top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik aan het rondkijken was in een kledingwinkel en me toen ineens afvroeg wat de regels eigenlijk zijn met betrekking tot wanneer kleren die van een hanger afglijden nog jouw verantwoordelijkheid zijn om terug te hangen.

Het is deels een tijd-kwestie denk ik: als het lang genoeg geleden is dat jij daar door de kleren aan het bladeren was hing het waarschijnlijk al niet goed op de hanger, en is het duidelijk niet jouw probleem. Maar er is ook een ruimte-aspect: als je al twee rekken verder bent, kan jij het ook onmogelijk gedaan hebben. Daarom loop ik altijd snel een stuk verder als ik een vest aan één kant los zie raken. En dan is er nog de kwestie van hoe ver de verkoopster bij je vandaan staat en of ze überhaupt doorheeft dat er iets van de hanger valt.

Vroeger wilde ik na het passen altijd alle kleren die ik niet kocht zelf terughangen/-leggen, ook al zei de verkoopster: geef maar hier, hoor. Ik vond het decadent om dat uit te besteden. Nu doe ik dat juist niet meer, omdat het me ook rot lijkt voor hen dat je het dan niet perfect doet maar ze je ook niet willen overrulen waar je bijstaat, dus ze dan helemaal moeten wachten totdat jij weg bent en dus al die tijd moeten onthouden welke stapeltjes je precies verpest hebt.

Dat er een egel bij ons op straat zat en ik daarlangs liep met de hond. Dat de hond nogal graag aan de egel wilde ruiken. Dat ik dat toeliet omdat ik dacht: dat beest heeft toch stekels. Dat ie toen inderdaad in zichzelf ging keren en er alleen een stekelig bolletje overbleef. Dat de hond het nog steeds allemaal superfascinerend vond en ik hem toen toch maar bij de egel weg heb gehaald. Dat ik wel dacht: dat lijkt me best heftig, als in jezelf gaan de enige oplossing is tegen gevaar en je daarna maar moet hopen dat dat genoeg is.

Dat ik als ik voetbal kijk erg benieuwd ben naar de uitslag, maar ook naar veel andere dingen. Soms staat er even eentje langs de kant vanwege een schouder of een knie, en dan denk ik: zou dat nou echt zoveel uitmaken, 10 of 11 spelers? Als je ze niet zou vertellen of ze met 10 of 11 zijn zou het verschil misschien wel veel minder groot zijn, dat het deels een placebo-effect is. Maar dan mogen ze ook niet stiekem tellen, en hoe ga je dat controleren?

Ik vraag me ook af of ze het niet vies vinden elkaar te omhelzen als hun shirts doorweekt zijn. Ze weten dus allemaal van elkaar hoe ze onder hun slechtste omstandigheden ruiken, er zal er toch wel eentje zijn die zijn neus dan dichthoudt?

En aan het eind, dan heb je verloren en moet je iedereen nog een handje geven: de scheids maar ook de spelers van de tegenpartij, de reservespelers ook nog soms. Maar hoe weet je dan of je iedereen hebt gehad? Ik kan me zo voorstellen dat je dan helemaal niet in the mood bent om dat goed te monitoren, als je hebt gewonnen niet maar zeker ook niet als je hebt verloren.

bottom of page