top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik met een vriendin in Flensburg was, een stad in Duitsland, en zij in lichte paniek raakte toen ze daar in een parkeergarage moest parkeren. Dat ik haar daarom probeerde gerust te stellen. Dat we toen wel zagen dat er op de eerste verdieping allemaal parkeerplaatsen waren met een poppetje erop met een soort rokje aan. ‘Die zijn voor vrouwen’, zei ik toen voor de grap. Maar volgens mijn vriendin waren ze echt voor vrouwen. Omdat die parkeren zo moeilijk vinden, zei ze, dan hoeven ze minder hoog de garage in. Dat kon ik bijna niet geloven maar ik deed het toch, en ik werd al helemaal boos omdat ik zelf helemaal geen parkeerangst heb (ik ben eerder niet bang genoeg, ik ben namelijk nogal ongeduldig, dus na een tijdje ben ik dat steken echt wel zat. Dit moet maar gewoon passen, denk ik dan. Mijn vriend zegt vaak dat dat mijn grootste probleem (of een van mijn grootste) is, dat ik altijd wil dat de wereld zich aan mij aanpast in plaats van andersom. Maar dat doet de wereld niet.) en me daardoor niet serieus genomen voelde. Is dit nou emancipatie?

Dat het later helemaal niet waar bleek te zijn, de vakken waren ook niet breder dan normaal en er zat niet van dat schuim om de plekken heen zoals je bij een bowlingbaan kunt bestellen voor in de goten. Maar de vakken waren wel speciaal voor vrouwen, met het oog op aanranding en erger, wist mijn vriendin. Dan hoeven ze niet nog verder de garage in en staan ze bij elkaar. Dat ik het rokje op de afbeelding toen nóg vreemder vond. Eigenlijk stond er: trek je wel een rokje aan? Dan zorgen wij dat je niet wordt aangerand.

Dat ik er bij het afronden van mijn boek achter kwam dat een bepaald tekstje er helemaal niet in stond. Het was denk ik per ongeluk gesneuveld. Dat ik dat aan mijn redacteur vertelde en zij toen zei: het is wel lastig om het nu nog toe te voegen, maar als je erop staat kan het wel. Maar dat ik toen niet wist of ik erop stond. Dat ik daarna wel dacht: als je niet weet of je ergens op staat, sta je er waarschijnlijk niet op.

Dat ik in de afrondende fase van mijn boek zat, en met iemand in discussie raakte over komma’s. Hij vond: tussen twee persoonsvormen moet een komma. Dat vind ik op zich ook wel, dat is volgens mij zelfs de enige echt leidende regel die er over komma’s bestaat, maar in de praktijk vind ik dit vaak toch een minder goed idee. Dan maak ik vrij lange zinnen, en dan horen sommige stukken echt meer bij elkaar dan andere, en de enige manier om dat duidelijk te maken is door alleen op die plekken een komma te zetten. Anders worden het vier gelijkwaardige stukjes, terwijl de zin qua ritme toch echt bedoeld is als een kort begin, een middenstuk dat lekker snel doorgaat, en dan een eindje. Mijn discussiepartner gaf toch de voorkeur aan meer komma’s, met als argument: ik hou van compartimentaliseren. Daar kon ik inkomen, want het is een mooi woord.

Het probleem is volgens mij dat we maar één soort komma’s hebben. Je hebt eigenlijk persoonsvormkomma’s nodig, waarmee je laat merken: ik weet heus wel dat er tussen twee persoonsvormen een komma hoort, en ik help je hiermee om de zin goed te lezen. En je hebt pauze-komma’s nodig, dat zou dan een dubbele komma kunnen zijn, op plekken waar je even iets voor jezelf kunt gaan doen. Daar kun je bijkomen en ademen als je aan het voorlezen bent (als je in stilte leest mag je van mij altijd ademen – dit is trouwens zo’n zin waarbij ik de huidige enkele komma tussen ‘leest’ en ‘mag’ dus too much vind. Maar als er ook dubbele komma’s zouden bestaan,, zou ik daar gerust een enkele willen.).

bottom of page