blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

‘Liefs’

Dat er ‘liefs’ stond onder een mailtje van mijn impresariaat. Dat ik dat altijd lastig vind. Omdat ik niet demonstratief afstandelijk wil doen, maar ‘liefs’ niet bij mij past. Ik strooi daar niet mee, zeker niet bij mensen die ik maar een paar keer per jaar zie en dat de gesprekken dan ook nog over geld gaan. Dus kies ik meestal voor ‘groetjes’, omdat dat iets vriendelijker klinkt dan ‘groet’ of ‘met vriendelijke groet’. (Mijn vriend sluit zijn mails naar mij nog steeds af met ‘groeten’, en daar schrik ik toch elke keer weer van. Ik weet dat het niks betekent, maar vraag me dan toch altijd heel even af of we misschien een ruzie hebben gehad die ik ben vergeten.)

Ik ga dus voor ‘groetjes’. Maar als de ander al ‘liefs’ heeft gezegd voelt dat toch een beetje als een statement. Alsof ik die ander op zijn vingers tik omdat hij te amicaal is geweest, terwijl dat helemaal niet de bedoeling is. Ik vind het niet erg om liefs te kríjgen, ik gééf ze alleen niet zomaar. Als ik ze wel teruggeef voel ik me hypocriet én ben ik bang dat het mijn impresariaat gaat opvallen dat ik normaal altijd ‘groetjes’ doe en nu zij ‘liefs’ doen ineens ook met ‘liefs’ aan kom zetten. Hoe nep kun je zijn? En wat doe ik dan de volgende keer? Als je teruggaat naar ‘groetjes’ lijkt de stemming enorm te zijn bekoeld.

Ik besluit voor een compromis te gaan en typ ‘groetjes!’ terug. Met uitroepteken. Hopelijk is de overgang terug naar ‘groetjes’ nu nog wel mogelijk de volgende keer.

Pinguïns en ijsberen

Ik heb jarenlang gedacht dat pinguïns even groot zijn als ijsberen. (Tot een paar jaar geleden geloofde ik dat nog.) Ik weet niet hoe ik daarbij kwam, ik heb het gewoon aangenomen, gebaseerd op de gedachte dat al het substantieels wat op de Noord- dan wel Zuidpool rondloopt wel ongeveer van menshoogte zal zijn. Inmiddels is me wel verteld dat pinguïns kleiner zijn, en toch duiken ze in mijn beelden steeds weer met hun kop naast de ijsberen op.

De boekhouding

Ik zit al een paar dagen zó in de boekhouding dat ik gisteren toen ik ging slapen serieus even bang was dat ze die gaan stelen als ze in ons huis inbreken. Neem alsjeblieft mijn spaargeld mee, maar laat de facturen goed ingeboekt staan.

Holleeder

Dat ik het boek over Holleeder heb gelezen en daar toen in 1 week 5 nachtmerries over had. Niet fijn natuurlijk, en ook nog zelfverkozen want ik ben wel door blijven lezen. Maar dat was wel het minste wat ik voor Astrid kon doen. Als zij wakker wordt is er geen opluchting, dan begint de nachtmerrie pas. Hopelijk zijn haar dromen wel fijn.

Wat ik wel heb nu is dat ik wil weten hoe het verder gaat, dan google ik het nieuws weer omdat ik ergens toch hoop dat er weer iemand is geliquideerd. Als je een spannend leven hebt moet je dat wel vol blijven houden vind ik, anders kan ik net zo goed mijn eigen leven weer gaan volgen.

Naar bed met Ronnie

Dat ik me hoogst ongemakkelijk voel als iedereen om mij heen over neuken en hoeren praat. Dan verveel ik me. Met hoeren heb ik sowieso niks, nooit gehad ook. Met neuken wel meer, maar niet met het opscheppen erover. Dat doet me meteen aan de middelbare school denken, terwijl daar toen ook heus niet dagelijks over werd opgeschept. Maar het was wel een thema.

Ik weet nog welk meisje uit mijn klas het als eerste had gedaan. Dat wist iedereen. Met Ronnie van de Mavo. Daar schepte ze ook over op, maar indirect, door te zeggen: Ik heb er nu wel spijt van hoor, je kunt er beter mee wachten. Een hele slimme VWO-achtige manier van opscheppen, want zo had ze een aanleiding om het steeds te vertellen. Ze wilde ons zogenaamd behoeden. Het is een beetje als zeggen dat de hele dag sjans hebben op den duur ook gaat vervelen, of dat rijk zijn gedoe is, en bekend zijn heus geen pretje. Maar dan heb je het wel gezegd. Alleen als je bekend bent hoef je dat als het goed is niet te vertellen, anders is er toch ergens iets misgegaan.

Ik ben benieuwd of het meisje uit mijn klas nu nog steeds met Ronnie is, ze hadden wel meteen verkering toen, ondanks de spijt. Inmiddels is het denk ik niet meer iets om over op te scheppen.

Door liedjes heen praten

Als we in een café zijn en iemand gaat opeens liedjes zingen, vind ik dat op zich prima maar dan wil ik er wel gewoon doorheen kunnen praten. Alleen liedjes is me te saai. Daarom heb ik het eigenlijk liever Engelstalig, want in het Nederlands door een Nederlandstalig liedje heen praten voelt zo bruut.

Opblijven

Hoe weet ik nou of ik wel of niet op mag blijven en wanneer? Hoe breng ik daar systeem in aan? Ik probeer het vaak, maar ik hou ze nooit lang vol. Voortaan ga ik elke ochtend om 8 uur op, behalve als ik moet optreden. Voortaan werk ik in sessies van 3 kwartier. Voortaan mag ik ’s avonds iets leuks doen als ik overdag heb geschreven.

Ik heb de discipline wel om mijn systemen vol te houden, maar na een paar dagen zie ik het nut er meestal niet meer van in. Ik ben erg moe nu, dus hoezo zou ik morgen om 8 uur opstaan? Ik heb zin om te werken vandaag, dus geen reden om dat in sessies op te delen of vanavond vrij te nemen.

Het probleem is denk ik dat ik te vaak evalueer. Een organisatie voert een verandering door en kijkt het dan een jaartje aan. Ik één dag, of 3 kwartier. Omdat alles dan vaak alweer anders voelt blijf ik bijstellen en besteed ik uiteindelijk heel veel tijd aan de systemen. Misschien is dat wel hun belangrijkste functie: dat ik ook regelmatig vergader, net als mensen met echte banen, maar dan met mezelf. Geen jaargesprek maar een uurgesprek.

Puppybrokken

Ik snap het wel, dat Teddy liever de puppybrokken wil. Hij is natuurlijk geen puppy meer, maar ze zien er gewoon lekkerder uit. Donkerder, kleiner, ronder: gezelliger. Krokanter ook. Veel beter dan de grote grijzige brokken voor volwassen honden, in degelijke driehoekjes.

Het lijkt op de keuze tussen een handje borrelnootjes en een handje walnoten. ‘Nootjes’ en ‘noten’ zegt alles al: borrelnootjes neem je even lekker tussendoor, ze knapperen in je mond en zijn weg voordat je het weet. Walnoten zijn een klus om weg te werken, die blijven overal achter je tanden en kiezen zitten. Ze lijken maar niet door je keel te willen, alsof je mond en je keel ze allebei niet willen hebben maar er onderling nog niet over uit zijn wie het stomme klusje gaat klaren.

Ik kan appels wel lekker vinden en dat ook benoemen en benadrukken hoe goed het voelt om tussendoor fruit te nemen in plaats van chips/snoep/chocola, maar ik moet het vrij hard zeggen om het zelf te geloven.

Van mij mag Teddy puppybrokken. Er zit te veel eiwit in Teddy, we hebben ook saaie grijze brokken. Maar jij mag kiezen.

De potentie van een etentje

Als ik geen zin heb om met vrienden van vroeger af te spreken maar de afspraak staat al, wil ik zéker niet met ze uit eten. Uit eten gaan vind ik heel leuk, je zou kunnen zeggen dat het verzachtend werkt. Maar ik vind dat dan alleen maar extra zonde. Beter nu even doorbijten bij die vrienden thuis met niet al te lekker eten en dan later een keer met de enige juiste persoon in een goed restaurant. Liever een 10 en een 3 halen dan twee keer een 5.

Soms heb ik ruzie gehad met mijn vriend en dan is het net weer opgelost maar de stemming is nog niet echt zo van ‘wat ben ik toch blij met je, ik kan me niet voorstellen dat ik ooit bij iemand anders zou willen zijn’. Dat duurt altijd nog even. Als we dan eigenlijk uit eten zouden gaan, wil ik dat cancelen. Omdat ik dat zonde vind van de potentie van het etentje. Maar door niet te gaan dramatiseer ik de situatie, dat besef ik ook wel. ‘We hadden zo’n enorme ruzie dat we ook niet meer uit eten zijn gegaan’, zeg je dan achteraf. Terwijl het helemaal geen enorme ruzie was. ‘We hadden net ruzie gehad, niet heel erg, maar wel dusdanig erg dat we niet uit eten zijn gegaan.’ Dat klinkt helemaal alsof er een scheiding op handen is, ‘dusdanig erg’, omdat je het al formeel gaat beschrijven en dus extra afstand van de betreffende manspersoon hebt genomen. Of hij zou zeggen: ‘We hadden een klein beetje ruzie, niet heel erg, maar toen vond Janneke het zonde van het geld om dan uit eten te gaan. Dus toen hebben we thuis bloemkool gegeten’. Dan verwacht je ook een scheiding, maar meer omdat je denkt: waarom blijft die man bij haar?

Intel nog wat

Hoe hij glunderend met míjn nieuwe laptop onder zijn arm naar huis loopt, ik ernaast. Hoe hij eerder in de Media Markt al blij werd van het idee dat ik een nieuwe laptop ging kopen. Hoe hij aandachtig naar de verkoper luisterde die de verschillen tussen alle processoren uitlegde. Intel nog wat. Hoe ik vooral bezig was om het gapen te onderdrukken. Hoe de verkoper nog probeerde om het in vrouwentaal uit te leggen: ‘Je zou kunnen zeggen dat deze processor een 2 is, en die andere een 6.’

We kochten de 6, of eigenlijk kocht ik hem. Nu is mijn vriend blij, plaatsvervangend blij. Hij gaat hem niet inpikken, hij heeft zelf een veel betere. Maar hij is blij omdat hij zelf zo blij zou zijn als hij eindelijk van die oude van mij af zou zijn die de 0 volgens de verkoper van de Media Markt niet eens zou halen.

Ik probeer me voor te stellen dat ik na al die jaren niet meer op mijn oude laptop werk. Het kost me moeite om het niet moeilijk te vinden. Ik besef hoe wijvig dat is, om aan een laptop gehecht te raken in plaats van te focussen op het gebruiksgemak. Ik ben ook bang voor mijn bestanden, dat ze tijdens de reis van de ene naar de andere laptop kwijtraken zoals bagage op het vliegveld. Spullen die ‘toch niet echt weg kunnen zijn’ maar dat soms toch ineens zijn. Ik voel me ook gehandicapt als de indeling op mijn bureaublad verandert, maar weet dat het onzinnig en overdreven is om die op mijn nieuwe computer hetzelfde te maken.

Als we kleren voor hem kopen, zijn de rollen omgekeerd: dan ben ik plaatsvervangend blij. Blij dat hij nu eindelijk een shirt met een v-hals heeft, niet omdat ik dat zo sexy vind maar omdat ik daar als man met zijn lichaam zo content mee zou zijn. Maar dat zou ik niet echt als ik hem was, hem maakt het niet uit. Het is eigenlijk een vorm van desinteresse, van je niet kunnen voorstellen dat de ander écht anders is. Hoe dat aan de ene kant liefde is en aan de andere kant juist niet.

We zorgen voor elkaars spullen, voor de spullen die we zelf als we de ander waren maar daarbij ook een wezenlijk deel van onze eigen voorkeuren mee zouden nemen heel waardevol zouden vinden. Ik let op de tas met kleren in de trein, zorg dat we hem niet vergeten. Zoals hij mijn nieuwe laptop nooit zou vergeten, terwijl hij bijna al het andere wel soms vergeet. Om onze eigen spullen maken we ons allebei niet zo druk, omdat we denken: wie neemt er nou een laptop/nieuwe kleren mee? 

Hoe hij op mijn laptop past zoals ik zou hopen dat hij op ons hypothetische kind zou passen. Hoe ik nu al zeker weet dat die apparaten beter bij hem passen dan het vaderschap.

Hoe hij in zijn v-hals shirt mijn laptop installeert, ik heel geduldig wacht tot hij daarmee klaar is en eigenlijk hoop dat het nog een paar dagen duurt. Dat het niet lukt, dat er complicaties zijn en dat er gebeld moet worden en dat dat pas maandag kan. Dat ik dan tot die tijd Toshiba de 0 nog maar even moet gebruiken, het is niet anders. Toshiba heeft mij jaren trouwe dienst bewezen, Acer ken ik nog niet.

 

1 13 14

Categorie

archief

Categorie: Meevallers noch tegenvallers

‘Liefs’

Dat er ‘liefs’ stond onder een mailtje van mijn impresariaat. Dat ik dat altijd lastig vind. Omdat ik niet demonstratief afstandelijk wil doen, maar ‘liefs’ niet bij mij past. Ik strooi daar niet mee, zeker niet bij mensen die ik maar een paar keer per jaar zie en dat de gesprekken dan ook nog over geld gaan. Dus kies ik meestal voor ‘groetjes’, omdat dat iets vriendelijker klinkt dan ‘groet’ of ‘met vriendelijke groet’. (Mijn vriend sluit zijn mails naar mij nog steeds af met ‘groeten’, en daar schrik ik toch elke keer weer van. Ik weet dat het niks betekent, maar vraag me dan toch altijd heel even af of we misschien een ruzie hebben gehad die ik ben vergeten.)

Ik ga dus voor ‘groetjes’. Maar als de ander al ‘liefs’ heeft gezegd voelt dat toch een beetje als een statement. Alsof ik die ander op zijn vingers tik omdat hij te amicaal is geweest, terwijl dat helemaal niet de bedoeling is. Ik vind het niet erg om liefs te kríjgen, ik gééf ze alleen niet zomaar. Als ik ze wel teruggeef voel ik me hypocriet én ben ik bang dat het mijn impresariaat gaat opvallen dat ik normaal altijd ‘groetjes’ doe en nu zij ‘liefs’ doen ineens ook met ‘liefs’ aan kom zetten. Hoe nep kun je zijn? En wat doe ik dan de volgende keer? Als je teruggaat naar ‘groetjes’ lijkt de stemming enorm te zijn bekoeld.

Ik besluit voor een compromis te gaan en typ ‘groetjes!’ terug. Met uitroepteken. Hopelijk is de overgang terug naar ‘groetjes’ nu nog wel mogelijk de volgende keer.

Pinguïns en ijsberen

Ik heb jarenlang gedacht dat pinguïns even groot zijn als ijsberen. (Tot een paar jaar geleden geloofde ik dat nog.) Ik weet niet hoe ik daarbij kwam, ik heb het gewoon aangenomen, gebaseerd op de gedachte dat al het substantieels wat op de Noord- dan wel Zuidpool rondloopt wel ongeveer van menshoogte zal zijn. Inmiddels is me wel verteld dat pinguïns kleiner zijn, en toch duiken ze in mijn beelden steeds weer met hun kop naast de ijsberen op.

De boekhouding

Ik zit al een paar dagen zó in de boekhouding dat ik gisteren toen ik ging slapen serieus even bang was dat ze die gaan stelen als ze in ons huis inbreken. Neem alsjeblieft mijn spaargeld mee, maar laat de facturen goed ingeboekt staan.

Holleeder

Dat ik het boek over Holleeder heb gelezen en daar toen in 1 week 5 nachtmerries over had. Niet fijn natuurlijk, en ook nog zelfverkozen want ik ben wel door blijven lezen. Maar dat was wel het minste wat ik voor Astrid kon doen. Als zij wakker wordt is er geen opluchting, dan begint de nachtmerrie pas. Hopelijk zijn haar dromen wel fijn.

Wat ik wel heb nu is dat ik wil weten hoe het verder gaat, dan google ik het nieuws weer omdat ik ergens toch hoop dat er weer iemand is geliquideerd. Als je een spannend leven hebt moet je dat wel vol blijven houden vind ik, anders kan ik net zo goed mijn eigen leven weer gaan volgen.

Naar bed met Ronnie

Dat ik me hoogst ongemakkelijk voel als iedereen om mij heen over neuken en hoeren praat. Dan verveel ik me. Met hoeren heb ik sowieso niks, nooit gehad ook. Met neuken wel meer, maar niet met het opscheppen erover. Dat doet me meteen aan de middelbare school denken, terwijl daar toen ook heus niet dagelijks over werd opgeschept. Maar het was wel een thema.

Ik weet nog welk meisje uit mijn klas het als eerste had gedaan. Dat wist iedereen. Met Ronnie van de Mavo. Daar schepte ze ook over op, maar indirect, door te zeggen: Ik heb er nu wel spijt van hoor, je kunt er beter mee wachten. Een hele slimme VWO-achtige manier van opscheppen, want zo had ze een aanleiding om het steeds te vertellen. Ze wilde ons zogenaamd behoeden. Het is een beetje als zeggen dat de hele dag sjans hebben op den duur ook gaat vervelen, of dat rijk zijn gedoe is, en bekend zijn heus geen pretje. Maar dan heb je het wel gezegd. Alleen als je bekend bent hoef je dat als het goed is niet te vertellen, anders is er toch ergens iets misgegaan.

Ik ben benieuwd of het meisje uit mijn klas nu nog steeds met Ronnie is, ze hadden wel meteen verkering toen, ondanks de spijt. Inmiddels is het denk ik niet meer iets om over op te scheppen.

Door liedjes heen praten

Als we in een café zijn en iemand gaat opeens liedjes zingen, vind ik dat op zich prima maar dan wil ik er wel gewoon doorheen kunnen praten. Alleen liedjes is me te saai. Daarom heb ik het eigenlijk liever Engelstalig, want in het Nederlands door een Nederlandstalig liedje heen praten voelt zo bruut.

Opblijven

Hoe weet ik nou of ik wel of niet op mag blijven en wanneer? Hoe breng ik daar systeem in aan? Ik probeer het vaak, maar ik hou ze nooit lang vol. Voortaan ga ik elke ochtend om 8 uur op, behalve als ik moet optreden. Voortaan werk ik in sessies van 3 kwartier. Voortaan mag ik ’s avonds iets leuks doen als ik overdag heb geschreven.

Ik heb de discipline wel om mijn systemen vol te houden, maar na een paar dagen zie ik het nut er meestal niet meer van in. Ik ben erg moe nu, dus hoezo zou ik morgen om 8 uur opstaan? Ik heb zin om te werken vandaag, dus geen reden om dat in sessies op te delen of vanavond vrij te nemen.

Het probleem is denk ik dat ik te vaak evalueer. Een organisatie voert een verandering door en kijkt het dan een jaartje aan. Ik één dag, of 3 kwartier. Omdat alles dan vaak alweer anders voelt blijf ik bijstellen en besteed ik uiteindelijk heel veel tijd aan de systemen. Misschien is dat wel hun belangrijkste functie: dat ik ook regelmatig vergader, net als mensen met echte banen, maar dan met mezelf. Geen jaargesprek maar een uurgesprek.

Puppybrokken

Ik snap het wel, dat Teddy liever de puppybrokken wil. Hij is natuurlijk geen puppy meer, maar ze zien er gewoon lekkerder uit. Donkerder, kleiner, ronder: gezelliger. Krokanter ook. Veel beter dan de grote grijzige brokken voor volwassen honden, in degelijke driehoekjes.

Het lijkt op de keuze tussen een handje borrelnootjes en een handje walnoten. ‘Nootjes’ en ‘noten’ zegt alles al: borrelnootjes neem je even lekker tussendoor, ze knapperen in je mond en zijn weg voordat je het weet. Walnoten zijn een klus om weg te werken, die blijven overal achter je tanden en kiezen zitten. Ze lijken maar niet door je keel te willen, alsof je mond en je keel ze allebei niet willen hebben maar er onderling nog niet over uit zijn wie het stomme klusje gaat klaren.

Ik kan appels wel lekker vinden en dat ook benoemen en benadrukken hoe goed het voelt om tussendoor fruit te nemen in plaats van chips/snoep/chocola, maar ik moet het vrij hard zeggen om het zelf te geloven.

Van mij mag Teddy puppybrokken. Er zit te veel eiwit in Teddy, we hebben ook saaie grijze brokken. Maar jij mag kiezen.

De potentie van een etentje

Als ik geen zin heb om met vrienden van vroeger af te spreken maar de afspraak staat al, wil ik zéker niet met ze uit eten. Uit eten gaan vind ik heel leuk, je zou kunnen zeggen dat het verzachtend werkt. Maar ik vind dat dan alleen maar extra zonde. Beter nu even doorbijten bij die vrienden thuis met niet al te lekker eten en dan later een keer met de enige juiste persoon in een goed restaurant. Liever een 10 en een 3 halen dan twee keer een 5.

Soms heb ik ruzie gehad met mijn vriend en dan is het net weer opgelost maar de stemming is nog niet echt zo van ‘wat ben ik toch blij met je, ik kan me niet voorstellen dat ik ooit bij iemand anders zou willen zijn’. Dat duurt altijd nog even. Als we dan eigenlijk uit eten zouden gaan, wil ik dat cancelen. Omdat ik dat zonde vind van de potentie van het etentje. Maar door niet te gaan dramatiseer ik de situatie, dat besef ik ook wel. ‘We hadden zo’n enorme ruzie dat we ook niet meer uit eten zijn gegaan’, zeg je dan achteraf. Terwijl het helemaal geen enorme ruzie was. ‘We hadden net ruzie gehad, niet heel erg, maar wel dusdanig erg dat we niet uit eten zijn gegaan.’ Dat klinkt helemaal alsof er een scheiding op handen is, ‘dusdanig erg’, omdat je het al formeel gaat beschrijven en dus extra afstand van de betreffende manspersoon hebt genomen. Of hij zou zeggen: ‘We hadden een klein beetje ruzie, niet heel erg, maar toen vond Janneke het zonde van het geld om dan uit eten te gaan. Dus toen hebben we thuis bloemkool gegeten’. Dan verwacht je ook een scheiding, maar meer omdat je denkt: waarom blijft die man bij haar?

Intel nog wat

Hoe hij glunderend met míjn nieuwe laptop onder zijn arm naar huis loopt, ik ernaast. Hoe hij eerder in de Media Markt al blij werd van het idee dat ik een nieuwe laptop ging kopen. Hoe hij aandachtig naar de verkoper luisterde die de verschillen tussen alle processoren uitlegde. Intel nog wat. Hoe ik vooral bezig was om het gapen te onderdrukken. Hoe de verkoper nog probeerde om het in vrouwentaal uit te leggen: ‘Je zou kunnen zeggen dat deze processor een 2 is, en die andere een 6.’

We kochten de 6, of eigenlijk kocht ik hem. Nu is mijn vriend blij, plaatsvervangend blij. Hij gaat hem niet inpikken, hij heeft zelf een veel betere. Maar hij is blij omdat hij zelf zo blij zou zijn als hij eindelijk van die oude van mij af zou zijn die de 0 volgens de verkoper van de Media Markt niet eens zou halen.

Ik probeer me voor te stellen dat ik na al die jaren niet meer op mijn oude laptop werk. Het kost me moeite om het niet moeilijk te vinden. Ik besef hoe wijvig dat is, om aan een laptop gehecht te raken in plaats van te focussen op het gebruiksgemak. Ik ben ook bang voor mijn bestanden, dat ze tijdens de reis van de ene naar de andere laptop kwijtraken zoals bagage op het vliegveld. Spullen die ‘toch niet echt weg kunnen zijn’ maar dat soms toch ineens zijn. Ik voel me ook gehandicapt als de indeling op mijn bureaublad verandert, maar weet dat het onzinnig en overdreven is om die op mijn nieuwe computer hetzelfde te maken.

Als we kleren voor hem kopen, zijn de rollen omgekeerd: dan ben ik plaatsvervangend blij. Blij dat hij nu eindelijk een shirt met een v-hals heeft, niet omdat ik dat zo sexy vind maar omdat ik daar als man met zijn lichaam zo content mee zou zijn. Maar dat zou ik niet echt als ik hem was, hem maakt het niet uit. Het is eigenlijk een vorm van desinteresse, van je niet kunnen voorstellen dat de ander écht anders is. Hoe dat aan de ene kant liefde is en aan de andere kant juist niet.

We zorgen voor elkaars spullen, voor de spullen die we zelf als we de ander waren maar daarbij ook een wezenlijk deel van onze eigen voorkeuren mee zouden nemen heel waardevol zouden vinden. Ik let op de tas met kleren in de trein, zorg dat we hem niet vergeten. Zoals hij mijn nieuwe laptop nooit zou vergeten, terwijl hij bijna al het andere wel soms vergeet. Om onze eigen spullen maken we ons allebei niet zo druk, omdat we denken: wie neemt er nou een laptop/nieuwe kleren mee? 

Hoe hij op mijn laptop past zoals ik zou hopen dat hij op ons hypothetische kind zou passen. Hoe ik nu al zeker weet dat die apparaten beter bij hem passen dan het vaderschap.

Hoe hij in zijn v-hals shirt mijn laptop installeert, ik heel geduldig wacht tot hij daarmee klaar is en eigenlijk hoop dat het nog een paar dagen duurt. Dat het niet lukt, dat er complicaties zijn en dat er gebeld moet worden en dat dat pas maandag kan. Dat ik dan tot die tijd Toshiba de 0 nog maar even moet gebruiken, het is niet anders. Toshiba heeft mij jaren trouwe dienst bewezen, Acer ken ik nog niet.

 

1 13 14

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring