blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers

Superieur

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Vetplant

Dat ik een vetplant heb verplaatst van mijn werkkamer naar de slaapkamer. Af en toe doe ik dat, dan vind ik dat er ergens in huis een probleem is en probeer ik dat op te lossen. Nu was er in de slaapkamer een pannenkoekplantprobleem (twee pannenkoekplantjes vlak bij elkaar, maar in verschillende potjes), en het probleem dat er een te klein plantje op het nachtkastje stond. Deze problemen konden beide worden opgelost door een grotere plant uit mijn werkkamer om te wisselen met één pannenkoekplant. Dat werd dus een vetplant, met een soort bloemen eraan. Ik denk dat het bloemen zijn, het lijken meer een soort droge dunne takken die eruit komen met fiezels eraan.

Dat ik nu in mijn werkkamer zit, waar die plant dus weg is, maar er nog wat van die fiezels op het raam hangen. Ze zitten heel kunstzinnig verspreid, alsof ze poseren voor een ansichtkaart. Nu lijken ze ook een beetje op de pluisjes van een paardenbloem, alsof ze onderweg zijn naar de lucht. Maar ze zitten gewoon op mijn raam geplakt.

Dat ik ze nu eigenlijk mooier vind dan toen ze nog aan de vetplant zaten. Dus in dat opzicht is het sowieso een goede ruil.

Autoriteitsprobleem

Dat we gingen zaalvoetballen en daar voor het eerst een scheidsrechter bij hadden. Dat ik het meteen al een beetje een autoritair mannetje vond. Hij begon bijvoorbeeld over onze sierraden, die moesten af. Hij zei ook dat de bal die wij hadden meegenomen niet hard genoeg was, volgens hem was dat gevaarlijk voor je enkels als je erop ging staan (wat ik niet van plan was). Dus moesten we hem voordat we konden beginnen nog even oppompen. Dat deden we al zo snel mogelijk, maar toen kregen we daarna toch nog een extra preek: we moesten dit voortaan ruim van tevoren regelen.

Dat ik het daardoor al helemaal gehad had met die vent. En toen hij mij ook nog aansprak op het feit dat ik ‘kut!’ riep toen ik een verkeerde bal schoot, wist ik het zeker: ik heb een autoriteitsprobleem. Gelukkig heb ik de autoriteiten in de andere gebieden van mijn leven grotendeels weten te vermijden.

Pepertje

Dat ik met iemand buiten bij een koffietentje zat. We hadden een hele tafel met bijbehorende bank voor onszelf. Het enige probleem was dat er recht voor mijn neus een klein rood velletje van een pepertje op de tafel zat geplakt, zo’n klein vierkantje van iemand die de peper echt fijn heeft gesneden. Dat vond ik vies, ik wist ook niet of het uit iemands mond was gevallen of van iemands bord. Dat ik niet recht achter het pepertje wilde blijven zitten, uit angst dat ik er dan een keer per ongeluk mijn ellebogen in zou zetten. Daarom besloot ik wat meer opzij te schuiven op de bank, maar toen zat ik nogal raar ver weg van mijn gesprekspartner. Even overwoog ik nog er een tandenstoker aan op te offeren, dan kon ik het velletje wegkrabben. Maar dat vond ik zonde van de tandenstoker en ook niet mijn taak.

Dat mijn gesprekspartner op een gegeven moment vroeg wat er aan de hand was en ik het toen kon uitleggen. Dat ze het ook nog begreep, en het pepertje daarna niet meer tussen ons in stond hoewel het er nog wel lag.

Afvalzak

Dat we gingen kamperen maar geen afvalzak bij ons hadden, en wel meteen afval veroorzaakten. Nu kan ik al bijna niet meer bedenken wat we dan hadden, en toch heb je altijd zomaar afval. Dat we daarom iets moesten vinden wat als afvalzak kon dienen. Dat mijn vriendin toen een plastic zakje opofferde dat ze eigenlijk had willen bewaren voor het vershouden van diverse producten. Het zakje was ook iets te mooi voor afval, met zijn dubbele sluitstrip.

Dat er later ineens een broodzak vrijkwam, ruim voordat het eerste zakje vol was. En toen nog een, en een plastic emmertje. Ineens verschenen er overal afvalopbergmogelijkheden. Komen die nou eenmaal altijd vrij, of ga je tijdens het kamperen steeds meer dingen als potentiële afvalopbergplaats beschouwen? Uiteindelijk konden we de tentzak en het zakje van de haringen zelfs ongemoeid laten.

Vergeten

Dat wij één hele fijne plant hebben. Zodra hij te weinig water heeft, gaat hij heel zielig hangen. Dan geef je hem een bekertje water (hij staat op de badkamer dus dit is ook nog meteen op te lossen met behulp van mijn tandenpoetsbeker), en binnen een uur of wat knapt hij dan zienderogen op. En dan is alles ook meteen vergeven en vergeten.

Sproeien

Dat het mij nooit goed lukt om de tuin te sproeien. Ik bedoel, ik krijg die tuin heus wel nat, daar zorgt de tuinslang voor, maar het lukt me dan niet om tegelijkertijd te zorgen dat ik geen andere objecten raak, onder wie mezelf. Ik focus zo op de planten dat ik de rest vergeet. Ik heb dan bijvoorbeeld ook niet door dat ik de planten die ik net nog water heb gegeven vervolgens vermoord door er met de slang doorheen te slepen. Het is me gewoon te veel, om die hele slang plus de omgeving in de gaten te houden, dus hou ik het bij het uiteinde.

En als ik dan uiteindelijk klaar ben, moet ik constateren dat mijn broek nat is, de buitenkussens doorweekt, er zand op mijn knieën zit en de kat op de vlucht is geslagen. Toch ben ik dan behoorlijk voldaan – want wat zorg ik toch goed voor de planten.

De rest van de avond

Dat ik op vakantie een aubergine had gekocht, ook al houdt mijn vriend daar niet zo van. Ze hadden niet zo veel keuze qua groente in de Franse supermarkt. Toen deed ik hem door de pasta, expres al maar de helft en expres in kleine stukjes. Dat hij ze er toen toch uit ging vissen en ik dat niet om aan te zien vond. Maar ik wist dat het niet constructief zou zijn om er wat van te zeggen, ik lust bovendien zelf veel meer dingen niet dan hij dus ik was gewoon onredelijk.

Dat ik na het eten wel besloot om de andere helft van de aubergine weg te gooien, omdat ik geen zin had in nog een keer zo’n moment. Dat ik dat enigszins demonstratief deed: ik liep voor zijn neus naar de koelkast, pakte de halve aubergine en gooide hem hard in het gft-bakje. Dat hij dat niet eens zag. Dat ik toen toch teleurgesteld was, ook al was dit waarschijnlijk wel beter voor de rest van de avond.

Vloeken

Dat ik een dagje thuis was en toen expres een blauwgroene trui aantrok bij mijn mosgroene joggingbroek (geen fel mos hoor, dof mos). Lekker vloeken bij mezelf.

Kauwstaafje

Dat mijn hond zijn snackjes de laatste tijd niet meteen meer opeet, maar verstopt voor later. Hij zoekt dan een goed plekje in de kamer. Nou is dat nog niet zo eenvoudig, er valt weinig te graven binnen. Meestal gooit hij dan eerst her en der wat kussens overhoop, alsof hij ik weet niet wat moet verstoppen, maar kiest hij uiteindelijk gewoon voor de hoek van de bank. Daar probeert hij het kauwstaafje tussen het kussen en de armleuning te duwen maar dat lukt niet echt, vanwege zijn totale onhandigheid. Wel doet hij dan nog een poging er wat op te leggen. Buiten zou hij zand kiezen, maar dat hebben we binnen niet.

Dat ik dan uiteindelijk een kauwstaafje aantref dat ik meteen zie liggen op de hoek van de bank, met een heel dun plukje kattenhaar erop.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers

Superieur

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Vetplant

Dat ik een vetplant heb verplaatst van mijn werkkamer naar de slaapkamer. Af en toe doe ik dat, dan vind ik dat er ergens in huis een probleem is en probeer ik dat op te lossen. Nu was er in de slaapkamer een pannenkoekplantprobleem (twee pannenkoekplantjes vlak bij elkaar, maar in verschillende potjes), en het probleem dat er een te klein plantje op het nachtkastje stond. Deze problemen konden beide worden opgelost door een grotere plant uit mijn werkkamer om te wisselen met één pannenkoekplant. Dat werd dus een vetplant, met een soort bloemen eraan. Ik denk dat het bloemen zijn, het lijken meer een soort droge dunne takken die eruit komen met fiezels eraan.

Dat ik nu in mijn werkkamer zit, waar die plant dus weg is, maar er nog wat van die fiezels op het raam hangen. Ze zitten heel kunstzinnig verspreid, alsof ze poseren voor een ansichtkaart. Nu lijken ze ook een beetje op de pluisjes van een paardenbloem, alsof ze onderweg zijn naar de lucht. Maar ze zitten gewoon op mijn raam geplakt.

Dat ik ze nu eigenlijk mooier vind dan toen ze nog aan de vetplant zaten. Dus in dat opzicht is het sowieso een goede ruil.

Autoriteitsprobleem

Dat we gingen zaalvoetballen en daar voor het eerst een scheidsrechter bij hadden. Dat ik het meteen al een beetje een autoritair mannetje vond. Hij begon bijvoorbeeld over onze sierraden, die moesten af. Hij zei ook dat de bal die wij hadden meegenomen niet hard genoeg was, volgens hem was dat gevaarlijk voor je enkels als je erop ging staan (wat ik niet van plan was). Dus moesten we hem voordat we konden beginnen nog even oppompen. Dat deden we al zo snel mogelijk, maar toen kregen we daarna toch nog een extra preek: we moesten dit voortaan ruim van tevoren regelen.

Dat ik het daardoor al helemaal gehad had met die vent. En toen hij mij ook nog aansprak op het feit dat ik ‘kut!’ riep toen ik een verkeerde bal schoot, wist ik het zeker: ik heb een autoriteitsprobleem. Gelukkig heb ik de autoriteiten in de andere gebieden van mijn leven grotendeels weten te vermijden.

Pepertje

Dat ik met iemand buiten bij een koffietentje zat. We hadden een hele tafel met bijbehorende bank voor onszelf. Het enige probleem was dat er recht voor mijn neus een klein rood velletje van een pepertje op de tafel zat geplakt, zo’n klein vierkantje van iemand die de peper echt fijn heeft gesneden. Dat vond ik vies, ik wist ook niet of het uit iemands mond was gevallen of van iemands bord. Dat ik niet recht achter het pepertje wilde blijven zitten, uit angst dat ik er dan een keer per ongeluk mijn ellebogen in zou zetten. Daarom besloot ik wat meer opzij te schuiven op de bank, maar toen zat ik nogal raar ver weg van mijn gesprekspartner. Even overwoog ik nog er een tandenstoker aan op te offeren, dan kon ik het velletje wegkrabben. Maar dat vond ik zonde van de tandenstoker en ook niet mijn taak.

Dat mijn gesprekspartner op een gegeven moment vroeg wat er aan de hand was en ik het toen kon uitleggen. Dat ze het ook nog begreep, en het pepertje daarna niet meer tussen ons in stond hoewel het er nog wel lag.

Afvalzak

Dat we gingen kamperen maar geen afvalzak bij ons hadden, en wel meteen afval veroorzaakten. Nu kan ik al bijna niet meer bedenken wat we dan hadden, en toch heb je altijd zomaar afval. Dat we daarom iets moesten vinden wat als afvalzak kon dienen. Dat mijn vriendin toen een plastic zakje opofferde dat ze eigenlijk had willen bewaren voor het vershouden van diverse producten. Het zakje was ook iets te mooi voor afval, met zijn dubbele sluitstrip.

Dat er later ineens een broodzak vrijkwam, ruim voordat het eerste zakje vol was. En toen nog een, en een plastic emmertje. Ineens verschenen er overal afvalopbergmogelijkheden. Komen die nou eenmaal altijd vrij, of ga je tijdens het kamperen steeds meer dingen als potentiële afvalopbergplaats beschouwen? Uiteindelijk konden we de tentzak en het zakje van de haringen zelfs ongemoeid laten.

Vergeten

Dat wij één hele fijne plant hebben. Zodra hij te weinig water heeft, gaat hij heel zielig hangen. Dan geef je hem een bekertje water (hij staat op de badkamer dus dit is ook nog meteen op te lossen met behulp van mijn tandenpoetsbeker), en binnen een uur of wat knapt hij dan zienderogen op. En dan is alles ook meteen vergeven en vergeten.

Sproeien

Dat het mij nooit goed lukt om de tuin te sproeien. Ik bedoel, ik krijg die tuin heus wel nat, daar zorgt de tuinslang voor, maar het lukt me dan niet om tegelijkertijd te zorgen dat ik geen andere objecten raak, onder wie mezelf. Ik focus zo op de planten dat ik de rest vergeet. Ik heb dan bijvoorbeeld ook niet door dat ik de planten die ik net nog water heb gegeven vervolgens vermoord door er met de slang doorheen te slepen. Het is me gewoon te veel, om die hele slang plus de omgeving in de gaten te houden, dus hou ik het bij het uiteinde.

En als ik dan uiteindelijk klaar ben, moet ik constateren dat mijn broek nat is, de buitenkussens doorweekt, er zand op mijn knieën zit en de kat op de vlucht is geslagen. Toch ben ik dan behoorlijk voldaan – want wat zorg ik toch goed voor de planten.

De rest van de avond

Dat ik op vakantie een aubergine had gekocht, ook al houdt mijn vriend daar niet zo van. Ze hadden niet zo veel keuze qua groente in de Franse supermarkt. Toen deed ik hem door de pasta, expres al maar de helft en expres in kleine stukjes. Dat hij ze er toen toch uit ging vissen en ik dat niet om aan te zien vond. Maar ik wist dat het niet constructief zou zijn om er wat van te zeggen, ik lust bovendien zelf veel meer dingen niet dan hij dus ik was gewoon onredelijk.

Dat ik na het eten wel besloot om de andere helft van de aubergine weg te gooien, omdat ik geen zin had in nog een keer zo’n moment. Dat ik dat enigszins demonstratief deed: ik liep voor zijn neus naar de koelkast, pakte de halve aubergine en gooide hem hard in het gft-bakje. Dat hij dat niet eens zag. Dat ik toen toch teleurgesteld was, ook al was dit waarschijnlijk wel beter voor de rest van de avond.

Vloeken

Dat ik een dagje thuis was en toen expres een blauwgroene trui aantrok bij mijn mosgroene joggingbroek (geen fel mos hoor, dof mos). Lekker vloeken bij mezelf.

Kauwstaafje

Dat mijn hond zijn snackjes de laatste tijd niet meteen meer opeet, maar verstopt voor later. Hij zoekt dan een goed plekje in de kamer. Nou is dat nog niet zo eenvoudig, er valt weinig te graven binnen. Meestal gooit hij dan eerst her en der wat kussens overhoop, alsof hij ik weet niet wat moet verstoppen, maar kiest hij uiteindelijk gewoon voor de hoek van de bank. Daar probeert hij het kauwstaafje tussen het kussen en de armleuning te duwen maar dat lukt niet echt, vanwege zijn totale onhandigheid. Wel doet hij dan nog een poging er wat op te leggen. Buiten zou hij zand kiezen, maar dat hebben we binnen niet.

Dat ik dan uiteindelijk een kauwstaafje aantref dat ik meteen zie liggen op de hoek van de bank, met een heel dun plukje kattenhaar erop.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring