top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Mijn accountant en ik worden er allebei blij van als dingen kloppen. Dat schept een band, ook al doen we heel verschillend werk. Hij zit elke dag in een glazen unit op een industrieterrein in Amersfoort, ik werk thuis. En hij heeft natuurlijk een auto. Hij lijkt elke keer weer verbaasd te zijn dat ik ook echt aankom, met de trein.

Mijn accountant lijkt niets anders te willen dan accountant zijn. Hij is ook gelovig, misschien helpt dat. Dit hoeft het leven niet te zijn, hij krijgt meerdere kansen. Of dat denkt hij in elk geval. Bij mij moet het nu gebeuren. Een hostie troost mij niet, hoogstens als ik een heel klein beetje honger heb, niet echt honger maar meer trek, niet in iets zoets, niet in iets hartigs, maar in iets neutraals. Ik heb ze al jaren niet meer gegeten. Zou je ze ook zelf kunnen kopen? Dan zou ik het pak waarschijnlijk in één keer leegeten (zitten ze in een pak?). Niet omdat dat zo lekker is, maar om iets te doen te hebben tijdens mijn onduidelijke werk. Werk waarin nooit iets klopt, of je in elk geval nooit weet of iets klopt.

Mijn accountant krijgt betaald om door te werken tot dingen kloppen. Daarom is hij heel vaak blij. De dag in het jaar waarop hij de boekhouding van mijn onduidelijke bedrijf kloppend maakt, is voor ons allebei een goede dag.

Dat het zo gezellig was in het ziekenhuis. Dat ik vaak probeer fijne momenten in te bouwen in de week: afgelopen week zijn we uit eten geweest en naar het strand. Dat was allebei oké: op het strand hadden we weinig tijd, maar de hond was wel blij. En het restaurant was erg rumoerig, maar het eten was wel lekker.

Maar het ziekenhuis was echt leuk. Kanker had ik toch niet, dat wisten we al. Dus wat zou zo’n knobbeltje de stemming dan bederven? En we moesten een uur wachten tussen de echo en de afspraak met arts in. Een uur! We hadden niks meegenomen om te doen, dus kregen we zomaar tijd cadeau.

We hebben een rondje gelopen door het ziekenhuis, maar er bleken helemaal geen winkeltjes te zijn zoals in Tilburg. Maakte ons niet uit. Toen zijn we teruggegaan naar de wachtkamer. We besloten oude foto’s te kijken op onze telefoon, en moesten daarom lachen. Te hard voor in een ziekenhuis. Maar iedereen kon wat ons betreft even de kanker krijgen: op het strand hadden we te weinig tijd en het etentje was te rumoerig, dus laat ons nou even, ja?

Mijn haar hoeft niks vandaag. Niet leuk te zitten, niet te glanzen, geen volume te hebben. Er mag een elastiekje in en dan kan het zich daaraan overgeven. Het wordt ondersteund, het mag alles loslaten. Zelf vind ik het altijd moeilijk als de fysiotherapeut mijn hoofd op wil tillen, om het dan niet snel zelf alvast te doen. Maar mijn haar kan dat. Het elastiekje zorgt ervoor dat het niet valt, zelfs niet als het doodgaat.

bottom of page