voelt op de een of andere manier toch hygiënischer.

Niet gezeten

Dat ik gisteren probeerde in de tuin te gaan zitten met een boek, maar dat niet echt wilde lukken. Steeds zag ik onkruid dat me niet aanstond, en begon ik alweer te tuinieren. Toen dat klaar was ging ik eindelijk weer zitten, maar toen was de zon al bijna weg en waaide het flink. Ik las een half artikel in een tijdschrift en besloot toen maar naar binnen te gaan. En nu ik toch stond, kon ik ook nog wel wat plantjes stekken. Dat ik daarna de hele tuin ook nog heb gesproeid.

Dat ik achteraf niet wist of het nou erg was, dat ik niet gezeten had. Je zou ook kunnen zeggen dat ik gewoon lekker bezig was geweest, maar ik wist niet of dat klopte.

Ooievaarsnest

Dat ik een ooievaarsnest zag vanuit de trein. Het zat bovenop een paal, en er zaten ook daadwerkelijk ooievaars in. In het begin dacht ik even dat het nep was, want ik wist helemaal niet dat we die in Nederland hadden. In Frankrijk heb ik ooit speciaal een plaats bezocht die bekend stond om de ooievaarsnesten met bijbehorende ooievaars, en die hadden daar ook magneten, knuffels en placemats van, dus dat was heus niet zomaar iets. Maar hier zaten ze dus ook gewoon. Gelukkig had ik destijds geen magneet gekocht.

Dat er twee op het nest zaten, parallel aan elkaar. Ze keken ook dezelfde kant op, maar er zat wel een beetje ruimte tussen. Dat ik toen heel even dacht: ze hebben net ruzie gehad, en doen nu alsof de ander niet bestaat. Maar dat ik daarna dacht: je kunt het ook juist zien als heel schappelijk, met alle snavels dezelfde kant op. Maar daarvoor weet ik dus te weinig van ooievaars.

Snorkels

Dat ik tegenwoordig van de legpuzzels ben, voor de coronahype begon ik daar al mee. Op zondag ben ik namelijk altijd erg moe van mijn optredens, en puzzelen kan ik dan precies aan qua inspanning. En het geeft toch wat meer voldoening dan de hele dag tv.

Dat mijn legpuzzel van 2000 stukjes gisteravond af was, en ik toen meteen aan een nieuwe van 1000 begon. Dat dat nu alleen als een soort kinderpuzzel voelt, met die grotere stukken en dat kleine totaaloppervlak. De kant had ik binnen een mum van tijd gelegd. Alsof hij precies tussen een echte puzzel en eentje van de snorkels in zit.

Legpuzzel

Dat ik gisteren weinig heb meegemaakt, ik was vooral bezig met mijn legpuzzel. Maar om nou op te schrijven dat ik toen de lucht af was aan de olifanten ben begonnen en dat dat eigenlijk best wel opschoot, dat gaat me te ver.

Dat ik wel steeds twijfel over hoe erg het is als er aan het eind stukjes blijken te missen (ik haal ze bij de Kringloop en soms missen er wel acht). Als het dan nutteloos voelt dat je hem hebt gemaakt, is een legpuzzel misschien sowieso al niet de juiste keuze: ook affe puzzels dragen weinig bij. Maar om nou te zeggen dat het totaal niet geeft, dat klopt ook weer niet. Er zal toch ergens een soort grens zijn. Als er maar drie stukjes in de doos zouden zitten, terwijl het een puzzel van 1000 is, dan heb je echt te weinig te doen en is de kans dat ze aan elkaar passen ook miniem.

Hand

Dat ik me nu steeds als ik de hond uitlaat extreem bewust ben van wat ik allemaal aanraak. Sowieso de riem, en ik moet de poep opruimen dus dan raak ik dat zakje ook aan. Mijn eigen zakje, maar toch. Dat ik voor de zekerheid probeer mijn gezicht een beetje onaangeroerd te laten tijdens zo’n rondje. Maar dat ik dat nog best lastig vind, ineens krijg ik dan overal jeuk.

Dat ik er nu ook achter kom dat ik normaal altijd mijn duim en wijsvinger natmaak om het poepzakje makkelijker open te krijgen. Dat wilde ik nu dus niet doen. Dat ik toen dacht: misschien kan ik in plaats daarvan op mijn vinger spugen, maar mag dát dan eigenlijk wel? Het voelt alsof dat coronagewijs toch niet erg slim is, terwijl: als ik corona in mijn mond heb, dan had ik het dus al. Maar dan heeft mijn hand het nu ook.

Zakkenrollers

Dat ik in de trein terug zat vanuit Berlijn, en er toen werd omgeroepen dat we moesten oppassen voor zakkenrollers, vooral op zondagavond. Ze komen de trein in, rollen niet alleen zakken maar ook koffers uit de bagagerekken, en gaan vervolgens de trein weer uit, was het verhaal. Dat ik het nogal brutaal vond, zo’n hele koffer uit een rek halen. Ik zou dat nooit durven. Dat ik dat van die zondagavond ook niet zo goed begreep. Zouden er dan betere spullen in koffers zitten? Of moeten ze de rest van de week op andere treinen aanwezig zijn?

Dat we toen op een station stopten en ik twee jongens met enorme koffers door het gangpad zag lopen en heel even dacht: zouden dit wel hun eigen koffers zijn? Dat het anders wel heel stoer zou zijn, dat ze de lange route kiezen en het hele gangpad doorgaan, met het risico dat iemand zijn eigen koffer voorbij ziet komen rollen van dien. Dat dat natuurlijk ook juist een goede strategie kan zijn. Diegene zal waarschijnlijk denken: hij loopt er zo zelfverzekerd mee rond, hij zal wel net zo’n koffer hebben als ik.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

Schoenmaker

Dat ik gisteren op straat liep en onze schoenmaker tegenkwam. Nu klinkt het alsof ik heel vaak schoenen laat maken, dat valt mee hoor, maar ik koop er ook wel eens veters en laat er sleutels bijmaken. Dat ik me toen ineens wel afvroeg hoe dat verband tussen schoenen en sleutels eigenlijk is ontstaan. Waarom worden die twee zeer verschillende dingen door dezelfde persoon uitgevoerd? Is dat omdat je het allebei nodig hebt met weggaan. Shit, mijn schoen is lek én ik heb geen extra sleutel. En dat je dan maar naar één iemand hoeft. Of heeft het met de apparatuur te maken, dat hij die machine toch in huis heeft voor de schoenen, en die sleutels er dan ook maar bij doet. Terwijl zijn passie duidelijk bij de schoenen ligt. Dat hij dan ook elke keer baalt als hij mensen zonder tas de winkel in ziet komen, omdat hij weet dat het dan zeer waarschijnlijk een gevalletje sleutel is. De kans dat ze hun schoenen daar ter plekke uittrekken en op sokken naar huis gaan, is natuurlijk nihil.

Halfslachtig

Dat ik een oude serie maar weer heb opgepakt. Ik vond hem eerder best leuk, maar ook weer niet dusdanig dat ik daar, toen ik druk was, mijn tijd in wilde steken. Maar sinds corona weegt het blijkbaar weer ruimschoots op, ben ik blij dat ik nog een deel te gaan heb. Netflix beschouwde de serie alleen niet meer als van mij, ik moest hem echt weer opnieuw opzoeken. Maar hij wist nog wel waar ik was gebleven met kijken, dat klopt natuurlijk niet. Netflix was dus net zo halfslachtig met het afronden van de serie als ik.

Prettige gevoelens

Dat we op de hei gingen wandelen met de hond. De grote parkeerplaats was vanwege de lockdown afgesloten maar wij wisten een andere ingang waar je nog wel kon parkeren. Dat daar toen een groep van ongeveer 20 jongeren stond. Ze hielden absoluut geen afstand van elkaar, en stonden te roken en te drinken. Een van de wandelaars zal de politie wel bellen, zei ik tegen mijn vriend, maar zo zijn wij niet.

Dat we even later terugliepen richting de parkeerplaats, en op de eindpaadjes al wat meiden tegenkwamen met wijn in hun hand. Op een ander paadje rende een groepje jongens achter elkaar aan. Toen zagen we dat er een auto van de gemeente gearriveerd was, dat was de reden dat de kudde uit elkaar stoof. Je zag zelfs de schapen denken: zo eng is dit nou ook weer niet. Ze deden dus alsof ze toevallig allemaal los van elkaar met wijn en sigaretten op de hei liepen. Dat er ook een meisje was dat probeerde haar dronken charmes in de strijd te gooien bij de gemeenteambtenaar. Ik hoorde haar ‘schat’ zeggen en ze raakte hem ook aan. Dat ik toen eigenlijk de politie wilde bellen om te zeggen dat er iemand werd aangeraakt, ik vond haar bijna een soort coronaspuger. Maar bij de ambtenaar leken de prettige gevoelens toch te overheersen.

Traptree

Dat onze oude kat steeds vreemdere ligplekken heeft. Zo ligt ze tegenwoordig ’s nachts vaak op een traptree, meestal op de bovenste. Maar zo handig is ze niet meer qua motoriek, dus dan zou ik zelf toch voor een lagere gaan, als je al zo nodig voor de trap kiest.

Dat ze het laatst wel heel bont maakte toen ze ineens in de kattenbak lag te slapen. Ik vroeg me wel af hoe dit was gegaan, had ze net geplast en dacht ze toen: ach, dit ligt eigenlijk ook wel prima? Of waren het twee losse uitjes geweest, het plassen en het liggen? Ik hoop dat laatste, dat voelt op de een of andere manier toch hygiënischer.

Niet gezeten

Dat ik gisteren probeerde in de tuin te gaan zitten met een boek, maar dat niet echt wilde lukken. Steeds zag ik onkruid dat me niet aanstond, en begon ik alweer te tuinieren. Toen dat klaar was ging ik eindelijk weer zitten, maar toen was de zon al bijna weg en waaide het flink. Ik las een half artikel in een tijdschrift en besloot toen maar naar binnen te gaan. En nu ik toch stond, kon ik ook nog wel wat plantjes stekken. Dat ik daarna de hele tuin ook nog heb gesproeid.

Dat ik achteraf niet wist of het nou erg was, dat ik niet gezeten had. Je zou ook kunnen zeggen dat ik gewoon lekker bezig was geweest, maar ik wist niet of dat klopte.

Ooievaarsnest

Dat ik een ooievaarsnest zag vanuit de trein. Het zat bovenop een paal, en er zaten ook daadwerkelijk ooievaars in. In het begin dacht ik even dat het nep was, want ik wist helemaal niet dat we die in Nederland hadden. In Frankrijk heb ik ooit speciaal een plaats bezocht die bekend stond om de ooievaarsnesten met bijbehorende ooievaars, en die hadden daar ook magneten, knuffels en placemats van, dus dat was heus niet zomaar iets. Maar hier zaten ze dus ook gewoon. Gelukkig had ik destijds geen magneet gekocht.

Dat er twee op het nest zaten, parallel aan elkaar. Ze keken ook dezelfde kant op, maar er zat wel een beetje ruimte tussen. Dat ik toen heel even dacht: ze hebben net ruzie gehad, en doen nu alsof de ander niet bestaat. Maar dat ik daarna dacht: je kunt het ook juist zien als heel schappelijk, met alle snavels dezelfde kant op. Maar daarvoor weet ik dus te weinig van ooievaars.

Snorkels

Dat ik tegenwoordig van de legpuzzels ben, voor de coronahype begon ik daar al mee. Op zondag ben ik namelijk altijd erg moe van mijn optredens, en puzzelen kan ik dan precies aan qua inspanning. En het geeft toch wat meer voldoening dan de hele dag tv.

Dat mijn legpuzzel van 2000 stukjes gisteravond af was, en ik toen meteen aan een nieuwe van 1000 begon. Dat dat nu alleen als een soort kinderpuzzel voelt, met die grotere stukken en dat kleine totaaloppervlak. De kant had ik binnen een mum van tijd gelegd. Alsof hij precies tussen een echte puzzel en eentje van de snorkels in zit.

Legpuzzel

Dat ik gisteren weinig heb meegemaakt, ik was vooral bezig met mijn legpuzzel. Maar om nou op te schrijven dat ik toen de lucht af was aan de olifanten ben begonnen en dat dat eigenlijk best wel opschoot, dat gaat me te ver.

Dat ik wel steeds twijfel over hoe erg het is als er aan het eind stukjes blijken te missen (ik haal ze bij de Kringloop en soms missen er wel acht). Als het dan nutteloos voelt dat je hem hebt gemaakt, is een legpuzzel misschien sowieso al niet de juiste keuze: ook affe puzzels dragen weinig bij. Maar om nou te zeggen dat het totaal niet geeft, dat klopt ook weer niet. Er zal toch ergens een soort grens zijn. Als er maar drie stukjes in de doos zouden zitten, terwijl het een puzzel van 1000 is, dan heb je echt te weinig te doen en is de kans dat ze aan elkaar passen ook miniem.

Hand

Dat ik me nu steeds als ik de hond uitlaat extreem bewust ben van wat ik allemaal aanraak. Sowieso de riem, en ik moet de poep opruimen dus dan raak ik dat zakje ook aan. Mijn eigen zakje, maar toch. Dat ik voor de zekerheid probeer mijn gezicht een beetje onaangeroerd te laten tijdens zo’n rondje. Maar dat ik dat nog best lastig vind, ineens krijg ik dan overal jeuk.

Dat ik er nu ook achter kom dat ik normaal altijd mijn duim en wijsvinger natmaak om het poepzakje makkelijker open te krijgen. Dat wilde ik nu dus niet doen. Dat ik toen dacht: misschien kan ik in plaats daarvan op mijn vinger spugen, maar mag dát dan eigenlijk wel? Het voelt alsof dat coronagewijs toch niet erg slim is, terwijl: als ik corona in mijn mond heb, dan had ik het dus al. Maar dan heeft mijn hand het nu ook.

Zakkenrollers

Dat ik in de trein terug zat vanuit Berlijn, en er toen werd omgeroepen dat we moesten oppassen voor zakkenrollers, vooral op zondagavond. Ze komen de trein in, rollen niet alleen zakken maar ook koffers uit de bagagerekken, en gaan vervolgens de trein weer uit, was het verhaal. Dat ik het nogal brutaal vond, zo’n hele koffer uit een rek halen. Ik zou dat nooit durven. Dat ik dat van die zondagavond ook niet zo goed begreep. Zouden er dan betere spullen in koffers zitten? Of moeten ze de rest van de week op andere treinen aanwezig zijn?

Dat we toen op een station stopten en ik twee jongens met enorme koffers door het gangpad zag lopen en heel even dacht: zouden dit wel hun eigen koffers zijn? Dat het anders wel heel stoer zou zijn, dat ze de lange route kiezen en het hele gangpad doorgaan, met het risico dat iemand zijn eigen koffer voorbij ziet komen rollen van dien. Dat dat natuurlijk ook juist een goede strategie kan zijn. Diegene zal waarschijnlijk denken: hij loopt er zo zelfverzekerd mee rond, hij zal wel net zo’n koffer hebben als ik.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring