blog pagina janneke de bijl hoge verwachtingen

Ik ben Janneke en ik heb hoge verwachtingen, van mezelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Positiviteit

Dat ik een interview had over hoe ik omging met de coronatijd, en de interviewer toen concludeerde dat ik eigenlijk wel heel positief was. Dat ik het daarmee eens was, en het feit dat ik dat niet onderuit ging halen alleen maar extra bevestigde dat het waar was. Maar dat ik ook wilde waken voor een misinterpretatie van deze positiviteit: ik zie corona niet als een leerzaam groeiproces dat wel op ons pad móest komen, het is meer zo dat ik er prima mee deal, ondanks de nadelen. Dat ik dit vervolgens uitlegde aan de interviewer, en hij mij toen denk ik al wat minder positief vond.

Stationsklok II

Dat de vermoedelijke klokkenmaker (zie Stationsklok I) nog steeds een stationsklok in zijn tuin heeft staan, maar één kant ervan het sinds kort niet meer doet. Dat hij er nu aan die kant met een soort goudgele tape een groot kruis op heeft geplakt, zo van: de tijd die je aan deze kant ziet moet je niet meer serieus nemen! Dat pleit op zich vóór hem, blijkbaar bekommert hij zich om mensen die net een kwartier na de tijd waarop de klok stilstaat langsfietsen en denken: oh, ik kan wel wat rustiger aan doen – en zo te laat komen op wezenlijke afspraken.

Maar wat ik me wel afvraag, is: waarom repareert hij die klok niet gewoon? Als je die ladder dan toch al hebt gepakt, en je bent klokkenmaker, kun je dan niet beter gelijk doorpakken? Dat lijkt mij ook een stuk betere reclame voor zijn klokkenbusiness.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat het daar juist heel goed mee gaat, dat hij er daardoor niet aan toekomt. Maar dan zullen zijn aanvragen op de lange termijn nu wel opdrogen.

Buma (Eddie III)

Dat ik vannacht droomde dat ik op een soort kamp was en een heel goed idee voor een toneelstuk had. Dat ik daarom iedereen ging casten, maar het was nogal lastig om de groep bij elkaar te krijgen. Een paar mensen hadden al een scène gedaan, en één iemand was hilarisch, die moest er sowieso in. Aan sommige mensen moest ik helaas ook nee verkopen, en nog helazer was het feit dat een daarvan een donker meisje was en hoe moest het dan met de diversiteit?  

Dat Peter Lusse ook meedeed, maar ik bang was dat hij de boel zou overschaduwen met zijn bekendheid. Dat ik toen ineens een briljante ingeving had: misschien zou hij het wel willen regisseren. Hij wilde niets liever. Mary-Lou van Stenis was er ook, zijn tegenspeelster uit Vrienden voor het Leven. Zij kon gewoon in het stuk, mensen herkenden haar toch niet meer. Ze heette tegenwoordig ook gewoon Mary.

Dat het wel drukke boel was op dat kamp, en ik kon niet op elk moment van mensen een casting eisen want het moest wel leuk blijven. Dat ik dat wel lastig vond, want ik wilde ook een goed product neerzetten. Dat ik daarom extra blij was dat ik de regie-verantwoordelijkheid op Peter af kon schuiven.

Dat Mary wel vond dat we er ook buiten het kamp mee moesten gaan optreden, en ik dat eerst afhield vanwege die verantwoordelijkheid. Maar uiteindelijk zag ik wel in dat het die potentie inderdaad had. Alleen zou ik het werk dan ook aan moeten melden bij de Buma en daar zag ik als een berg tegenop.

Overeten

Dat ik vorige week drie keer te veel gegeten had. De eerste keer kwam doordat we bij vrienden gingen eten. We zouden allemaal wat maken, en in totaal was het behoorlijk veel wat er op tafel stond. Dat ik eerst van alles wat nam. Het was allemaal lekker, maar ons eigen eten was toch mijn favoriet. Dat ik daar dus nog wat meer van nam en toen vol zat. Maar dat ik dat uiteindelijk zielig vond voor het eten dat zij hadden gemaakt, en daar dus alsnog de restjes van op ging maken. Ik moest en zou laten zien dat het heerlijk was, die pan moest leeg. Dat ik toen de hele nacht last had van mijn buik. En dat ik dit blogje nu ook niet online durf te zetten, omdat zij mijn blog lezen en al mijn ge-eet dan alsnog voor niks is geweest.

De tweede keer at ik in mijn eentje thuis. Ik besloot mijn lievelingseten te maken. Dat ik dat vervolgens zat te eten en weer volop besefte waarom dit inderdaad mijn lievelingseten is. Dat ik mijn bord leeg at en daarna eigenlijk wel genoeg had, maar ik was de smaak nog niet zat. Daarom schepte ik de rest ook nog op en zat ik ’s nachts wederom rechtop in bed.

De derde keer was toen we een pizza lieten bezorgen. Die pizza’s zijn altijd iets te groot. Niemand die ziet of het eten dat hij/zij gemaakt heeft wel volledig opgegeten wordt, dus geen probleem om wat weg te gooien, zou je zeggen. Maar dat ik halverwege eigenlijk al vol zat en het echt geen gezicht vond, zo’n halve pizza over. Ik ging bijna aan mijn maag twijfelen. Dat ik toen dapper nog een hele punt opat. Gelukkig zat onze hond ook op de pizza te azen, dus bij hem kon ik ook een deel kwijt. Maar aangezien pizza nogal vet en zout is, mocht hij niet te veel. Dus zat er niks anders op dan mezelf toch weer te overeten.

Verzuren

Dat ik het schilderen inmiddels echt spuug- en spuugzat ben. De regen gooit steeds water in het eten en dan kunnen we niet verder, en zodra het dan eindelijk droog is heeft mijn vriend geen tijd en sta ik weer in mijn eentje op de steiger. En voorlopig is het alleen maar schuren, en dan ook nog net boven mijn hoofd. Ik verzuur daar helemaal van, fysiek maar vooral ook mentaal.

Hommel

Dat er laatst een hommel op ons tuinhek zat waar het niet goed mee ging. Tenminste, dat leidde ik af uit het feit dat hij te lang bleef zitten voor een hommel. Als je me op de man af zou vragen wat de blijven-zit-tijd van gezonde hommels is, zou ik het niet weten, maar dit was echt te lang. Dat het me ook deed denken aan het lieveheersbeestje van een aantal weken ervoor, dat zat eerst ook gezellig op het hek, vlak bij de klink. In het begin deed ik nog extra voorzichtig als ik door het poortje ging, maar later vergat ik het en bleek hij door diezelfde klink te zijn geplet.

Hij zat helemaal plat op het hekje, alsof iemand er een educatieve sticker op geplakt had om aan kinderen, die inderdaad ongeveer die hoogte hebben met hun ogen (dat ligt er natuurlijk aan welke kinderen, maar ga even uit van het prototype kind), te laten zien wat een lieveheersbeestje is. Ik denk wel dat het prototype kind daar al te oud voor is en zich dus ergert aan die sticker – ma-ham, dat weet ik toch al lang. Het lieveheersbeestje had dus lager moeten sterven om na zijn dood nog van nut te zijn. Maar dan was hij nooit zo plat geworden, want daar zat geen klink.

Alsnog dood

Dat er na het schilderen steeds vliegjes vast komen te zitten in de verf. Dat ik dan baal dat mijn verf daardoor niet perfect meer is, maar heus wel weet dat het erger is voor hen. Dat ik, als ze nog blijken te leven dan moet ingrijpen van mezelf, met nog ergere schade aan de verf tot gevolg. Maar ik kan ze ook niet laten verhongeren. Dus moet ik ze bevrijden en hopen dat ze het op eigen kracht redden, want hun pootjes schoonmaken met terpentine lukt niet. Maar vaak plet ik ze dan alsnog, met een echte verlies-verliessituatie tot gevolg: het kozijn is een zootje en het vliegje is alsnog dood.

Gokken en bijstellen

Dat mijn hond de laatste weken ineens in de keuken ligt, en ik niet begrijp waarom. Is dit tijdens de hittegolf begonnen omdat het daar toen koeler was, en beviel dat vervolgens dusdanig goed dat hij besloot er een structurele ligplek van te maken? Moet ik er nu ook een kussen neerleggen, zo voor de vaatwasser, of verpest ik de plek daarmee juist?

Dat ik mijn dieren nooit volledig begrijp, het blijft altijd gokken en bijstellen.

Relatief geen haren

Dat er geen haren meer op mijn jasje zaten toen ik wegging. Ik probeer daar altijd wel op te letten, omdat niet iedereen zo van katten houdt als ik. Maar dat ik toen ergens aankwam en ineens toch nog allemaal haren zag. Die moesten er thuis toch ook al hebben gezeten. Misschien is het omdat de context anders is, dat er thuis relatief inderdaad geen haren meer zaten, maar we het nu, in deze dierloze omgeving, ineens absoluut bekeken?

Indrukwekkender

Dat ik een rondje met de hond liep en toen zomaar ineens een dode ekster op straat zag liggen, op zijn zij. Ik vond hem wat groot om zomaar dood te zijn, en vroeg me steeds af hoe dat toch kon. Hij leek wel wat bloed te hebben, dus wellicht was hij gegrepen, maar door wat dan? Zouden honden eksters bijten? Wat voor grote dieren hebben we nog meer in de buurt die dit kunnen aanrichten? Of zou het tussen de eksters onderling uit de hand zijn gelopen?

Dat ik ook wel weet dat groot zijn niet per se betekent dat je niet dood kunt gaan, maar dat het er wel een stuk indrukwekkender uitziet.

Categorie

archief

Categorie: Tegenvallers

Positiviteit

Dat ik een interview had over hoe ik omging met de coronatijd, en de interviewer toen concludeerde dat ik eigenlijk wel heel positief was. Dat ik het daarmee eens was, en het feit dat ik dat niet onderuit ging halen alleen maar extra bevestigde dat het waar was. Maar dat ik ook wilde waken voor een misinterpretatie van deze positiviteit: ik zie corona niet als een leerzaam groeiproces dat wel op ons pad móest komen, het is meer zo dat ik er prima mee deal, ondanks de nadelen. Dat ik dit vervolgens uitlegde aan de interviewer, en hij mij toen denk ik al wat minder positief vond.

Stationsklok II

Dat de vermoedelijke klokkenmaker (zie Stationsklok I) nog steeds een stationsklok in zijn tuin heeft staan, maar één kant ervan het sinds kort niet meer doet. Dat hij er nu aan die kant met een soort goudgele tape een groot kruis op heeft geplakt, zo van: de tijd die je aan deze kant ziet moet je niet meer serieus nemen! Dat pleit op zich vóór hem, blijkbaar bekommert hij zich om mensen die net een kwartier na de tijd waarop de klok stilstaat langsfietsen en denken: oh, ik kan wel wat rustiger aan doen – en zo te laat komen op wezenlijke afspraken.

Maar wat ik me wel afvraag, is: waarom repareert hij die klok niet gewoon? Als je die ladder dan toch al hebt gepakt, en je bent klokkenmaker, kun je dan niet beter gelijk doorpakken? Dat lijkt mij ook een stuk betere reclame voor zijn klokkenbusiness.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat het daar juist heel goed mee gaat, dat hij er daardoor niet aan toekomt. Maar dan zullen zijn aanvragen op de lange termijn nu wel opdrogen.

Buma (Eddie III)

Dat ik vannacht droomde dat ik op een soort kamp was en een heel goed idee voor een toneelstuk had. Dat ik daarom iedereen ging casten, maar het was nogal lastig om de groep bij elkaar te krijgen. Een paar mensen hadden al een scène gedaan, en één iemand was hilarisch, die moest er sowieso in. Aan sommige mensen moest ik helaas ook nee verkopen, en nog helazer was het feit dat een daarvan een donker meisje was en hoe moest het dan met de diversiteit?  

Dat Peter Lusse ook meedeed, maar ik bang was dat hij de boel zou overschaduwen met zijn bekendheid. Dat ik toen ineens een briljante ingeving had: misschien zou hij het wel willen regisseren. Hij wilde niets liever. Mary-Lou van Stenis was er ook, zijn tegenspeelster uit Vrienden voor het Leven. Zij kon gewoon in het stuk, mensen herkenden haar toch niet meer. Ze heette tegenwoordig ook gewoon Mary.

Dat het wel drukke boel was op dat kamp, en ik kon niet op elk moment van mensen een casting eisen want het moest wel leuk blijven. Dat ik dat wel lastig vond, want ik wilde ook een goed product neerzetten. Dat ik daarom extra blij was dat ik de regie-verantwoordelijkheid op Peter af kon schuiven.

Dat Mary wel vond dat we er ook buiten het kamp mee moesten gaan optreden, en ik dat eerst afhield vanwege die verantwoordelijkheid. Maar uiteindelijk zag ik wel in dat het die potentie inderdaad had. Alleen zou ik het werk dan ook aan moeten melden bij de Buma en daar zag ik als een berg tegenop.

Overeten

Dat ik vorige week drie keer te veel gegeten had. De eerste keer kwam doordat we bij vrienden gingen eten. We zouden allemaal wat maken, en in totaal was het behoorlijk veel wat er op tafel stond. Dat ik eerst van alles wat nam. Het was allemaal lekker, maar ons eigen eten was toch mijn favoriet. Dat ik daar dus nog wat meer van nam en toen vol zat. Maar dat ik dat uiteindelijk zielig vond voor het eten dat zij hadden gemaakt, en daar dus alsnog de restjes van op ging maken. Ik moest en zou laten zien dat het heerlijk was, die pan moest leeg. Dat ik toen de hele nacht last had van mijn buik. En dat ik dit blogje nu ook niet online durf te zetten, omdat zij mijn blog lezen en al mijn ge-eet dan alsnog voor niks is geweest.

De tweede keer at ik in mijn eentje thuis. Ik besloot mijn lievelingseten te maken. Dat ik dat vervolgens zat te eten en weer volop besefte waarom dit inderdaad mijn lievelingseten is. Dat ik mijn bord leeg at en daarna eigenlijk wel genoeg had, maar ik was de smaak nog niet zat. Daarom schepte ik de rest ook nog op en zat ik ’s nachts wederom rechtop in bed.

De derde keer was toen we een pizza lieten bezorgen. Die pizza’s zijn altijd iets te groot. Niemand die ziet of het eten dat hij/zij gemaakt heeft wel volledig opgegeten wordt, dus geen probleem om wat weg te gooien, zou je zeggen. Maar dat ik halverwege eigenlijk al vol zat en het echt geen gezicht vond, zo’n halve pizza over. Ik ging bijna aan mijn maag twijfelen. Dat ik toen dapper nog een hele punt opat. Gelukkig zat onze hond ook op de pizza te azen, dus bij hem kon ik ook een deel kwijt. Maar aangezien pizza nogal vet en zout is, mocht hij niet te veel. Dus zat er niks anders op dan mezelf toch weer te overeten.

Verzuren

Dat ik het schilderen inmiddels echt spuug- en spuugzat ben. De regen gooit steeds water in het eten en dan kunnen we niet verder, en zodra het dan eindelijk droog is heeft mijn vriend geen tijd en sta ik weer in mijn eentje op de steiger. En voorlopig is het alleen maar schuren, en dan ook nog net boven mijn hoofd. Ik verzuur daar helemaal van, fysiek maar vooral ook mentaal.

Hommel

Dat er laatst een hommel op ons tuinhek zat waar het niet goed mee ging. Tenminste, dat leidde ik af uit het feit dat hij te lang bleef zitten voor een hommel. Als je me op de man af zou vragen wat de blijven-zit-tijd van gezonde hommels is, zou ik het niet weten, maar dit was echt te lang. Dat het me ook deed denken aan het lieveheersbeestje van een aantal weken ervoor, dat zat eerst ook gezellig op het hek, vlak bij de klink. In het begin deed ik nog extra voorzichtig als ik door het poortje ging, maar later vergat ik het en bleek hij door diezelfde klink te zijn geplet.

Hij zat helemaal plat op het hekje, alsof iemand er een educatieve sticker op geplakt had om aan kinderen, die inderdaad ongeveer die hoogte hebben met hun ogen (dat ligt er natuurlijk aan welke kinderen, maar ga even uit van het prototype kind), te laten zien wat een lieveheersbeestje is. Ik denk wel dat het prototype kind daar al te oud voor is en zich dus ergert aan die sticker – ma-ham, dat weet ik toch al lang. Het lieveheersbeestje had dus lager moeten sterven om na zijn dood nog van nut te zijn. Maar dan was hij nooit zo plat geworden, want daar zat geen klink.

Alsnog dood

Dat er na het schilderen steeds vliegjes vast komen te zitten in de verf. Dat ik dan baal dat mijn verf daardoor niet perfect meer is, maar heus wel weet dat het erger is voor hen. Dat ik, als ze nog blijken te leven dan moet ingrijpen van mezelf, met nog ergere schade aan de verf tot gevolg. Maar ik kan ze ook niet laten verhongeren. Dus moet ik ze bevrijden en hopen dat ze het op eigen kracht redden, want hun pootjes schoonmaken met terpentine lukt niet. Maar vaak plet ik ze dan alsnog, met een echte verlies-verliessituatie tot gevolg: het kozijn is een zootje en het vliegje is alsnog dood.

Gokken en bijstellen

Dat mijn hond de laatste weken ineens in de keuken ligt, en ik niet begrijp waarom. Is dit tijdens de hittegolf begonnen omdat het daar toen koeler was, en beviel dat vervolgens dusdanig goed dat hij besloot er een structurele ligplek van te maken? Moet ik er nu ook een kussen neerleggen, zo voor de vaatwasser, of verpest ik de plek daarmee juist?

Dat ik mijn dieren nooit volledig begrijp, het blijft altijd gokken en bijstellen.

Relatief geen haren

Dat er geen haren meer op mijn jasje zaten toen ik wegging. Ik probeer daar altijd wel op te letten, omdat niet iedereen zo van katten houdt als ik. Maar dat ik toen ergens aankwam en ineens toch nog allemaal haren zag. Die moesten er thuis toch ook al hebben gezeten. Misschien is het omdat de context anders is, dat er thuis relatief inderdaad geen haren meer zaten, maar we het nu, in deze dierloze omgeving, ineens absoluut bekeken?

Indrukwekkender

Dat ik een rondje met de hond liep en toen zomaar ineens een dode ekster op straat zag liggen, op zijn zij. Ik vond hem wat groot om zomaar dood te zijn, en vroeg me steeds af hoe dat toch kon. Hij leek wel wat bloed te hebben, dus wellicht was hij gegrepen, maar door wat dan? Zouden honden eksters bijten? Wat voor grote dieren hebben we nog meer in de buurt die dit kunnen aanrichten? Of zou het tussen de eksters onderling uit de hand zijn gelopen?

Dat ik ook wel weet dat groot zijn niet per se betekent dat je niet dood kunt gaan, maar dat het er wel een stuk indrukwekkender uitziet.

Wil je Janneke boeken voor een optreden, presentatie of workshop of heb je een andere vraag?
Neem dan contact op met Theaterbureau De Mannen:

info@theaterbureaudemannen.nl
020-3034721

Meld je aan voor nieuws:

Foto’s: Bas Losekoot | Vormgeving: Scherp Ontwerp | Website: Sanne Groot
privacyverklaring