top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik nog steeds niet weet wat de regels tussen mijn vriend en mij zijn met betrekking tot wie de kots van de katten opruimt. Het is geen dagelijkse bezigheid, maar het gebeurt toch regelmatig.

Is het degene die de kots als eerste aantreft, heb je dan direct opruimplicht? Of mag je het voor de ander laten liggen als jij naar je werk moet en de ander uitslaapt? Die kan die kots er dan beter bij hebben. Maar dat vind ik dan toch oneerlijk, want mijn vriend moet altijd naar zijn werk en ik zelden. Nu is dat wel vervelend voor hem, maar daar kiest hij zelf voor en het verschaft hem wel een duidelijk inkomen. Ik zit hier thuis, zonder enige vorm van helderheid in tijd en geld, en dan krijg ik die kots er ook nog bij.

Met kots van de hond op de bank is het ook zo: wie verwijdert de kots, en moet diegene dan ook de hoezen van de bank afhalen en in de was doen? En wie doet ze er dan een dag later weer om, is dat ook de kots-aantreffer? Het lijkt me toch handig als we hier binnenkort eens het een en ander over op papier zetten.

Dat er wekenlang geen treinen reden naar Amsterdam, en ik toen steeds helemaal om moest reizen via Utrecht. Zo duurde de reis ineens een uur in plaats van twintig minuten. Maar gisteren was dat eindelijk voorbij. Dat ik toen een golf van herwaardering voor rechtstreekse treinen door me heen voelde spoelen. Ik stapte in en vloog in korte tijd naar Amsterdam, heel feestelijk. Ik was bijna verbaasd dat ze geen blikjes achter de trein hingen om het te vieren.

Totdat ik terug moest naar huis, maar dat niet ging omdat er iemand voor de trein was gesprongen. Dat ik toen wel blij was dat ze die blikjes achterwege hadden gelaten.

Dat ik met een vriendin aan het kamperen was op de Hoge Veluwe. Dat we toen even voor ons tentje zaten, en er een jongen kwam aangefietst. Alle zooi had hij op zijn fiets gebonden. In zijn eentje zette hij de tent op, liep hij vrolijk over de camping en kookte hij iets eenvoudigs. Dat ik het eerst wel stoer vond, zo alleen, maar daarna het gevoel kreeg dat hij het erom deed. De ik-ben-weliswaar-alleen-maar-niet-eenzaam-uitstraling begon me steeds meer de keel uit te hangen.

Dat ik ook vond dat hij de volgende ochtend in alle vroegte alweer vertrokken had moeten zijn. Als je alleen gaat, ga dan op doorreis.

bottom of page