top of page
Brandnetels (c) Anne van Zantwijk_header.jpg

Hoge verwachtingen

Janneke heeft hoge verwachtingen, van zichzelf én van het leven. Hoe dat elke keer weer tegenvalt, lees je hier.

Dat ik mijn oude kat regelmatig moet kammen omdat ze de boel zelf niet goed meer bijhoudt. Toen was ik laatst bezig en bleek ineens dat ik ook haar staart moet doen, die sloeg ik eerder altijd over maar daar kwamen hele vervilte plukken uit. Dat vindt ze alleen helemaal niet leuk. Ze wilde weglopen, maar dat ging niet omdat ik haar tegenhield. Dat ze toen van lieverlee de cactus maar kopjes begon te geven.

Dat er nu een pluk haar aan zo’n cactusprikker hangt.

Dat ik in het bos een stukje achter iemand anders liep, ook met hond. We hadden hetzelfde tempo, bleek, dus de afstand tussen ons bleef gelijk. Het was verder een heel rustig paadje. Ze had al een keer achterom gekeken en we hadden al ‘hoi’ gezegd, maar het bleef een beetje ongemakkelijk. Vooral toen zij scherp rechtsaf sloeg en ik dat ook echt van plan was geweest en het dus toch ook maar deed. Vanaf toen keek ze steeds vaker om. Ik overwoog nog even om ‘ik volg je niet hoor’ te zeggen bij een volgend oogcontact, maar had gelukkig net op tijd door dat dat best eng klonk.

Ik had een zandheuvel in mijn hoofd waar ik wilde gaan zitten om de tekst voor mijn optreden te leren, dan kon de hond ondertussen lekker rennen en snuffelen. Waar ik links richting die heuvel moest, ging zij gelukkig rechtdoor. Maar toen ik daar aankwam zag ik haar aan de andere kant van de heuvel weer tevoorschijn komen. Gelukkig zat ik als eerste en was ik nu minder verdacht, ook omdat zij degene was die was omgelopen. Misschien kon zij mij ook gewoon niet goed loslaten.

We zaten een tijdje schuin tegenover elkaar op die heuvel, of eigenlijk was het een zandkuil in een heuvel en zaten we óm de kuil. Onze hondjes renden en speelden met elkaar in de kuil en ik leerde mijn tekst. Zij deed verder niks, dus uiteindelijk was zij toch echt het meest verdacht.

Dat ik gisteren naar beneden liep en de deur van de hal naar de woonkamer open wilde doen, maar de klink het ineens niet meer deed. Hij bewoog wel, maar pakte ‘m niet. Dat ik toen even dacht echt opgesloten te zitten in mijn huis, zonder telefoon want die lag in de woonkamer. En mijn vriend kwam voorlopig niet thuis. Gelukkig heb ik boven een badkamer met een kraan en dus ook water, dacht ik toen, dus ik zou het wel een tijdje uit kunnen zingen. Tot ik besefte ook gewoon uit het badkamerraam te kunnen klimmen. Tot ik besefte dat ik de voordeur gewoon nog open kon doen.

Dat ik toen steeds via buiten naar de achterdeur moest lopen en zo naar de woonkamer. En daarna via buiten weer naar boven. Ik merkte wel hoe snel je bepaalde dingen dan minder belangrijk gaat vinden, het boeide me bijvoorbeeld niet meer welke jas ik aandeed, als hij maar in het huis-gedeelte lag waar ik me op dat moment bevond. Een groene jas op een groene broek is niet optimaal en heeft iets boswachter-achtigs, maar via buiten naar de hal om een blauwe jas te halen heeft vooral iets vermoeiends.

Een beetje zoals met kamperen, dat je tijdens de week voelt dat steeds minder dingen je wat uitmaken. Het begint met je uiterlijk, daarna een vliegje in de thee (ik drink het vliegje dan alsnog niet op maar de thee wel), en lekker altijd dezelfde kleren aan. Met één stel kleding ben je er eigenlijk wel op zo’n vakantie, maar thuis kan ik me dat elk jaar opnieuw niet voorstellen dus neem ik altijd te veel mee. Je eisen voor plekken die je beschouwt als acceptabel om op de grond te zitten nemen ook af. Op een gegeven moment is bijna elke grond wel zit-baar. Een natte reet is wel even vervelend, maar als je daarna op je buik op een droog stuk gras gaat liggen lost dat zichzelf ook wel weer op.

Was het leven maar kamperen, denk ik soms. Nu kan ik daar iets van meepikken in mijn eigen huis. Met dank aan de klink.

bottom of page