top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

Dat ik een vetplant heb verplaatst van mijn werkkamer naar de slaapkamer. Af en toe doe ik dat, dan vind ik dat er ergens in huis een probleem is en probeer ik dat op te lossen. Nu was er in de slaapkamer een pannenkoekplantprobleem (twee pannenkoekplantjes vlak bij elkaar, maar in verschillende potjes), en het probleem dat er een te klein plantje op het nachtkastje stond. Deze problemen konden beide worden opgelost door een grotere plant uit mijn werkkamer om te wisselen met één pannenkoekplant. Dat werd dus een vetplant, met een soort bloemen eraan. Ik denk dat het bloemen zijn, het lijken meer een soort droge dunne takken die eruit komen met fiezels eraan.

Dat ik nu in mijn werkkamer zit, waar die plant dus weg is, maar er nog wat van die fiezels op het raam hangen. Ze zitten heel kunstzinnig verspreid, alsof ze poseren voor een ansichtkaart. Nu lijken ze ook een beetje op de pluisjes van een paardenbloem, alsof ze onderweg zijn naar de lucht. Maar ze zitten gewoon op mijn raam geplakt.

Dat ik ze nu eigenlijk mooier vind dan toen ze nog aan de vetplant zaten. Dus in dat opzicht is het sowieso een goede ruil.

Dat we gingen zaalvoetballen en daar voor het eerst een scheidsrechter bij hadden. Dat ik het meteen al een beetje een autoritair mannetje vond. Hij begon bijvoorbeeld over onze sierraden, die moesten af. Hij zei ook dat de bal die wij hadden meegenomen niet hard genoeg was, volgens hem was dat gevaarlijk voor je enkels als je erop ging staan (wat ik niet van plan was). Dus moesten we hem voordat we konden beginnen nog even oppompen. Dat deden we al zo snel mogelijk, maar toen kregen we daarna toch nog een extra preek: we moesten dit voortaan ruim van tevoren regelen.

Dat ik het daardoor al helemaal gehad had met die vent. En toen hij mij ook nog aansprak op het feit dat ik ‘kut!’ riep toen ik een verkeerde bal schoot, wist ik het zeker: ik heb een autoriteitsprobleem. Gelukkig heb ik de autoriteiten in de andere gebieden van mijn leven grotendeels weten te vermijden.

bottom of page