blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Rennen

Dat ik aan het tennissen was maar mijn lichaam niet leek te willen rennen. Alles in mij zei dat ik de bal wel graag goed wilde slaan, maar er niet heen wilde rennen. Dat ik me toen afvroeg of ik gewoon niet van rennen hou, of dat ik het echt niet kán. Voelen andere mensen ook zoveel weerstand als ze in beweging moeten komen maar zetten ze zich daar continu overheen, of hebben normale mensen dit niet? Dat ik wil weten of ik lui ben of zwak.

Sporters

Dat het soms bijna lijkt alsof sporters hun best niet doen. Bij voetbal kijken heb ik het regelmatig. Dan zijn ze eerst een tijdje heel fel, lijken ze de bal echt af te willen pakken, maar even later lijkt het ze dan tijdelijk niks te kunnen schelen. Alsof ze zichzelf echt moeten toespreken om weer te gaan rennen (wat ik overigens heel goed begrijp, maar deze mentaliteit lijkt me niet handig bij grote wedstrijden).

Ik had het ook bij de tennisfinale van de vrouwen op Roland Garros. Een van de twee leek het bij bal drie al lang en breed te hebben opgegeven. Ze sloeg wel, maar nooit echt goed en zelden in. Zo’n partij duurt dan feitelijk heel kort maar gevoelsmatig nog behoorlijk lang.

De finale van de Nations League was het ergst: daar renden ze alsof hun leven er absoluut niet vanaf hing.

Zaïre

Dat ik er op vakantie ineens achterkwam dat Zaïre is opgehouden te bestaan, al een tijdje blijkbaar. Dat ik dat moeilijk kon handelen. Ik was wel bekend met Congo hoor, of in elk geval met de naam, en gun dat land zijn bestaansrecht wel, maar waarom moet dat dan ten koste van Zaïre gaan? Ik had wel al tijden niks meer over dat land gehoord, maar in het geval van Afrikaanse landen is dat doorgaans een goed teken.

Geen Zaïre meer, tjonge. Dat ik het ook zo zielig vind voor Zambia, zij hoorden toch een beetje bij elkaar.

Druk

Dat er in Utrecht een dronken meisje bij ons de trein in stapte. Toen we na een tijdje in Hilversum waren maakte ze geen aanstalten om uit te stappen, want ze lag in een diepe slaap. Ik dacht: ze moet vast door naar Bussum of Weesp, dus ik hoef haar niet wakker te maken. Totdat ik op het perron stond en zag dat de trein na Hilversum weer terug naar Utrecht zou gaan. Dat kon de bedoeling niet zijn, ze wilde vast niet slapend pendelen in de trein, ze wilde natuurlijk naar huis. Dat ik toen terug de trein inliep en haar opnieuw wakker maakte. Dat ze toen zei: ‘Ik moet naar Hilversum.’ ‘Dit is Hilversum’, zei ik meerdere malen. Dat ze uiteindelijk met lichte tegenzin mee naar buiten liep. Ik hield haar in de gaten, was bang dat ze tussen het perron en de trein zou vallen, maar haar motoriek was nog verbazingwekkend goed. Maar toen ik even niet keek wilde ze bij de volgende deur snel de trein weer in gaan. ‘Dít ís Hilversum’, zei ik toen nog een keer op mijn allerduidelijkst, zelfs een dove die kan liplezen zou me inmiddels begrijpen (mits die niet even dronken is).

Uiteindelijk liep ze mee naar de uitgang, ik leek haar langzaam te overtuigen. ‘Ja’, zei ze toen terwijl we de trap afliepen, ‘een klein stukje met de trein nog, en dan ben ik thuis’. Ik begon het nu wel zat te worden, zoveel Hilversumontkenning op één avond. ‘Ben je op de fiets?’, vroeg ik toen maar. ‘Ja’, zei ze, ‘ik woon vlakbij het station, alleen nog een klein stukje met de trein. Komt goed, ik ben alleen een beetje moe.’ Ze probeerde mij te overtuigen van het feit dat het prima met haar ging, terwijl ik haar vooral probeerde te overtuigen van de Hilversumheid van het station.

Dat ze uiteindelijk in elk geval niet terug de poortjes door ging, maar richting het centrum. Dat ik voor haar hoopte dat ze daar ergens woont, en haar toen maar liet gaan. Dat ze geen dankjewel zei, daar had ze het te druk voor. Ze moest wakker zien te blijven, naar huis zien te komen én bluffen dat het prima met haar ging.

Kraai

Dat ik naar huis liep en onderweg een kraai zag die er nogal zielig bij zat. Het leek alsof hij niet meer kon vliegen. Een paar weken daarvoor had mijn vriend nog een vogel gered door de dierenambulance te bellen. Ik weet even niet meer wat voor vogel, maar dat wilde ik ook. Toch liep ik door. Ik had mijn telefoon namelijk niet bij me en er keken alcoholisten toe vanaf een bankje, die zitten daar altijd. (Er is één heel knappe bij, of die is knap geweest (nu kan hij zijn haar eigenlijk beter afknippen, maar hij heeft waarschijnlijk wel wat anders aan zijn hoofd). Van hem denk ik altijd dat zijn uiterlijk voor zijn ondergang gezorgd heeft. Dat hij weer eens was vreemdgegaan en toen alles is kwijtgeraakt wat hij had, en daarna pas besefte hoe belangrijk zijn gezin voor hem was, maar toen was het te laat. En dan hij nu zijn kinderen helemaal niet meer mag zien vanwege zijn drankprobleem. Er is er ook een met grote geklonterde dreads, en die is altijd óf heel aardig óf woest. Tegen hem zeg ik altijd meteen hoi, in de hoop dat ik dan bij de goeden wordt geschaard.)

Misschien kwam het door de alcoholisten dat ik de vogel niet durfde te helpen, leek het overdreven om voor hun ogen te bellen over een dier in nood. Maar eenmaal thuis begon het toch te knagen, dus ben ik teruggelopen met telefoon en al. Het moest maar. Maar er was geen vogel meer, blijkbaar was hij gewoon weggevlogen. De alcoholisten zaten er nog wel.

Weeronline

Dat ik op vakantie was en Weeronline voor die dag 25 graden voorspelde, maar voor de dag erna 14. Dat leek me een te grote overgang. Het bleek ook veel minder heftig te zijn dan dat, het kwik haalde de 25 niet en de dag erna werd het gewoon 17. Dat ik het naïef vond van Weeronline, hij had toch zelf even kritisch naar het hele rijtje kunnen kijken? Ik wist al: dit gaat-ie later natuurlijk weer bijstellen. Dat deed hij ook, maar erg laat. Toen het de dag erna inmiddels al 17 graden wás, toen moest hij wel.

Seksistisch

Dat ik vrouwenvoetbal keek en probeerde niet seksistisch te zijn. Ik vond het geweldig dat dit eindelijk ook serieus genomen wordt. Dus zodra ik geneigd was een opmerking te maken in de trant van ‘zo, die kijkt boos!’, slikte ik die in. Want waarom zouden vrouwen niet boos mogen kijken en mannen wel?

Toch ging het nog niet op alle fronten goed. Waar ik op vastliep was de vraag wat ik moest roepen als iemand een bal verkeerd speelde. Bij mannen roep ik dan meestal: ‘Wat een lul!’ Maar dat kon bij de vrouwen natuurlijk niet. Maar ook zij mochten wat mij betreft uitgekafferd worden, dat leek me wel zo eerlijk en ze hoorden het toch niet. Dat ik toen even ‘Kut!’ probeerde, maar dat deed me wat Brabants aan, zo los. Daarna ging ik over op ‘Kutwijf!’, maar dat vond ik te grof. Dat dekte de lading van alleen een foute bal niet, het klonk meer alsof ze mij persoonlijk iets geflikt hadden, en zo voelde het ook wel maar dat was natuurlijk niet zo. En ‘wijf’ vond ik sowieso niet kunnen want seksistisch, het heeft ook geen mannelijk equivalent.

Dat het toen uiteindelijk ‘Wat een lultje!’, werd. Dat lijkt me voorlopig de beste optie, maar ook daar ben ik nog niet helemaal tevreden mee.

Korhoen

Dat ik net met vogelen was begonnen, en toen al een enorme niet zo veel voorkomende vogel in een boom bij een meertje zag. Een korhoen, zei mijn vriend. In elk geval een vogel, zei ik. Dat het toen een houten korhoen bleek te zijn. Dat hebben wij weer hoor, net begonnen en meteen al voor de gek gehouden. Alsof ze dit speciaal in scène hadden gezet om mij te enthousiasmeren en tegelijkertijd te ontmoedigen.

De rest van de avond

Dat ik op vakantie een aubergine had gekocht, ook al houdt mijn vriend daar niet zo van. Ze hadden niet zo veel keuze qua groente in de Franse supermarkt. Toen deed ik hem door de pasta, expres al maar de helft en expres in kleine stukjes. Dat hij ze er toen toch uit ging vissen en ik dat niet om aan te zien vond. Maar ik wist dat het niet constructief zou zijn om er wat van te zeggen, ik lust bovendien zelf veel meer dingen niet dan hij dus ik was gewoon onredelijk.

Dat ik na het eten wel besloot om de andere helft van de aubergine weg te gooien, omdat ik geen zin had in nog een keer zo’n moment. Dat ik dat enigszins demonstratief deed: ik liep voor zijn neus naar de koelkast, pakte de halve aubergine en gooide hem hard in het gft-bakje. Dat hij dat niet eens zag. Dat ik toen toch teleurgesteld was, ook al was dit waarschijnlijk wel beter voor de rest van de avond.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Rennen

Dat ik aan het tennissen was maar mijn lichaam niet leek te willen rennen. Alles in mij zei dat ik de bal wel graag goed wilde slaan, maar er niet heen wilde rennen. Dat ik me toen afvroeg of ik gewoon niet van rennen hou, of dat ik het echt niet kán. Voelen andere mensen ook zoveel weerstand als ze in beweging moeten komen maar zetten ze zich daar continu overheen, of hebben normale mensen dit niet? Dat ik wil weten of ik lui ben of zwak.

Sporters

Dat het soms bijna lijkt alsof sporters hun best niet doen. Bij voetbal kijken heb ik het regelmatig. Dan zijn ze eerst een tijdje heel fel, lijken ze de bal echt af te willen pakken, maar even later lijkt het ze dan tijdelijk niks te kunnen schelen. Alsof ze zichzelf echt moeten toespreken om weer te gaan rennen (wat ik overigens heel goed begrijp, maar deze mentaliteit lijkt me niet handig bij grote wedstrijden).

Ik had het ook bij de tennisfinale van de vrouwen op Roland Garros. Een van de twee leek het bij bal drie al lang en breed te hebben opgegeven. Ze sloeg wel, maar nooit echt goed en zelden in. Zo’n partij duurt dan feitelijk heel kort maar gevoelsmatig nog behoorlijk lang.

De finale van de Nations League was het ergst: daar renden ze alsof hun leven er absoluut niet vanaf hing.

Zaïre

Dat ik er op vakantie ineens achterkwam dat Zaïre is opgehouden te bestaan, al een tijdje blijkbaar. Dat ik dat moeilijk kon handelen. Ik was wel bekend met Congo hoor, of in elk geval met de naam, en gun dat land zijn bestaansrecht wel, maar waarom moet dat dan ten koste van Zaïre gaan? Ik had wel al tijden niks meer over dat land gehoord, maar in het geval van Afrikaanse landen is dat doorgaans een goed teken.

Geen Zaïre meer, tjonge. Dat ik het ook zo zielig vind voor Zambia, zij hoorden toch een beetje bij elkaar.

Druk

Dat er in Utrecht een dronken meisje bij ons de trein in stapte. Toen we na een tijdje in Hilversum waren maakte ze geen aanstalten om uit te stappen, want ze lag in een diepe slaap. Ik dacht: ze moet vast door naar Bussum of Weesp, dus ik hoef haar niet wakker te maken. Totdat ik op het perron stond en zag dat de trein na Hilversum weer terug naar Utrecht zou gaan. Dat kon de bedoeling niet zijn, ze wilde vast niet slapend pendelen in de trein, ze wilde natuurlijk naar huis. Dat ik toen terug de trein inliep en haar opnieuw wakker maakte. Dat ze toen zei: ‘Ik moet naar Hilversum.’ ‘Dit is Hilversum’, zei ik meerdere malen. Dat ze uiteindelijk met lichte tegenzin mee naar buiten liep. Ik hield haar in de gaten, was bang dat ze tussen het perron en de trein zou vallen, maar haar motoriek was nog verbazingwekkend goed. Maar toen ik even niet keek wilde ze bij de volgende deur snel de trein weer in gaan. ‘Dít ís Hilversum’, zei ik toen nog een keer op mijn allerduidelijkst, zelfs een dove die kan liplezen zou me inmiddels begrijpen (mits die niet even dronken is).

Uiteindelijk liep ze mee naar de uitgang, ik leek haar langzaam te overtuigen. ‘Ja’, zei ze toen terwijl we de trap afliepen, ‘een klein stukje met de trein nog, en dan ben ik thuis’. Ik begon het nu wel zat te worden, zoveel Hilversumontkenning op één avond. ‘Ben je op de fiets?’, vroeg ik toen maar. ‘Ja’, zei ze, ‘ik woon vlakbij het station, alleen nog een klein stukje met de trein. Komt goed, ik ben alleen een beetje moe.’ Ze probeerde mij te overtuigen van het feit dat het prima met haar ging, terwijl ik haar vooral probeerde te overtuigen van de Hilversumheid van het station.

Dat ze uiteindelijk in elk geval niet terug de poortjes door ging, maar richting het centrum. Dat ik voor haar hoopte dat ze daar ergens woont, en haar toen maar liet gaan. Dat ze geen dankjewel zei, daar had ze het te druk voor. Ze moest wakker zien te blijven, naar huis zien te komen én bluffen dat het prima met haar ging.

Kraai

Dat ik naar huis liep en onderweg een kraai zag die er nogal zielig bij zat. Het leek alsof hij niet meer kon vliegen. Een paar weken daarvoor had mijn vriend nog een vogel gered door de dierenambulance te bellen. Ik weet even niet meer wat voor vogel, maar dat wilde ik ook. Toch liep ik door. Ik had mijn telefoon namelijk niet bij me en er keken alcoholisten toe vanaf een bankje, die zitten daar altijd. (Er is één heel knappe bij, of die is knap geweest (nu kan hij zijn haar eigenlijk beter afknippen, maar hij heeft waarschijnlijk wel wat anders aan zijn hoofd). Van hem denk ik altijd dat zijn uiterlijk voor zijn ondergang gezorgd heeft. Dat hij weer eens was vreemdgegaan en toen alles is kwijtgeraakt wat hij had, en daarna pas besefte hoe belangrijk zijn gezin voor hem was, maar toen was het te laat. En dan hij nu zijn kinderen helemaal niet meer mag zien vanwege zijn drankprobleem. Er is er ook een met grote geklonterde dreads, en die is altijd óf heel aardig óf woest. Tegen hem zeg ik altijd meteen hoi, in de hoop dat ik dan bij de goeden wordt geschaard.)

Misschien kwam het door de alcoholisten dat ik de vogel niet durfde te helpen, leek het overdreven om voor hun ogen te bellen over een dier in nood. Maar eenmaal thuis begon het toch te knagen, dus ben ik teruggelopen met telefoon en al. Het moest maar. Maar er was geen vogel meer, blijkbaar was hij gewoon weggevlogen. De alcoholisten zaten er nog wel.

Weeronline

Dat ik op vakantie was en Weeronline voor die dag 25 graden voorspelde, maar voor de dag erna 14. Dat leek me een te grote overgang. Het bleek ook veel minder heftig te zijn dan dat, het kwik haalde de 25 niet en de dag erna werd het gewoon 17. Dat ik het naïef vond van Weeronline, hij had toch zelf even kritisch naar het hele rijtje kunnen kijken? Ik wist al: dit gaat-ie later natuurlijk weer bijstellen. Dat deed hij ook, maar erg laat. Toen het de dag erna inmiddels al 17 graden wás, toen moest hij wel.

Seksistisch

Dat ik vrouwenvoetbal keek en probeerde niet seksistisch te zijn. Ik vond het geweldig dat dit eindelijk ook serieus genomen wordt. Dus zodra ik geneigd was een opmerking te maken in de trant van ‘zo, die kijkt boos!’, slikte ik die in. Want waarom zouden vrouwen niet boos mogen kijken en mannen wel?

Toch ging het nog niet op alle fronten goed. Waar ik op vastliep was de vraag wat ik moest roepen als iemand een bal verkeerd speelde. Bij mannen roep ik dan meestal: ‘Wat een lul!’ Maar dat kon bij de vrouwen natuurlijk niet. Maar ook zij mochten wat mij betreft uitgekafferd worden, dat leek me wel zo eerlijk en ze hoorden het toch niet. Dat ik toen even ‘Kut!’ probeerde, maar dat deed me wat Brabants aan, zo los. Daarna ging ik over op ‘Kutwijf!’, maar dat vond ik te grof. Dat dekte de lading van alleen een foute bal niet, het klonk meer alsof ze mij persoonlijk iets geflikt hadden, en zo voelde het ook wel maar dat was natuurlijk niet zo. En ‘wijf’ vond ik sowieso niet kunnen want seksistisch, het heeft ook geen mannelijk equivalent.

Dat het toen uiteindelijk ‘Wat een lultje!’, werd. Dat lijkt me voorlopig de beste optie, maar ook daar ben ik nog niet helemaal tevreden mee.

Korhoen

Dat ik net met vogelen was begonnen, en toen al een enorme niet zo veel voorkomende vogel in een boom bij een meertje zag. Een korhoen, zei mijn vriend. In elk geval een vogel, zei ik. Dat het toen een houten korhoen bleek te zijn. Dat hebben wij weer hoor, net begonnen en meteen al voor de gek gehouden. Alsof ze dit speciaal in scène hadden gezet om mij te enthousiasmeren en tegelijkertijd te ontmoedigen.

De rest van de avond

Dat ik op vakantie een aubergine had gekocht, ook al houdt mijn vriend daar niet zo van. Ze hadden niet zo veel keuze qua groente in de Franse supermarkt. Toen deed ik hem door de pasta, expres al maar de helft en expres in kleine stukjes. Dat hij ze er toen toch uit ging vissen en ik dat niet om aan te zien vond. Maar ik wist dat het niet constructief zou zijn om er wat van te zeggen, ik lust bovendien zelf veel meer dingen niet dan hij dus ik was gewoon onredelijk.

Dat ik na het eten wel besloot om de andere helft van de aubergine weg te gooien, omdat ik geen zin had in nog een keer zo’n moment. Dat ik dat enigszins demonstratief deed: ik liep voor zijn neus naar de koelkast, pakte de halve aubergine en gooide hem hard in het gft-bakje. Dat hij dat niet eens zag. Dat ik toen toch teleurgesteld was, ook al was dit waarschijnlijk wel beter voor de rest van de avond.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring