top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik droomde dat mijn optreden op 7 april ineens toch door bleek te gaan. Ik was er vanuit gegaan dat het door het hele coronagebeuren zou komen te vervallen, dus ik had niks voorbereid. Maar ik was al in het theater, en zou toch iets moeten gaan doen. Dat ik toen geen enkele grap meer wist. Ik belde mijn broer nog met de vraag of hij een documentje vanaf mijn computer kon doorsturen, maar hij was nog onderweg, dus dat ging niet op tijd lukken.

Dat ik toen ook nog vóór de pauze bleek te moeten, en het optreden ineens niet om half 9 begon maar om half 8. Dus make-uppen zat er ook al niet meer in. Er was net al één comedian geweest, maar die had gewoon een film laten zien. Zo kan ik het ook, dacht ik toen. Dat ik inmiddels aan de beurt was en dus toch maar op liep, en wat beginnetjes van grappen begon te stamelen, maar de clou steeds niet meer wist. Dat een van de andere comedians toen ook het podium op kwam en een verhaal dat ik vertelde begon uit te beelden, hij deed twee neukende honden na. Dat dat wel enorm aansloeg.

Maar het klopte niet eens, want het waren twee mannetjes. Dat ik dat eroverheen probeerde te roepen, maar dat niemand mij hoorde.

Dat het zo hard is gegaan met de corona-angst. Zo kwam ik vorige week nog een loslopende hond tegen, die aan mijn hond bleef ‘plakken’. Ik riep even door de straat of iemand wist van wie hij was, omdat hij anders misschien met mij mee naar huis zou gaan. Dat er toen een vrouw naar buiten kwam die beweerde zijn baasje te zijn (dat zal wel waar zijn, ik had geen reden om daaraan te twijfelen). De hond bleek ontsnapt te zijn, ze was blij dat ik hem had. Dat ik hem toen aan zijn halsband vasthield totdat ze bij mij was. Toen pakte ze de hond over, en daarbij raakte ze mijn hand aan.

Dat vond ik toen ook al vervelend, maar dat ik me dat nu echt al niet meer voor zou kunnen stellen. Ik zou minstens gaan slaan.

Dat ik door dat hele corona ineens een vrij weekend had. Dat dat best gezellig was, ook omdat ik mijn vriend nu weer eens zag. Maar dat we toen op zondag wel meteen al ruzie kregen.

We gingen naar het strand en hadden besloten de lastige hond mee te nemen. Dat is altijd een beetje een dilemma, want ze houdt niet van in de auto zitten maar wel van strand. Dat ze toen van de zenuwen in de auto poepte, gelukkig wel in de bench. Dat het een uur in de wind stonk, en het voor mijn gevoel ook een uur duurde voordat we een tankstation zagen waar we konden stoppen.

‘Ruim jij de poep even op?’, vroeg ik aan mijn vriend, ‘dan tank ik’ (want dat moest ook gebeuren). Dat hij toen ineens toch stond te tanken, en beweerde het andersom verstaan te hebben. Dat dat de sfeer al niet echt ten goede kwam, ik verdacht hem ervan het expres te doen.

Dat ik dus de poep deed. Het was een mooie losse drol (of eigenlijk een vaste, wat ik bedoel is: hij zat niet in het kleed gewreven), dus het zou een kwestie zijn van hem met een zakje oppakken. Maar toen ik de achterklep open deed was ze er nét doorheen gelopen, en zaten er overal vlekken. Dat ik mezelf dat al verweet, blijkbaar had ik niet rustig genoeg geremd. Dat ik het toen op wilde ruimen terwijl de hond nog in de bench zat, maar ze er daardoor nogmaals doorheen liep. Dat mijn vriend toen zei: ‘waarom haal je die hond er dan ook niet uit?!’ Dat ik dat daarna deed maar vergat haar vast te maken, en ze toen tussen de benzinepompen en de auto’s door begon rond te lopen. Dat kon natuurlijk ook niet. Dat ik daar eerst maar achteraan moest, want mijn vriend tankte ondertussen gewoon door. Dat ik toen dacht slim te zijn: ik tilde haar op en zette haar weer in de auto, maar dan buiten de bench. Maar dat er toen ook al stront aan haar poot bleek te zitten en ze die nu dus verder door de auto verspreidde.

Dat ik inmiddels zóveel minderwaardige gevoelens over mijn aanpak had, dat ik mijn vriend niet meer kon zíen met zijn rustige tankende blik. Waarom schoot hij ook niet even te hulp? Dat we toen gingen schreeuwen terwijl we doorreden naar het strand.

Dat ik het later wel weer probeerde goed te maken – want dat doet híj nooit, ook al zo onuitstaanbaar – en dat even leek te lukken maar er daarna weer een nieuwe ruziegolf kwam. Per golf werd het geschreeuw harder, het werd als het ware vloed.

bottom of page