top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Hoe weet ik nou of ik wel of niet op mag blijven en wanneer? Hoe breng ik daar systeem in aan? Ik probeer het vaak, maar ik hou ze nooit lang vol. Voortaan ga ik elke ochtend om 8 uur op, behalve als ik moet optreden. Voortaan werk ik in sessies van 3 kwartier. Voortaan mag ik ’s avonds iets leuks doen als ik overdag heb geschreven.

Ik heb de discipline wel om mijn systemen vol te houden, maar na een paar dagen zie ik het nut er meestal niet meer van in. Ik ben erg moe nu, dus hoezo zou ik morgen om 8 uur opstaan? Ik heb zin om te werken vandaag, dus geen reden om dat in sessies op te delen of vanavond vrij te nemen.

Het probleem is denk ik dat ik te vaak evalueer. Een organisatie voert een verandering door en kijkt het dan een jaartje aan. Ik één dag, of 3 kwartier. Omdat alles dan vaak alweer anders voelt blijf ik bijstellen en besteed ik uiteindelijk heel veel tijd aan de systemen. Misschien is dat wel hun belangrijkste functie: dat ik ook regelmatig vergader, net als mensen met echte banen, maar dan met mezelf. Geen jaargesprek maar een uurgesprek.

Ik snap het wel, dat Teddy liever de puppybrokken wil. Hij is natuurlijk geen puppy meer, maar ze zien er gewoon lekkerder uit. Donkerder, kleiner, ronder: gezelliger. Krokanter ook. Veel beter dan de grote grijzige brokken voor volwassen honden, in degelijke driehoekjes.

Het lijkt op de keuze tussen een handje borrelnootjes en een handje walnoten. ‘Nootjes’ en ‘noten’ zegt alles al: borrelnootjes neem je even lekker tussendoor, ze knapperen in je mond en zijn weg voordat je het weet. Walnoten zijn een klus om weg te werken, die blijven overal achter je tanden en kiezen zitten. Ze lijken maar niet door je keel te willen, alsof je mond en je keel ze allebei niet willen hebben maar er onderling nog niet over uit zijn wie het stomme klusje gaat klaren.

Ik kan appels wel lekker vinden en dat ook benoemen en benadrukken hoe goed het voelt om tussendoor fruit te nemen in plaats van chips/snoep/chocola, maar ik moet het vrij hard zeggen om het zelf te geloven.

Van mij mag Teddy puppybrokken. Er zit te veel eiwit in Teddy, we hebben ook saaie grijze brokken. Maar jij mag kiezen.

Als ik geen zin heb om met vrienden van vroeger af te spreken maar de afspraak staat al, wil ik zéker niet met ze uit eten. Uit eten gaan vind ik heel leuk, je zou kunnen zeggen dat het verzachtend werkt. Maar ik vind dat dan alleen maar extra zonde. Beter nu even doorbijten bij die vrienden thuis met niet al te lekker eten en dan later een keer met de enige juiste persoon in een goed restaurant. Liever een 10 en een 3 halen dan twee keer een 5.

Soms heb ik ruzie gehad met mijn vriend en dan is het net weer opgelost maar de stemming is nog niet echt zo van ‘wat ben ik toch blij met je, ik kan me niet voorstellen dat ik ooit bij iemand anders zou willen zijn’. Dat duurt altijd nog even. Als we dan eigenlijk uit eten zouden gaan, wil ik dat cancelen. Omdat ik dat zonde vind van de potentie van het etentje. Maar door niet te gaan dramatiseer ik de situatie, dat besef ik ook wel. ‘We hadden zo’n enorme ruzie dat we ook niet meer uit eten zijn gegaan’, zeg je dan achteraf. Terwijl het helemaal geen enorme ruzie was. ‘We hadden net ruzie gehad, niet heel erg, maar wel dusdanig erg dat we niet uit eten zijn gegaan.’ Dat klinkt helemaal alsof er een scheiding op handen is, ‘dusdanig erg’, omdat je het al formeel gaat beschrijven en dus extra afstand van de betreffende manspersoon hebt genomen. Of hij zou zeggen: ‘We hadden een klein beetje ruzie, niet heel erg, maar toen vond Janneke het zonde van het geld om dan uit eten te gaan. Dus toen hebben we thuis bloemkool gegeten’. Dan verwacht je ook een scheiding, maar meer omdat je denkt: waarom blijft die man bij haar?

bottom of page