top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat er zoveel insecten waren in ons vakantiehuisje, dat ik de dode wespen op de vloer op een gegeven moment niet eens meer opruimde. Ik probeerde er nog wel omheen te stappen. Als we nog een week waren gebleven was ik er denk ik gewoon in gaan staan, hoe groot is de kans op een nog actieve angel in een dode wesp nou daadwerkelijk? Het is natuurlijk geen fijn gevoel aan je voet, maar steeds uitkijken waar je loopt of zelfs je slippers aantrekken draagt ook niet echt bij aan de ontspannenheid. Alleen voor de heel grote keek ik nog uit, volgens mijn vriend waren dat hoornaars. Ik vind dat een vervelend woord, maak er dan ‘horenaar’ van.

Dat ik ook steeds minder medelijden met ze kreeg. Het waren er wel veel die hadden geleden, maar, dacht ik: er zijn altijd nog veel meer levende insecten dan dode, dus waar hebben we het over?

Ook voor de nog levende insecten werd ik geleidelijk minder mild. De eerste dag begon ik fanatiek met redden, met glaasjes tegen het raam en de wandelkaart ertussen om ze naar buiten te transporteren. Maar op die manier kon ik wel bezig blijven. Het klapraam van de slaapkamer steeds kantelen zodat de vliegen die erop zaten hun vrijheid tegemoet konden deed ik in het begin ook, maar op een gegeven moment raakte mijn geduld op, zeker bij de vliegen die na het kantelen nog steeds hun kans niet pakten.

Op een gegeven moment liet ik de vliegen het grootste deel van de dag gewoon zitten. En de kleine vliegjes, daar begon ik al helemaal niet meer aan. Die noemde ik in mijn hoofd gewoon geen ‘vlieg’ meer.

Dat we op vakantie ineens ontdekten dat onze hond enorm doof blijkt te zijn. Ofwel hij is heel snel van horen naar doof gegaan, ofwel we hebben heel lang niet doorgehad dat dit gaande was. Dat we nu steeds van dichtbij heel hard tegen hem moeten schreeuwen, op tien centimeter afstand van zijn hoofd: ‘HEE, KOM JE?!’ En dan nog kijkt hij verdwaasd de andere kant op, omdat hij geen idee heeft waar het geluid vandaan komt.

Dat het raar voelt om van zo dichtbij tegen een hond schreeuwen die niks verkeerd doet. Wat zullen andere mensen wel niet van ons denken? Dat we hoognodig op vakantie moeten misschien, maar dat waren we al.

Dat ik aan het vogelen was met mijn verrekijker en mijn vogelboek, en me toen ineens afvroeg wat hippe mensen eigenlijk op vakantie doen. Zij zullen wel naar steden moeten, of naar natuur waar je mee aan kunt komen (natuur die verder reikt dan een groene specht). Maar in die steden, moeten zij daar dan ook weer winkelen en andere dure dingen doen? En steeds inchecken in hotels? Maar wat als ze eenmaal zijn ingecheckt, wat doen ze dan? Ik zie ze daar al op bed liggen, zo zonder vogelboek.

bottom of page