top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Dat ik na een paar maanden toch maar weer eens naar de sportschool ging (ik was eigenlijk gestopt, maar het was te warm om buiten hard te lopen en mijn abonnement liep nog). Dat de hele indeling daar toen veranderd bleek te zijn. Dat ik me een beetje betrapt voelde toen ik binnen kwam lopen en eerst een tijdje verdwaasd om me heen keek voordat ik wist waar ik heen moest. Alsof ze me een lesje wilden leren.

Dat ik de hoesjes van paraplu’s nooit begrijp. Ze passen er blijkbaar in de winkel in, maar daarna nooit meer. Waarom verkoop je ze dan met hoesje? Het zit mij echt dwars om zo’n hoesje vervolgens in de prullenbak te gooien, zeker als-ie ook nog hetzelfde stippenpatroontje heeft als mijn paraplu. Dan haal ik ze uit elkaar terwijl ze overduidelijk bij elkaar horen. Daarom slingert het hoesje vaak ergens bij mijn kapstok rond, eerst ligt het erop maar natuurlijk valt dat ding er dan steeds af. En elke keer dat ik het zie irriteert het me weer dat hij er nu niet meer omheen past, maar ooit wel.

bottom of page