top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik een proefles Zumba deed en dat dat het langste uur van mijn leven tot nu toe was.

Het waren allemaal hele korte nummers dus we deden er wel twintig, terwijl ik me na vier nummers al afvroeg of het inmiddels niet eens tijd was. En wat de beweging ook was, je moest er altijd ook bij springen. Met 50 mensen tegelijk. Het probleem was dat ik als enige de bewegingen nog niet kende. Er werd niets langzaam voorgedaan, je moest direct meedoen. Dus hupste ik er moedeloos achteraan. En ik was achterin gaan staan, maar soms draaide alles ineens om en stond ik dus ook nog vooraan.

Wat ook niet meehielp was dat de juf, die ‘Rox’ heette of beweerde te heten, steeds rondliep en dan tegen je begon te schreeuwen, in plaats van dat ze de pasjes gewoon voordeed op haar verhoging. Dus dan moest ik naar iemand anders kijken om te weten wat ik moest doen, maar toen bleek iedereen toch net iets anders te doen.

Toen de les er bijna op zat keek ‘Rox’ me ook nog aan vanaf haar verhoging en deed ze ondertussen haar mondhoeken omhoog. Ze bedoelde dat ik moest lachen. Al mijn hele leven zeggen mensen regelmatig tegen mij dat ik moet lachen. Tot nu toe deed ik dan altijd een poging, waardoor de discrepantie tussen hoe ik mij van binnen voelde en wat ik stond te doen nog groter werd. Nu weigerde ik. Ze bleef haar mondhoeken maar omhoog duwen en naar mij kijken, het leek bijna op een pasje. Ik keek terug en deed niks. Voor het eerst in mijn leven. Dus toen ‘Rox’ aan het eind van de les – dat gelukkig toch kwam – schreeuwde dat we trots op onszelf mochten zijn, was ik dat ook.

Dat ik met ”konings’nacht’ na een optreden op het station stond.

De buitenste aanhalingstekens zijn omdat ik tegen de monarchie ben en gevoelsmatig dus geen koning heb, de binnenste zijn omdat ik het nog steeds als een soort grap vind klinken dat het nu ‘koningsdag’ is in plaats van ‘koninginnedag’. En een hoofdletter bij die dagen, daar doe ik al helemaal niet aan (zie de buitenste aanhalingstekens).

Ik vier deze dagen dus ook niet, maar kon niet om de feestende mensen op het station heen. Ik hoorde een meisje een grapje maken met de naam van een van de jongens waar ze mee op stap was, op het niveau van Ad-patat (Ad krijgt van mij wel een hoofdletter). Maar hij heette geen Ad, ik weet zijn naam gelukkig niet meer.

Dat ik toen snel naar huis ben geracet, er ook nog politie stond en ik geen verlichting had dus steeds harder ging fietsen. Dat ik toen ineens zo blij was dat mijn huis muren heeft waar mensen niet doorheen kunnen. Ze kunnen zich verzamelen rondom mijn huis met bier en troep, ze kunnen schreeuwen wat ze willen, maar ze kunnen er niet in.

Dat de kat via mijn been op mijn bureau probeerde te komen maar ik net wakker was en nog geen broek aan had. Dat ik toen heel hard ‘Au!’ riep. Dat de kat daarna even stil op mijn bureau bleef zitten, in afwachting of er al dan niet geaaid ging worden. Normaal duwt ze haar kont gewoon in mijn gezicht, maar dit keer besefte ze wel dat dat even niet aan de orde was. Dat het uit mij moest komen nu.

bottom of page