top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat de vermoedelijke klokkenmaker (zie Stationsklok I) nog steeds een stationsklok in zijn tuin heeft staan, maar één kant ervan het sinds kort niet meer doet. Dat hij er nu aan die kant met een soort goudgele tape een groot kruis op heeft geplakt, zo van: de tijd die je aan deze kant ziet moet je niet meer serieus nemen! Dat pleit op zich vóór hem, blijkbaar bekommert hij zich om mensen die net een kwartier na de tijd waarop de klok stilstaat langsfietsen en denken: oh, ik kan wel wat rustiger aan doen – en zo te laat komen op wezenlijke afspraken.

Maar wat ik me wel afvraag, is: waarom repareert hij die klok niet gewoon? Als je die ladder dan toch al hebt gepakt, en je bent klokkenmaker, kun je dan niet beter gelijk doorpakken? Dat lijkt mij ook een stuk betere reclame voor zijn klokkenbusiness.

Het zou natuurlijk ook kunnen dat het daar juist heel goed mee gaat, dat hij er daardoor niet aan toekomt. Maar dan zullen zijn aanvragen op de lange termijn nu wel opdrogen.

Dat ik laatst met een vriendin had afgesproken op de hei. We zien elkaar een paar keer per jaar, en dit was zo’n keer. Dat ze toen zei dat ze zich ineens zorgen om mij had gemaakt. Ze had namelijk op mijn website gekeken en daar gezien dat mijn optredens geannuleerd waren. Vervolgens zag ze ook dat ik zo’n beetje ben gestopt met bloggen. Dat ik het toen ze het zei zo goed begreep: het leek net of ik digitaal was overleden. Maar dat valt in de praktijk alles mee – het feit dat ik van mezelf ook níét mag bloggen is juist een goed teken.

Mijn vriendinnen die ik vaker zie zullen dat wel weten – die zullen mijn website zien en denken: zo, dát gaat goed met Janneke!

Dat ik vannacht droomde dat ik op een soort kamp was en een heel goed idee voor een toneelstuk had. Dat ik daarom iedereen ging casten, maar het was nogal lastig om de groep bij elkaar te krijgen. Een paar mensen hadden al een scène gedaan, en één iemand was hilarisch, die moest er sowieso in. Aan sommige mensen moest ik helaas ook nee verkopen, en nog helazer was het feit dat een daarvan een donker meisje was en hoe moest het dan met de diversiteit?  

Dat Peter Lusse ook meedeed, maar ik bang was dat hij de boel zou overschaduwen met zijn bekendheid. Dat ik toen ineens een briljante ingeving had: misschien zou hij het wel willen regisseren. Hij wilde niets liever. Mary-Lou van Stenis was er ook, zijn tegenspeelster uit Vrienden voor het Leven. Zij kon gewoon in het stuk, mensen herkenden haar toch niet meer. Ze heette tegenwoordig ook gewoon Mary.

Dat het wel drukke boel was op dat kamp, en ik kon niet op elk moment van mensen een casting eisen want het moest wel leuk blijven. Dat ik dat wel lastig vond, want ik wilde ook een goed product neerzetten. Dat ik daarom extra blij was dat ik de regie-verantwoordelijkheid op Peter af kon schuiven.

Dat Mary wel vond dat we er ook buiten het kamp mee moesten gaan optreden, en ik dat eerst afhield vanwege die verantwoordelijkheid. Maar uiteindelijk zag ik wel in dat het die potentie inderdaad had. Alleen zou ik het werk dan ook aan moeten melden bij de Buma en daar zag ik als een berg tegenop.

bottom of page