blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Parfum

Dat ik me op straat nu erg bewust ben van andere mensen, en ze liever niet in mijn buurt wil hebben. Dat ik ze dus op ruime afstand passeer, maar dan vaak toch nog een walm opvang van hun parfum. Eerder had ik dat helemaal niet door, het lijkt wel of iedereen ineens veel meer parfum op heeft. Dat dat me totaal niet zint, ik krijg blijkbaar gewoon spullen in mijn neus die van hen afkomstig zijn. Wie zegt dat dit voor hun corona dan ook niet geldt? Misschien hecht het zich wel aan parfum, dat dat achteraf de hele oorzaak van die pandemie blijkt te zijn.

Krabpaal

Dat mijn oude kat haar pootjes weer eens in mijn been haakte om op mijn bureau te komen. Dat er dit keer echt wat vanaf vloog, het bleek een nagel te zijn. Geen goede gelukkig, zo’n oud vliesje waar ze waarschijnlijk toch al vanaf wilde. Dat ik me nu wel meer en meer krabpaal voel.

Dries Roelvink

Dat ik droomde dat ik Dries Roelvink tegenkwam en hij aangaf dat hij graag in mijn voorprogramma wilde spelen. Dat ik dan ook in dat van hem mocht. Het leek mij totaal geen goed idee, aangezien we een heel andere doelgroep hebben. Maar hij was er dusdanig enthousiast over, dat ik toch begon te twijfelen. Het kan ook juist goed zijn dat het zo verschillend is.

Dat toen bleek dat hij de inkomsten bij beide optredens fifty fifty wilde verdelen, maar mijn optreden was veel lucratiever. Dat het hem daar dus allemaal om te doen was geweest.

Weerloos

Dat iedereen het steeds maar heeft over al die saamhorigheid die er door de hele situatie schijnt te zijn ontstaan. Dat ik daar zelf niet zo goed in mee kan, op de een of andere manier zie ik niet in wat een liedje op de radio of een plaatje van bloesem op Facebook helpt als je ligt te sterven op de intensive care zonder bezoek. Dan walk je wat mij betreft toch behoorlijk alone.

Dat ik zelf ook juist vooral de verwijdering voel: hoewel ik daar eerder ook al niet zo van was, wil ik de mensen nu écht even niet in mijn buurt. Mijn afhankelijkheid daarin zit me ook dwars: als zij besluiten me toch aan te raken, ben ik weerloos.

Hamsterskills

Dat ik – let wel: vóórdat Ruttes advies luidde om dat niet te doen (niet dat jullie denken dat ik een aso ben) – dus toch wat eten gehamsterd had, en dat nu allemaal in de la en in de koelkast lag. Maar dat ik toen steeds zin kreeg in die producten. Cup-a-soup en diepvriesspinazie, dat is precies waar ik nu trek in heb, dacht ik dan. Inmiddels is al meer dan de helft op.

Dat ik dus eigenlijk te lekkere dingen gehamsterd heb. Ik had witte bonen in tomatensaus moeten halen en droge rijst. Dat mijn hamsterskills duidelijk nog te wensen overlaten, ik zal het vaker moeten doen om het onder de knie te krijgen.

7 april

Dat ik droomde dat mijn optreden op 7 april ineens toch door bleek te gaan. Ik was er vanuit gegaan dat het door het hele coronagebeuren zou komen te vervallen, dus ik had niks voorbereid. Maar ik was al in het theater, en zou toch iets moeten gaan doen. Dat ik toen geen enkele grap meer wist. Ik belde mijn broer nog met de vraag of hij een documentje vanaf mijn computer kon doorsturen, maar hij was nog onderweg, dus dat ging niet op tijd lukken.

Dat ik toen ook nog vóór de pauze bleek te moeten, en het optreden ineens niet om half 9 begon maar om half 8. Dus make-uppen zat er ook al niet meer in. Er was net al één comedian geweest, maar die had gewoon een film laten zien. Zo kan ik het ook, dacht ik toen. Dat ik inmiddels aan de beurt was en dus toch maar op liep, en wat beginnetjes van grappen begon te stamelen, maar de clou steeds niet meer wist. Dat een van de andere comedians toen ook het podium op kwam en een verhaal dat ik vertelde begon uit te beelden, hij deed twee neukende honden na. Dat dat wel enorm aansloeg.

Maar het klopte niet eens, want het waren twee mannetjes. Dat ik dat eroverheen probeerde te roepen, maar dat niemand mij hoorde.

Slaan

Dat het zo hard is gegaan met de corona-angst. Zo kwam ik vorige week nog een loslopende hond tegen, die aan mijn hond bleef ‘plakken’. Ik riep even door de straat of iemand wist van wie hij was, omdat hij anders misschien met mij mee naar huis zou gaan. Dat er toen een vrouw naar buiten kwam die beweerde zijn baasje te zijn (dat zal wel waar zijn, ik had geen reden om daaraan te twijfelen). De hond bleek ontsnapt te zijn, ze was blij dat ik hem had. Dat ik hem toen aan zijn halsband vasthield totdat ze bij mij was. Toen pakte ze de hond over, en daarbij raakte ze mijn hand aan.

Dat vond ik toen ook al vervelend, maar dat ik me dat nu echt al niet meer voor zou kunnen stellen. Ik zou minstens gaan slaan.

Vloed

Dat ik door dat hele corona ineens een vrij weekend had. Dat dat best gezellig was, ook omdat ik mijn vriend nu weer eens zag. Maar dat we toen op zondag wel meteen al ruzie kregen.

We gingen naar het strand en hadden besloten de lastige hond mee te nemen. Dat is altijd een beetje een dilemma, want ze houdt niet van in de auto zitten maar wel van strand. Dat ze toen van de zenuwen in de auto poepte, gelukkig wel in de bench. Dat het een uur in de wind stonk, en het voor mijn gevoel ook een uur duurde voordat we een tankstation zagen waar we konden stoppen.

‘Ruim jij de poep even op?’, vroeg ik aan mijn vriend, ‘dan tank ik’ (want dat moest ook gebeuren). Dat hij toen ineens toch stond te tanken, en beweerde het andersom verstaan te hebben. Dat dat de sfeer al niet echt ten goede kwam, ik verdacht hem ervan het expres te doen.

Dat ik dus de poep deed. Het was een mooie losse drol (of eigenlijk een vaste, wat ik bedoel is: hij zat niet in het kleed gewreven), dus het zou een kwestie zijn van hem met een zakje oppakken. Maar toen ik de achterklep open deed was ze er nét doorheen gelopen, en zaten er overal vlekken. Dat ik mezelf dat al verweet, blijkbaar had ik niet rustig genoeg geremd. Dat ik het toen op wilde ruimen terwijl de hond nog in de bench zat, maar ze er daardoor nogmaals doorheen liep. Dat mijn vriend toen zei: ‘waarom haal je die hond er dan ook niet uit?!’ Dat ik dat daarna deed maar vergat haar vast te maken, en ze toen tussen de benzinepompen en de auto’s door begon rond te lopen. Dat kon natuurlijk ook niet. Dat ik daar eerst maar achteraan moest, want mijn vriend tankte ondertussen gewoon door. Dat ik toen dacht slim te zijn: ik tilde haar op en zette haar weer in de auto, maar dan buiten de bench. Maar dat er toen ook al stront aan haar poot bleek te zitten en ze die nu dus verder door de auto verspreidde.

Dat ik inmiddels zóveel minderwaardige gevoelens over mijn aanpak had, dat ik mijn vriend niet meer kon zíen met zijn rustige tankende blik. Waarom schoot hij ook niet even te hulp? Dat we toen gingen schreeuwen terwijl we doorreden naar het strand.

Dat ik het later wel weer probeerde goed te maken – want dat doet híj nooit, ook al zo onuitstaanbaar – en dat even leek te lukken maar er daarna weer een nieuwe ruziegolf kwam. Per golf werd het geschreeuw harder, het werd als het ware vloed.

Gebakje

Dat ik vannacht droomde dat ik in een café een gebakje uit mocht kiezen. Er lagen allemaal lekkere gekleurde snoepdingen op een soort broodplank, en ik mocht zeggen voor welke combinatie ik wilde gaan. Dat de ober toen een rietje pakte, alles wat ik had gekozen opzoog, en het daarna weer uitblies op een laagje deeg. Het zag er prachtig uit, echt een feestelijk gebakje was het. Maar dat ik me toen wel hardop afvroeg of dit nou zo’n goed idee was in verband met het coronavirus. Dat hij daar niet van gediend was, dit was nou eenmaal zijn werk.

Gechagrijn

Dat mijn vriend gisteren geïrriteerd tegen me deed en ik dat onterecht vond. Dat hij daarna de hele dag chagrijnig was, en ik dat ook persoonlijk op bleef vatten terwijl dat volgens hem al lang niks meer met mij te maken had. Dat ik vond dat hij zijn irritatie naar mij toe dan eerst duidelijk had moeten afronden, voordat hij aan zijn gechagrijn begon.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Parfum

Dat ik me op straat nu erg bewust ben van andere mensen, en ze liever niet in mijn buurt wil hebben. Dat ik ze dus op ruime afstand passeer, maar dan vaak toch nog een walm opvang van hun parfum. Eerder had ik dat helemaal niet door, het lijkt wel of iedereen ineens veel meer parfum op heeft. Dat dat me totaal niet zint, ik krijg blijkbaar gewoon spullen in mijn neus die van hen afkomstig zijn. Wie zegt dat dit voor hun corona dan ook niet geldt? Misschien hecht het zich wel aan parfum, dat dat achteraf de hele oorzaak van die pandemie blijkt te zijn.

Krabpaal

Dat mijn oude kat haar pootjes weer eens in mijn been haakte om op mijn bureau te komen. Dat er dit keer echt wat vanaf vloog, het bleek een nagel te zijn. Geen goede gelukkig, zo’n oud vliesje waar ze waarschijnlijk toch al vanaf wilde. Dat ik me nu wel meer en meer krabpaal voel.

Dries Roelvink

Dat ik droomde dat ik Dries Roelvink tegenkwam en hij aangaf dat hij graag in mijn voorprogramma wilde spelen. Dat ik dan ook in dat van hem mocht. Het leek mij totaal geen goed idee, aangezien we een heel andere doelgroep hebben. Maar hij was er dusdanig enthousiast over, dat ik toch begon te twijfelen. Het kan ook juist goed zijn dat het zo verschillend is.

Dat toen bleek dat hij de inkomsten bij beide optredens fifty fifty wilde verdelen, maar mijn optreden was veel lucratiever. Dat het hem daar dus allemaal om te doen was geweest.

Weerloos

Dat iedereen het steeds maar heeft over al die saamhorigheid die er door de hele situatie schijnt te zijn ontstaan. Dat ik daar zelf niet zo goed in mee kan, op de een of andere manier zie ik niet in wat een liedje op de radio of een plaatje van bloesem op Facebook helpt als je ligt te sterven op de intensive care zonder bezoek. Dan walk je wat mij betreft toch behoorlijk alone.

Dat ik zelf ook juist vooral de verwijdering voel: hoewel ik daar eerder ook al niet zo van was, wil ik de mensen nu écht even niet in mijn buurt. Mijn afhankelijkheid daarin zit me ook dwars: als zij besluiten me toch aan te raken, ben ik weerloos.

Hamsterskills

Dat ik – let wel: vóórdat Ruttes advies luidde om dat niet te doen (niet dat jullie denken dat ik een aso ben) – dus toch wat eten gehamsterd had, en dat nu allemaal in de la en in de koelkast lag. Maar dat ik toen steeds zin kreeg in die producten. Cup-a-soup en diepvriesspinazie, dat is precies waar ik nu trek in heb, dacht ik dan. Inmiddels is al meer dan de helft op.

Dat ik dus eigenlijk te lekkere dingen gehamsterd heb. Ik had witte bonen in tomatensaus moeten halen en droge rijst. Dat mijn hamsterskills duidelijk nog te wensen overlaten, ik zal het vaker moeten doen om het onder de knie te krijgen.

7 april

Dat ik droomde dat mijn optreden op 7 april ineens toch door bleek te gaan. Ik was er vanuit gegaan dat het door het hele coronagebeuren zou komen te vervallen, dus ik had niks voorbereid. Maar ik was al in het theater, en zou toch iets moeten gaan doen. Dat ik toen geen enkele grap meer wist. Ik belde mijn broer nog met de vraag of hij een documentje vanaf mijn computer kon doorsturen, maar hij was nog onderweg, dus dat ging niet op tijd lukken.

Dat ik toen ook nog vóór de pauze bleek te moeten, en het optreden ineens niet om half 9 begon maar om half 8. Dus make-uppen zat er ook al niet meer in. Er was net al één comedian geweest, maar die had gewoon een film laten zien. Zo kan ik het ook, dacht ik toen. Dat ik inmiddels aan de beurt was en dus toch maar op liep, en wat beginnetjes van grappen begon te stamelen, maar de clou steeds niet meer wist. Dat een van de andere comedians toen ook het podium op kwam en een verhaal dat ik vertelde begon uit te beelden, hij deed twee neukende honden na. Dat dat wel enorm aansloeg.

Maar het klopte niet eens, want het waren twee mannetjes. Dat ik dat eroverheen probeerde te roepen, maar dat niemand mij hoorde.

Slaan

Dat het zo hard is gegaan met de corona-angst. Zo kwam ik vorige week nog een loslopende hond tegen, die aan mijn hond bleef ‘plakken’. Ik riep even door de straat of iemand wist van wie hij was, omdat hij anders misschien met mij mee naar huis zou gaan. Dat er toen een vrouw naar buiten kwam die beweerde zijn baasje te zijn (dat zal wel waar zijn, ik had geen reden om daaraan te twijfelen). De hond bleek ontsnapt te zijn, ze was blij dat ik hem had. Dat ik hem toen aan zijn halsband vasthield totdat ze bij mij was. Toen pakte ze de hond over, en daarbij raakte ze mijn hand aan.

Dat vond ik toen ook al vervelend, maar dat ik me dat nu echt al niet meer voor zou kunnen stellen. Ik zou minstens gaan slaan.

Vloed

Dat ik door dat hele corona ineens een vrij weekend had. Dat dat best gezellig was, ook omdat ik mijn vriend nu weer eens zag. Maar dat we toen op zondag wel meteen al ruzie kregen.

We gingen naar het strand en hadden besloten de lastige hond mee te nemen. Dat is altijd een beetje een dilemma, want ze houdt niet van in de auto zitten maar wel van strand. Dat ze toen van de zenuwen in de auto poepte, gelukkig wel in de bench. Dat het een uur in de wind stonk, en het voor mijn gevoel ook een uur duurde voordat we een tankstation zagen waar we konden stoppen.

‘Ruim jij de poep even op?’, vroeg ik aan mijn vriend, ‘dan tank ik’ (want dat moest ook gebeuren). Dat hij toen ineens toch stond te tanken, en beweerde het andersom verstaan te hebben. Dat dat de sfeer al niet echt ten goede kwam, ik verdacht hem ervan het expres te doen.

Dat ik dus de poep deed. Het was een mooie losse drol (of eigenlijk een vaste, wat ik bedoel is: hij zat niet in het kleed gewreven), dus het zou een kwestie zijn van hem met een zakje oppakken. Maar toen ik de achterklep open deed was ze er nét doorheen gelopen, en zaten er overal vlekken. Dat ik mezelf dat al verweet, blijkbaar had ik niet rustig genoeg geremd. Dat ik het toen op wilde ruimen terwijl de hond nog in de bench zat, maar ze er daardoor nogmaals doorheen liep. Dat mijn vriend toen zei: ‘waarom haal je die hond er dan ook niet uit?!’ Dat ik dat daarna deed maar vergat haar vast te maken, en ze toen tussen de benzinepompen en de auto’s door begon rond te lopen. Dat kon natuurlijk ook niet. Dat ik daar eerst maar achteraan moest, want mijn vriend tankte ondertussen gewoon door. Dat ik toen dacht slim te zijn: ik tilde haar op en zette haar weer in de auto, maar dan buiten de bench. Maar dat er toen ook al stront aan haar poot bleek te zitten en ze die nu dus verder door de auto verspreidde.

Dat ik inmiddels zóveel minderwaardige gevoelens over mijn aanpak had, dat ik mijn vriend niet meer kon zíen met zijn rustige tankende blik. Waarom schoot hij ook niet even te hulp? Dat we toen gingen schreeuwen terwijl we doorreden naar het strand.

Dat ik het later wel weer probeerde goed te maken – want dat doet híj nooit, ook al zo onuitstaanbaar – en dat even leek te lukken maar er daarna weer een nieuwe ruziegolf kwam. Per golf werd het geschreeuw harder, het werd als het ware vloed.

Gebakje

Dat ik vannacht droomde dat ik in een café een gebakje uit mocht kiezen. Er lagen allemaal lekkere gekleurde snoepdingen op een soort broodplank, en ik mocht zeggen voor welke combinatie ik wilde gaan. Dat de ober toen een rietje pakte, alles wat ik had gekozen opzoog, en het daarna weer uitblies op een laagje deeg. Het zag er prachtig uit, echt een feestelijk gebakje was het. Maar dat ik me toen wel hardop afvroeg of dit nou zo’n goed idee was in verband met het coronavirus. Dat hij daar niet van gediend was, dit was nou eenmaal zijn werk.

Gechagrijn

Dat mijn vriend gisteren geïrriteerd tegen me deed en ik dat onterecht vond. Dat hij daarna de hele dag chagrijnig was, en ik dat ook persoonlijk op bleef vatten terwijl dat volgens hem al lang niks meer met mij te maken had. Dat ik vond dat hij zijn irritatie naar mij toe dan eerst duidelijk had moeten afronden, voordat hij aan zijn gechagrijn begon.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring