top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik nu eindelijk begrijp hoe je de deksel van een verfpot opwipt met een schroevendraaier. Mijn vriend zei altijd al: niet draaien met dat ding, maar dan draaide ik toch, omdat ik geen alternatief zag. Hij zei het dan meerdere keren, steeds harder ook. Hij wil namelijk niet dat de hele deksel verfomfaaid raakt, en dat is wel steeds het geval. Maar toen ik er laatst een keer de tijd voor nam, en me echt voornam om niet te draaien, wist ik eindelijk wat ik dan wel moest doen: duwen tegen de binnenrand van de deksel en dan opwippen.

Dat er nu heel veel van me af valt, onder andere omdat mijn vriend weer op normaal volume tegen me praat.

Dat er geen haren meer op mijn jasje zaten toen ik wegging. Ik probeer daar altijd wel op te letten, omdat niet iedereen zo van katten houdt als ik. Maar dat ik toen ergens aankwam en ineens toch nog allemaal haren zag. Die moesten er thuis toch ook al hebben gezeten. Misschien is het omdat de context anders is, dat er thuis relatief inderdaad geen haren meer zaten, maar we het nu, in deze dierloze omgeving, ineens absoluut bekeken?

Dat ik mijn gebruikte washand altijd zo snel mogelijk in de was wil doen, anders wordt het me te druk bij de wastafel. Maar die is dan meestal nog nat, en ik wil niet dat alles in die mand gaat stinken. Dat ik ze daarom altijd over de rand hang. Dat ik die mand laatst wilde pakken toen ik de was ging doen, en ze daar ineens zag hangen: Al die natte washandjes in een groepje rond de mand. Het had wel iets van een heksenkring, en ik weet niet waarom, maar dat heeft voor mij een gezellige bijklank. Misschien door het woord ‘kring’, dat ik het associeer met het kringgesprek op de basisschool. Dan mocht je eindelijk kletsen en luisterden er ook nog mensen (ze moesten wel), daar hou ik nog steeds van.

bottom of page