top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat we binnenkort zeer waarschijnlijk gaan verhuizen, maar op de valreep nog een nieuwe overbuurvrouw hebben gekregen. Dat ik toen eigenlijk helemaal geen zin had om me aan haar voor te stellen, want in mijn hoofd ben ik hier al weg. Dus waar investeer ik dan nog in? Maar dat ik ook geen zin had om dat hele verhaal over onze al-dan-nietverhuizing uit te leggen en dus toch maar netjes mijn naam zei.

Dat onze nieuwe kat zoveel lomper is dan de vorige twee die we hadden. Dat was zelfs al duidelijk toen ze nog verstopt zat in de krabpaal. Elke keer dat ze overeind kwam, stootte ze haar kop tegen het ‘plafond’. Ze zeggen dat koppen voor voetballers ongezond is, dus dit zal haar mentale capaciteiten niet ten goede komen. En dan zal ze de hoogte van het holletje steeds minder goed kunnen inschatten.

Ze is ook gek op het natvoer dat ik haar geef, en nu denkt ze elke ochtend dat ik het bakje al bij me heb, dus dan gaat ze keihard mauwen en voor mijn voeten lopen. Maar ten eerste: ik ben nog helemaal niet beneden geweest. Ten tweede: Het bakje van gisteren staat gewoon leeg voor je neus, en er is geen tweede bakje. En ten derde: Ik heb helemaal geen bakje in mijn hand. Dus waar ze die hoop op baseert, is mij aan raadsel.

Het koppen van de krabpaal begint zijn tol blijkbaar al te eisen.

Dat ik de hond uitliet en twee oude mensen tegenkwam die bij ons in de straat wonen. Ze zijn niet meer zo goed ter been, dus het lopen is een beetje een klus voor ze. Ze merkten mij ook pas heel laat op, zo druk waren ze met lopen. Dat die vrouw mij, toen ze alles eenmaal kon plaatsen, bedankt voor de stekjes die ik onlangs bij haar in de tuin had gelegd. Dat ze daarna wel een klaagverhaal begon over haar pols, ze klaagt eigenlijk altijd. Ik vraag me altijd af wat haar man daarvan vindt, maar die praat niet zo soepel meer, dus al vindt hij er wat van, dan krijgt hij dat niet een-twee-drie meer duidelijk gemaakt.

Dat we daarna eventjes samen opliepen, de twee oude mensen en ik. Die vrouw klaagde ondertussen nog wat door. Dat ik toen niet wist hoe lang ik naast ze moest blijven lopen, wat het logische moment was om mijn eigen tempo weer op te pakken zonder onbeleefd te zijn.

bottom of page