Dat je de voerbakken van onze honden niet te dicht bij elkaar moet zetten, want dan gaan ze om het eten vechten. Het moet duidelijk zijn wat van wie is en dan gaat het prima. Maar als ik ze samen uitlaat en ze hebben ergens een perfect ruikplekje gevonden is er niks aan de hand. Ze staan gerust tegelijk aan precies hetzelfde hoekje van een stenen muurtje te ruiken, of exact hetzelfde boompje. Blijkbaar is er genoeg ruikruimte, zijn ze niet bang dat de ander te veel geur opsnuift en er dan te weinig voor hen overblijft. Toch zou je denken dat ze juist dan ook wel even om de beurt kunnen, om dan lekker even die hele stoeptegel voor zichzelf hebben. Maar dat doen ze nooit. Er is blijkbaar genoeg van, maar moet het wel nu.
%20Anne%20van%20Zantwijk_header.jpg)
Hoge verwachtingen
Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.
Dat ik voor het eerst ‘naarstig’ op zoek was geweest ergens naar. Namelijk naar een reservesleutel. Die zocht ik in de groene kast, een kast die nog van mijn ouders is geweest met allemaal kleine laatjes (hij hoorde destijds bij de groene tafel). Eerder leek dat me zo’n overbodig woord, ‘naarstig’, zo’n woord dat we het niet zouden missen als het er niet was. Maar nu ik al die stapels zooi uit de laatjes bovenop de kast zag liggen, en overal sleutels zag, en de laatjes die nog open stonden, dacht ik: dit moet het resultaat zijn van naarstig zoeken, dat kan niet anders.
Dat ik een vrij ascetisch weekje achter de rug had. Ik had geen optredens en mijn vriend was op een congres, en dat resulteerde er blijkbaar in dat ik vroeg naar bed ging en daarna steeds vroeg opstond om te schrijven. Dat ik toen bijna vergat hoeveel ik eigenlijk van opblijven hou.
Gisteren realiseerde ik het me ineens weer, toen ik het deed. Meteen kwamen er allemaal herinneringen boven van dat ik vroeger ook altijd op wilde blijven. Als er dan een vriendinnetje kwam logeren was ik zo beledigd dat zij op een gegeven moment, na heel lang kletsen, liever wilde slapen dan nog meer kletsen – als ik eraan terugdenk voel ik het nóg. Of op schoolkampen, dan kon ik hele nachten doorgaan, en snapte ik niet waarom je ooit nog zou willen slapen. Je moet zulke voorliefdes wel een beetje onderhouden, anders vergeet je wie je echt bent.
Dat ik vanochtend weer eens met chips heb ontbeten, dat was ook lang geleden.