Dat ik gisteren in een gesprek ineens het woord ‘status quo’ kon gebruiken. Dat had ik nog nooit eerder hardop gezegd. Ik wist niet honderd procent zeker of ik het goed toepaste, daarom wachtte ik daarna in spanning af. Niemand zei wat, dus ik denk dat het klopte (of zij wisten het ook niet). Toen ik vanochtend in een gedachte in mijn hoofd ineens ook nog het woord ‘retrospectief’ kon gebruiken, kon ik mijn geluk niet op.
%20Anne%20van%20Zantwijk_header.jpg)
Hoge verwachtingen
Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.
Dat ik mijn fiets op het station wilde pakken, maar er toen een gele papieren hanger aan mijn stuur hing met reclame erop. Daar zit je dan vervolgens als eigenaar maar mooi mee. aar. Soms doen ze het ook met een elastiekje, of ze gooien het in mijn krat. Dat is wel een nadeel van mijn fiets, jongeren gooien er soms ook afval in (ik ga ervan uit dat het jongeren zijn). Als ik dat ontdek (zowel bij afval als bij reclame), zegt mijn gevoel altijd dat ik het op de grond wil flikkeren, dan kan ik mijn boosheid erover nog een beetje kwijt. Maar dan lijk ík daarna de milieuvervuiler, terwijl zij dat eigenlijk zijn. Het alternatief is dat ik het voor ze weg ga gooien, maar dan beloon ik het in feite en wie weet staan ze wel om de hoek. Dan ben ik ook nog bang dat ze dat zien en in hun vuistje lachen (deze uitdrukking heb ik ook nog nooit eerder kunnen toepassen). Zo dwingen ze me te kiezen tussen schuldgevoelens en sulgevoelens.
Dat ik heel lang heb gedacht dat een knipperend oranje stoplicht bij een kruispunt betekende dat je het daar zelf maar moest uitzoeken. Pas toen ik twee jaar geleden rijles nam, ontdekte ik dat er reserveregels zijn, zoals haaientanden, die bij niet werkende lichten de voorrang bepalen. Dat ik het al die jaren daarvoor dus voor niks eng heb gevonden als de bestuurder van de auto waarin ik zat nogal hard op zo’n kruispunt afreed, en ik me er niet mee wilde bemoeien dus dan mijn ogen maar dichtdeed en dacht: op hoop van zegen.