top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik met de trein op weg was naar een optreden in Assen, maar er in Zwolle achter kwam dat de hele boel was afgelast. Dat ik toen de trein terug maar nam. Dat ik niet wist wat ik er nou allemaal van moest denken, ik kon me even niets voorstellen bij de komende weken.

Dat mijn moeder mij toen appte om te zeggen dat er die avond een leuke film op tv was die ik misschien zou kunnen kijken. Maar ik kon helemaal nog niet voelen of ik daar wel zin in had. Dat een vriendin mij toen ook nog appte met het voorstel om de volgende dag wat af te spreken (dat mocht toen nog), maar ik daar ook even geen beslissing over kon nemen. Dat ik dat dus aan haar stuurde en ze toen vroeg: ‘O jee, voel je je zo rot?’ Maar ik voelde me niet rót, ik was ontheemd.

Het deed me nog het meest denken aan wanneer je op vakantie gaat en de eerste avond in het donker aankomt. Dan zit je daar in dat huisje, geen idee waar je precies beland bent, en vooral ook waarom. In dat geval heb je er ook nog zelf voor gekozen, wat op dat moment volslagen onverstandig voelt, waardoor je je eigen keuzes ook niet meer begrijpt en nog verder ontheemd raakt. Dat gebeurde nu gelukkig niet; dit was overmacht.

Dat mijn trein terug toen een technische storing bleek te hebben, waardoor we meer dan een uur stilstonden in een weiland vlakbij Amersfoort. Dat dat precies bleek te zijn wat ik nodig had. Toen ik eenmaal thuis was, was ik er weer.

Dat mijn vriend en ik vannacht allebei wakker lagen, geen idee waarom. Dat we het toen over mijn mislukte hamsterpoging hadden. Ik was wel met speciaal de auto naar de winkel geweest om extra in te slaan, maar vervolgens had ik geen idee gehad wat ik moest pakken. Ik wilde geen dingen meenemen die ik normaal niet eet, aangezien mijn angst waarschijnlijk overdreven was. Uiteindelijk ging ik met een paar potjes naar huis, het had makkelijk op de fiets gekund.

Dat mijn vriend mij gelukkig volledig begreep. Ja, zei hij, en hoe moet je nú weten wat je volgende week wil eten? Dat ik me door die opmerking realiseerde dat we mentaal nog niet helemaal in de noodtoestand zitten. En toen herinnerde ik me ineens dat ik ook nog vol had gezeten op het moment dat ik naar de winkel ging. Dan haal ik altijd minder, omdat ik me niet kan voorstellen ooit weer honger te krijgen.

Dat we toen besloten dat het al een hele prestatie was dat ik überhaupt iets had gekocht.

Dat het regelmatig voorkomt dat ik naar een bepaald perron loop, en de trein staat er al, maar vertrekt pas over een paar minuten. En dat allemaal andere mensen dan gaan rennen, omdat ze toch bang zijn dat hij al wegrijdt. Terwijl ze, als ze verstand in hun kop zouden hebben, zichzelf zouden kunnen toespreken dat ze gewoon rustig kunnen lopen. Dat het zo heerlijk is om me superieur aan die mensen te voelen.

Dat dat me ook doet denken aan een rotonde in Groningen waar je ook rechtdoor kon, dus dwars door de cirkel heen. Maar de verkeersregel was: alleen bussen mogen rechtdoor, fietsers en auto’s moeten om. Dat een vriendin van mij toen een keer zei zich altijd zo’n loser te voelen als ze braaf omfietste. Zelf had ik dat gevoel minder, want meestal ging ik gewoon over de busbaan. Door haar opmerking vond ik dat ook ineens heel wat van mezelf. Maar dat ik daardoor ook ineens de optie voelde om de volgende keer gewoon lekker om te fietsen, en je even niet druk te hoeven maken om boetes. Sindsdien bekeek ik het per keer: wil ik me stoer voelen en ga ik rechtdoor, of wil ik geen gedoe en fiets ik om?

Maar voor treinen die nog niet vertrekken, ren ik nooit.

bottom of page