blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers

Nederland in Beweging

Dat ik eerder wel eens Nederland in Beweging zag, en dat er natuurlijk sneu uit vond zien. Ik had wel bewondering voor het enthousiasme waarmee de mensen op tv het voordoen, ze acteren dat behoorlijk goed.

Dat ik afgelopen week zelf maar even meedeed, omdat ik een beetje last van mijn rug krijg door al dat binnen zitten. Dat het toen echt verrassend leuk bleek te zijn. Dat ik nu vooral zo opgelucht ben voor de demonstreer-mensen: ze hebben het écht naar hun zin en wie weet krijgen ze ook nog betaald.

Dat ik wel het idee had dat Olga soms expres haar evenwicht verloor, om zich niet boven mij en de bejaarden te plaatsen. Dat ik vind dat ze dat niet meer moet doen, tenzij ze echt een evenwichtsstoornis heeft.

Terugslapen

Dat ik tegenwoordig elke nacht een tijdje wakker lig, meestal rond een uur of vier. Vaak krijg ik dan ideeën, dus die schrijf ik dan maar op. Meestal ga ik daar zelfs bij in bad, om mijn vriend niet te veel te storen in zijn slaap. Daarna slaap ik dan wel weer, maar vervolgens ben ik ook nog vroeg wakker en heb ik dus kort geslapen. Overdag is er dan altijd wel een moment dat ik me slaperig voel. Soms geef ik daaraan toe en doe ik een dutje. Maar ik kan me er wel druk om maken: het is toch niet normaal om op mijn leeftijd steeds overdag te moeten slapen?

Dat mijn vriend toen zei: ja, maar eigenlijk heb je vannacht een omgekeerd dutje gedaan. Dan mag je overdag terugslapen.

Quarantainetip

Dat ik inmiddels geen wc-papiergrap meer kan hóren. Waarschijnlijk heb ik een overload aan comedians op mijn tijdlijn, en is het voor andere mensen die er maar een paar volgen wel een leuke onderbreking van het thuis-lummelen. Volgens mij zou iedereen best een keer een pauze van zijn eigen tijdlijn kunnen gebruiken. Laatst keek ik toevallig even op die van mijn vriend mee, en dat was geweldig: hij had heel andere mensen! Wel vervelende ook, maar toch anders. Zij deden niet lollig maar waren juist boos over van alles, en erg klimaatgericht. Het was alsof ik binnen Facebook even op vakantie was. Dat is wel echt een tip in quarantainetijd: een tripje naar de tijdlijn van je partner.

On-eenzaam

Dat ik me tijdens het schrijven nooit eerder zo on-eenzaam heb gevoeld als nu. Normaal voelt het alsof ik mezelf straf. Iedereen zit dan op zijn sociale werk, en ik zit hier in mijn zelfopgelegde schrijfisolement. Maar nu iedereen thuiszit, is dat een wereld van verschil.

Blijkbaar is het niet het alleen schrijven dat me normaal zo zwaar valt, maar het feit dat de rest van de wereld het ondertussen wel naar zijn zin heeft.  

Ontheemd

Dat ik met de trein op weg was naar een optreden in Assen, maar er in Zwolle achter kwam dat de hele boel was afgelast. Dat ik toen de trein terug maar nam. Dat ik niet wist wat ik er nou allemaal van moest denken, ik kon me even niets voorstellen bij de komende weken.

Dat mijn moeder mij toen appte om te zeggen dat er die avond een leuke film op tv was die ik misschien zou kunnen kijken. Maar ik kon helemaal nog niet voelen of ik daar wel zin in had. Dat een vriendin mij toen ook nog appte met het voorstel om de volgende dag wat af te spreken (dat mocht toen nog), maar ik daar ook even geen beslissing over kon nemen. Dat ik dat dus aan haar stuurde en ze toen vroeg: ‘O jee, voel je je zo rot?’ Maar ik voelde me niet rót, ik was ontheemd.

Het deed me nog het meest denken aan wanneer je op vakantie gaat en de eerste avond in het donker aankomt. Dan zit je daar in dat huisje, geen idee waar je precies beland bent, en vooral ook waarom. In dat geval heb je er ook nog zelf voor gekozen, wat op dat moment volslagen onverstandig voelt, waardoor je je eigen keuzes ook niet meer begrijpt en nog verder ontheemd raakt. Dat gebeurde nu gelukkig niet; dit was overmacht.

Dat mijn trein terug toen een technische storing bleek te hebben, waardoor we meer dan een uur stilstonden in een weiland vlakbij Amersfoort. Dat dat precies bleek te zijn wat ik nodig had. Toen ik eenmaal thuis was, was ik er weer.

Hamsterpoging

Dat mijn vriend en ik vannacht allebei wakker lagen, geen idee waarom. Dat we het toen over mijn mislukte hamsterpoging hadden. Ik was wel met speciaal de auto naar de winkel geweest om extra in te slaan, maar vervolgens had ik geen idee gehad wat ik moest pakken. Ik wilde geen dingen meenemen die ik normaal niet eet, aangezien mijn angst waarschijnlijk overdreven was. Uiteindelijk ging ik met een paar potjes naar huis, het had makkelijk op de fiets gekund.

Dat mijn vriend mij gelukkig volledig begreep. Ja, zei hij, en hoe moet je nú weten wat je volgende week wil eten? Dat ik me door die opmerking realiseerde dat we mentaal nog niet helemaal in de noodtoestand zitten. En toen herinnerde ik me ineens dat ik ook nog vol had gezeten op het moment dat ik naar de winkel ging. Dan haal ik altijd minder, omdat ik me niet kan voorstellen ooit weer honger te krijgen.

Dat we toen besloten dat het al een hele prestatie was dat ik überhaupt iets had gekocht.

Superieur

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Vetplant

Dat ik een vetplant heb verplaatst van mijn werkkamer naar de slaapkamer. Af en toe doe ik dat, dan vind ik dat er ergens in huis een probleem is en probeer ik dat op te lossen. Nu was er in de slaapkamer een pannenkoekplantprobleem (twee pannenkoekplantjes vlak bij elkaar, maar in verschillende potjes), en het probleem dat er een te klein plantje op het nachtkastje stond. Deze problemen konden beide worden opgelost door een grotere plant uit mijn werkkamer om te wisselen met één pannenkoekplant. Dat werd dus een vetplant, met een soort bloemen eraan. Ik denk dat het bloemen zijn, het lijken meer een soort droge dunne takken die eruit komen met fiezels eraan.

Dat ik nu in mijn werkkamer zit, waar die plant dus weg is, maar er nog wat van die fiezels op het raam hangen. Ze zitten heel kunstzinnig verspreid, alsof ze poseren voor een ansichtkaart. Nu lijken ze ook een beetje op de pluisjes van een paardenbloem, alsof ze onderweg zijn naar de lucht. Maar ze zitten gewoon op mijn raam geplakt.

Dat ik ze nu eigenlijk mooier vind dan toen ze nog aan de vetplant zaten. Dus in dat opzicht is het sowieso een goede ruil.

Autoriteitsprobleem

Dat we gingen zaalvoetballen en daar voor het eerst een scheidsrechter bij hadden. Dat ik het meteen al een beetje een autoritair mannetje vond. Hij begon bijvoorbeeld over onze sierraden, die moesten af. Hij zei ook dat de bal die wij hadden meegenomen niet hard genoeg was, volgens hem was dat gevaarlijk voor je enkels als je erop ging staan (wat ik niet van plan was). Dus moesten we hem voordat we konden beginnen nog even oppompen. Dat deden we al zo snel mogelijk, maar toen kregen we daarna toch nog een extra preek: we moesten dit voortaan ruim van tevoren regelen.

Dat ik het daardoor al helemaal gehad had met die vent. En toen hij mij ook nog aansprak op het feit dat ik ‘kut!’ riep toen ik een verkeerde bal schoot, wist ik het zeker: ik heb een autoriteitsprobleem. Gelukkig heb ik de autoriteiten in de andere gebieden van mijn leven grotendeels weten te vermijden.

Pepertje

Dat ik met iemand buiten bij een koffietentje zat. We hadden een hele tafel met bijbehorende bank voor onszelf. Het enige probleem was dat er recht voor mijn neus een klein rood velletje van een pepertje op de tafel zat geplakt, zo’n klein vierkantje van iemand die de peper echt fijn heeft gesneden. Dat vond ik vies, ik wist ook niet of het uit iemands mond was gevallen of van iemands bord. Dat ik niet recht achter het pepertje wilde blijven zitten, uit angst dat ik er dan een keer per ongeluk mijn ellebogen in zou zetten. Daarom besloot ik wat meer opzij te schuiven op de bank, maar toen zat ik nogal raar ver weg van mijn gesprekspartner. Even overwoog ik nog er een tandenstoker aan op te offeren, dan kon ik het velletje wegkrabben. Maar dat vond ik zonde van de tandenstoker en ook niet mijn taak.

Dat mijn gesprekspartner op een gegeven moment vroeg wat er aan de hand was en ik het toen kon uitleggen. Dat ze het ook nog begreep, en het pepertje daarna niet meer tussen ons in stond hoewel het er nog wel lag.

Categorie

archief

Categorie: Meevallers

Nederland in Beweging

Dat ik eerder wel eens Nederland in Beweging zag, en dat er natuurlijk sneu uit vond zien. Ik had wel bewondering voor het enthousiasme waarmee de mensen op tv het voordoen, ze acteren dat behoorlijk goed.

Dat ik afgelopen week zelf maar even meedeed, omdat ik een beetje last van mijn rug krijg door al dat binnen zitten. Dat het toen echt verrassend leuk bleek te zijn. Dat ik nu vooral zo opgelucht ben voor de demonstreer-mensen: ze hebben het écht naar hun zin en wie weet krijgen ze ook nog betaald.

Dat ik wel het idee had dat Olga soms expres haar evenwicht verloor, om zich niet boven mij en de bejaarden te plaatsen. Dat ik vind dat ze dat niet meer moet doen, tenzij ze echt een evenwichtsstoornis heeft.

Terugslapen

Dat ik tegenwoordig elke nacht een tijdje wakker lig, meestal rond een uur of vier. Vaak krijg ik dan ideeën, dus die schrijf ik dan maar op. Meestal ga ik daar zelfs bij in bad, om mijn vriend niet te veel te storen in zijn slaap. Daarna slaap ik dan wel weer, maar vervolgens ben ik ook nog vroeg wakker en heb ik dus kort geslapen. Overdag is er dan altijd wel een moment dat ik me slaperig voel. Soms geef ik daaraan toe en doe ik een dutje. Maar ik kan me er wel druk om maken: het is toch niet normaal om op mijn leeftijd steeds overdag te moeten slapen?

Dat mijn vriend toen zei: ja, maar eigenlijk heb je vannacht een omgekeerd dutje gedaan. Dan mag je overdag terugslapen.

Quarantainetip

Dat ik inmiddels geen wc-papiergrap meer kan hóren. Waarschijnlijk heb ik een overload aan comedians op mijn tijdlijn, en is het voor andere mensen die er maar een paar volgen wel een leuke onderbreking van het thuis-lummelen. Volgens mij zou iedereen best een keer een pauze van zijn eigen tijdlijn kunnen gebruiken. Laatst keek ik toevallig even op die van mijn vriend mee, en dat was geweldig: hij had heel andere mensen! Wel vervelende ook, maar toch anders. Zij deden niet lollig maar waren juist boos over van alles, en erg klimaatgericht. Het was alsof ik binnen Facebook even op vakantie was. Dat is wel echt een tip in quarantainetijd: een tripje naar de tijdlijn van je partner.

On-eenzaam

Dat ik me tijdens het schrijven nooit eerder zo on-eenzaam heb gevoeld als nu. Normaal voelt het alsof ik mezelf straf. Iedereen zit dan op zijn sociale werk, en ik zit hier in mijn zelfopgelegde schrijfisolement. Maar nu iedereen thuiszit, is dat een wereld van verschil.

Blijkbaar is het niet het alleen schrijven dat me normaal zo zwaar valt, maar het feit dat de rest van de wereld het ondertussen wel naar zijn zin heeft.  

Ontheemd

Dat ik met de trein op weg was naar een optreden in Assen, maar er in Zwolle achter kwam dat de hele boel was afgelast. Dat ik toen de trein terug maar nam. Dat ik niet wist wat ik er nou allemaal van moest denken, ik kon me even niets voorstellen bij de komende weken.

Dat mijn moeder mij toen appte om te zeggen dat er die avond een leuke film op tv was die ik misschien zou kunnen kijken. Maar ik kon helemaal nog niet voelen of ik daar wel zin in had. Dat een vriendin mij toen ook nog appte met het voorstel om de volgende dag wat af te spreken (dat mocht toen nog), maar ik daar ook even geen beslissing over kon nemen. Dat ik dat dus aan haar stuurde en ze toen vroeg: ‘O jee, voel je je zo rot?’ Maar ik voelde me niet rót, ik was ontheemd.

Het deed me nog het meest denken aan wanneer je op vakantie gaat en de eerste avond in het donker aankomt. Dan zit je daar in dat huisje, geen idee waar je precies beland bent, en vooral ook waarom. In dat geval heb je er ook nog zelf voor gekozen, wat op dat moment volslagen onverstandig voelt, waardoor je je eigen keuzes ook niet meer begrijpt en nog verder ontheemd raakt. Dat gebeurde nu gelukkig niet; dit was overmacht.

Dat mijn trein terug toen een technische storing bleek te hebben, waardoor we meer dan een uur stilstonden in een weiland vlakbij Amersfoort. Dat dat precies bleek te zijn wat ik nodig had. Toen ik eenmaal thuis was, was ik er weer.

Hamsterpoging

Dat mijn vriend en ik vannacht allebei wakker lagen, geen idee waarom. Dat we het toen over mijn mislukte hamsterpoging hadden. Ik was wel met speciaal de auto naar de winkel geweest om extra in te slaan, maar vervolgens had ik geen idee gehad wat ik moest pakken. Ik wilde geen dingen meenemen die ik normaal niet eet, aangezien mijn angst waarschijnlijk overdreven was. Uiteindelijk ging ik met een paar potjes naar huis, het had makkelijk op de fiets gekund.

Dat mijn vriend mij gelukkig volledig begreep. Ja, zei hij, en hoe moet je nú weten wat je volgende week wil eten? Dat ik me door die opmerking realiseerde dat we mentaal nog niet helemaal in de noodtoestand zitten. En toen herinnerde ik me ineens dat ik ook nog vol had gezeten op het moment dat ik naar de winkel ging. Dan haal ik altijd minder, omdat ik me niet kan voorstellen ooit weer honger te krijgen.

Dat we toen besloten dat het al een hele prestatie was dat ik überhaupt iets had gekocht.

Superieur

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Vetplant

Dat ik een vetplant heb verplaatst van mijn werkkamer naar de slaapkamer. Af en toe doe ik dat, dan vind ik dat er ergens in huis een probleem is en probeer ik dat op te lossen. Nu was er in de slaapkamer een pannenkoekplantprobleem (twee pannenkoekplantjes vlak bij elkaar, maar in verschillende potjes), en het probleem dat er een te klein plantje op het nachtkastje stond. Deze problemen konden beide worden opgelost door een grotere plant uit mijn werkkamer om te wisselen met één pannenkoekplant. Dat werd dus een vetplant, met een soort bloemen eraan. Ik denk dat het bloemen zijn, het lijken meer een soort droge dunne takken die eruit komen met fiezels eraan.

Dat ik nu in mijn werkkamer zit, waar die plant dus weg is, maar er nog wat van die fiezels op het raam hangen. Ze zitten heel kunstzinnig verspreid, alsof ze poseren voor een ansichtkaart. Nu lijken ze ook een beetje op de pluisjes van een paardenbloem, alsof ze onderweg zijn naar de lucht. Maar ze zitten gewoon op mijn raam geplakt.

Dat ik ze nu eigenlijk mooier vind dan toen ze nog aan de vetplant zaten. Dus in dat opzicht is het sowieso een goede ruil.

Autoriteitsprobleem

Dat we gingen zaalvoetballen en daar voor het eerst een scheidsrechter bij hadden. Dat ik het meteen al een beetje een autoritair mannetje vond. Hij begon bijvoorbeeld over onze sierraden, die moesten af. Hij zei ook dat de bal die wij hadden meegenomen niet hard genoeg was, volgens hem was dat gevaarlijk voor je enkels als je erop ging staan (wat ik niet van plan was). Dus moesten we hem voordat we konden beginnen nog even oppompen. Dat deden we al zo snel mogelijk, maar toen kregen we daarna toch nog een extra preek: we moesten dit voortaan ruim van tevoren regelen.

Dat ik het daardoor al helemaal gehad had met die vent. En toen hij mij ook nog aansprak op het feit dat ik ‘kut!’ riep toen ik een verkeerde bal schoot, wist ik het zeker: ik heb een autoriteitsprobleem. Gelukkig heb ik de autoriteiten in de andere gebieden van mijn leven grotendeels weten te vermijden.

Pepertje

Dat ik met iemand buiten bij een koffietentje zat. We hadden een hele tafel met bijbehorende bank voor onszelf. Het enige probleem was dat er recht voor mijn neus een klein rood velletje van een pepertje op de tafel zat geplakt, zo’n klein vierkantje van iemand die de peper echt fijn heeft gesneden. Dat vond ik vies, ik wist ook niet of het uit iemands mond was gevallen of van iemands bord. Dat ik niet recht achter het pepertje wilde blijven zitten, uit angst dat ik er dan een keer per ongeluk mijn ellebogen in zou zetten. Daarom besloot ik wat meer opzij te schuiven op de bank, maar toen zat ik nogal raar ver weg van mijn gesprekspartner. Even overwoog ik nog er een tandenstoker aan op te offeren, dan kon ik het velletje wegkrabben. Maar dat vond ik zonde van de tandenstoker en ook niet mijn taak.

Dat mijn gesprekspartner op een gegeven moment vroeg wat er aan de hand was en ik het toen kon uitleggen. Dat ze het ook nog begreep, en het pepertje daarna niet meer tussen ons in stond hoewel het er nog wel lag.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring