top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik mijn teennagels aan het lakken was, maar dat dat een beetje voelde als valsspelen. Het is namelijk heel weinig moeite, je voeten knappen er enorm van op en vervolgens blijft het – in tegenstelling tot bij je vingers – gerust de hele zomer zitten. Het is gewoon te makkelijk.

Blijkbaar ga ik er ergens toch vanuit dat de dingen uiteindelijk eerlijk moeten zijn, niet alleen qua goed en slecht gedrag maar ook qua hoeveel moeite iets kost en wat je er vervolgens aan hebt. Zoals ik diep van binnen geloof dat Jan Smit toch ooit zal moeten boeten voor wat hij doet, zoek ik ook naar het addertje onder het gras met betrekking tot het lakken van mijn teennagels.

Dat ik inmiddels een keer of drie per dag over onze oude kat struikel omdat haar reflexen achteruitgaan. Ik probeer er echt wel op te letten en accepteer op zich het beleid dat ze gewoon voorrang néémt nu ze oud wordt, maar soms heb ik een wasmand in mijn handen of is het midden in de nacht en dan schop ik haar per ongeluk toch. Zij reageert dan minstens zo geïrriteerd als ik.

Dat doet me ook denken aan de laatste jaren dat mijn opa leefde. Hij mocht toen van het CBR nog autorijden, maar overzag het allemaal totaal niet meer. Als wij dan bang naast hem zaten en hij midden op een kruispunt stond na te denken, zei hij altijd: Ze wachten maar even.

Dat ik gisteren op de fiets ineens moest denken aan dat mijn oma vroeger een keer boos op mij was. Dat was nogal schrikken, want normaal was mijn opa degene die streng deed en gaf mijn oma mij dan juist een knipoog om te laten merken dat ik er niet te zwaar aan moest tillen. Totdat we een keer ergens gingen wandelen en ik een maïskolf vond. Die wilde ik natuurlijk houden, dus ik gaf hem aan mijn oma zoals je als kind altijd dingen aan volwassenen geeft zodat jij je handen weer vrij hebt. Toen keek mijn oma me ineens streng aan en zei ze: ik ben geen uithangbord. Ik wist niet wat dat was, een uithangbord, en durfde het ook niet meer te vragen. Ik begreep wel dat het iets was wat je niet wilde zijn.

Gisteren op de fiets zag ik ineens een uithangbord aan een winkel, of nou ja, ik zie die dingen wel vaker maar besefte toen pas dat zo’n ding ‘uithangbord’ heet en dat mijn oma dat destijds bedoeld moet hebben.

bottom of page